AOP

© Frans Geertsen; digitale bewerking 24-01-2017 Mark van Loon/Stichting Noviomagus.nl

Het vergeten vliegveldje aan de spoorlijn

door Frans Geertsen

Inhoud
1. Wat vooraf ging
2. Merkwaardige werkzaamheden
3. Een gevaarlijk bezoek
4. De vliegende ogen van de 82e All American Airborne Divisie
5. Verkenningen rond Nijmegen
6. Aanvallen door vijandelijke vliegtuigen
7. Vertrek van de Air Observer Planes
8. Wat na de 2e wereldoorlog met het terrein gebeurde
9. Vliegveld "de Kluis"
10. Onderscheidingen
11. Bronnen

1. Wat vooraf ging

In hoofdstuk 6 van het boek "Van Heilig Woud tot Heilig Land" worden de gebeurtenissen die hebben geleid tot het ontsporen van een Duitse trein, iets voorbij de spoorwegovergang bij de Sionsweg, uitgebreid beschreven. [Redactie: lees ook het verhaal van Arjen W. Kuiken op onze site.]
Bewoners van ons dorp Heilig Landstichting en ook van Brakkenstein begonnen 's morgens vroeg met enige aarzeling maar steeds enthousiaster die trein te onderzoeken op achtergebleven etenswaren, dranken en achtergelaten goederen. Daarna ging de jeugd op zoek naar militaire spullen zoals helmen, gasmaskers en zelfs wapens.
Maar twee dagen later was de op 18 september gestrande Duitse trein niet meer interessant voor de jeugd. Na het leeghalen van deze trein door de inwoners van ons dorp en Brakkenstein kwamen ook anderen naar buit zoeken, mensen waar we van onze ouders niet mee in contact mochten komen.
Ook op de grote colonnes tanks en andere voertuigen die na 20 september 1944 over de Nijmeegse baan kwamen of soms even pauzeerden en daarna weer verder reden richting Nijmegen, waren wij kinderen al uitgekeken.


Fig. 1

2. Merkwaardige werkzaamheden

Op 21 september hoorden we een geweldig gebrom in de buurt van de spoorlijn. Uit de verte zagen wij immense machines heen en weer rijden. Dat was interessant, daar werd gewerkt, daar moesten wij heen. Langs de spoorlijn waren combinaties van bulldozers en scrapers bezig het terrein (bouwland behorende bij het Landgoed "De Drie Huizen") vlak te maken.
Het hele terrein tussen de d'Almarasweg en de huidige Panovenlaan, lengte iets meer dan 400 meter, werd over een breedte van ca. 25 meter geëgaliseerd. Op plaatsen waar te veel zand lag, schraapten de scrapers dat van de bodem en op plaatsen met te weinig zand werd dat weer gedeponeerd.
Voor ons was het heel spannend om naar te kijken.
Andere bulldozers verwijderden een aantal bomen bij de spoorweg overgang van de d'Almarasweg. Wij begrepen maar niet waar al dat geweld voor nodig was. En niemand wilde ons dat ook vertellen.
Een dag later zagen we uit de verte kleine vliegtuigjes landen op het terrein waar een maand tevoren nog rogge groeide.
In twee dagen tijd was op deze zandgrond een "Good Weather" landingsbaan aangelegd.


Fig. 2 Combinatie van Bulldozers en Scrapers, Britse engineers


Fig. 3 Detail van een Amerikaanse stafkaart met ingeplot de locatie van het vliegveldje

3. Een gevaarlijk bezoek

Wij hadden heel veel vliegtuigen, zowel Duitse als Geallieerde, zien overvliegen maar zo van dichtbij hadden wij nog nooit een vliegtuig gezien.
Na een paar dagen vanuit de verte turen ging uiteindelijk op 26 september een groepje kinderen uit de buurt, Jan en Paulien Janssen, Peter en Hans van der Brug, Frans Geertsen en Henk Stunnenberg naar het vliegveld kijken.
Miep en Henkie Hooymayers waren nog thuis en zouden later komen.
Op weg naar het vliegveld ongeveer ter hoogte van de huidige Gerrit van Durenstraat hoorden wij het gefluit van inkomende artillerie-granaten en daarop een aantal ontploffingen. Wij doken boven op elkaar in een greppel en wachtten gespannen op de afloop. Opgelucht haalden wij adem toen verder niets gebeurde, maar gingen toch maar terug naar huis, onbewust van het feit dat de twee achtergeblevenen voor hun winkeltje aan de Nijmeegsebaan door een van die granaten waren getroffen.
Henkie was op slag dood en Miep werd zwaargewond door Engelse militairen naar het hospitaal (Casualty Clearing Station 3) in Mariënbosch gebracht. Enkele dagen later mocht zij weer naar huis en sliep ze tijdelijk bij de familie Geertsen aan de overkant van de weg.
Het artillerievuur van batterijen geschut in het Reichswald was kennelijk bedoeld voor het vliegveldje maar was te kort en viel voor een deel in ons dorp.
Ook op 27 september en 4 oktober 1944 was het vliegveld heel waarschijnlijk het doelwit voor de granaten die in ons dorp en ook bij de begraafplaats en het Bijbels Openluchtmuseum vielen. Op 27 september werden Piet Gerrits en een van de huishoudsters van de pastorie, Riek Derks, ernstig gewond en op 4 oktober werd het huis van de familie van Tilburg aan de huidige Andreaslaan gedeeltelijk verwoest. Marie Jans, de Oma van de familie, werd gedood. Zij kon pas een dag later met hulp van buren onder het puin vandaan gehaald worden.

4. De vliegende ogen van de 82e All American Airborne Divisie

Het vliegveldje A.L.S. (Advanced Landing Field) was gereed gemaakt voor verkenningsvliegtuigen die bij de 82e Airborne divisie hoorden. In totaal beschikte de divisie over tien Piper L-4 Cups voor lucht-verkenningen. Begin september 1944 waren deze nog in Engeland gestationeerd, op het vliegveld "Husbands Bosworth". Op 26 juli 1944 waren deze vliegtuigen in Wantage (Oxfordshire) overgedragen aan de AOP-piloten van de 82e A.A. Airborne Divisie. Elke piloot kreeg een vliegtuig dat tot het einde van de operatie zijn Cessna zou blijven. De piloten en verder technisch personeel werden gelegerd in Market Harboro (Leicester) vlak bij voornoemd vliegveld.
Vanaf 26 juli tot medio september werd er vanaf Husbands Bosworth geoefend met missies voor Artillerie waarnemers. Major John Lala (Tony) was commandant van deze vliegende eenheid (direct operational control).
De Piper L-4 Cup was een licht verkenningsvliegtuig waar piloot en waarnemer in tandem-positie zaten. Het frame was gemaakt van aan elkaar gelaste stalen buizen, de romp en vleugels waren bekleed met linnen. De lengte van het toestel was 22 ft en 4,5 inch (6,82 m), vleugelwijdte 35 feet en 25 inches (11,3 m), leeg gewicht 680 pounds (308 kg), waarvan het grootste deel voor rekening kwam van de luchtgekoelde 65 PK motor van Continental. De brandstoftank kon 12 Gallon brandstof bevatten.


Fig. 4 Een gerestaureerde Piper L-4 Cup "Grasshopper" (Cessna)
beschilderd met de code 57 van de 82e All American Airborne Division.
De wit-zwarte strepen op de vleugels zijn de invasiebeschildering


Aan boord van het toestel bevond zich een SCR-300 FM radio voor verbinding met de artillerie-afdelingen op de grond.
Voor de operatie Market Garden werden per artillerie-afdeling twee piloten met hun vliegtuigen onder bevel gesteld:
376th PFAB - Albert M. Boulanger en M. Hathaway
456th PFAB - George W. Roberts (Dutch) en John A. Gargiletti
319th GFAB - Wimberley M. Morgan en John H. Miller
329th GFAB - Robert N. Corrigan en Darwin P. Garard
Bovendien werden Carl Sauer en Capt. Lola aan de Artillerie Co-post van de Divisie toegevoegd.
(PFAB = Parachute Field Artillery Battalion)
(GFAB = Glider Field Artillery Battalion)
Maar al op 16 september begon de tocht in twee groepen via London naar het toekomstig operatie gebied van de Divisie.
De eerste groep van vijf Piper L-4 Cup vliegtuigen onder leiding van luitenantvlieger Corrigon stak op 17 september Het Kanaal over. De tweede groep volgde 24 uur later. Als bagage nam ieder vliegtuig ook twee 5-gallons blikken met brandstof mee.

First flight of L-4's to Nijmegen Area:
Lt Corrigan Commander
Lt Cargilietti
Lt Morgan, mechanic sgt Verlin S. Boss
Lt Hataway
Cpt Lala
Second flight:
Lt Roberts Commander
No further information
Ground crew for 376th Parachute Field Artillery Battalion:
Sgt Clement van Loan
Sgt William Fanes
Sgt Norman Svela
In de huidige tijd met supersnelle vliegtuigen is het belangrijk je te realiseren dat deze Piper L-4 Cup een maximale vluchttijd van ongeveer twee uur had, een maximum snelheid van 75 miles/uur (140 km/uur), en een kruissnelheid van 65 miles/uur (120 km/uur).
Deze vliegtuigen hadden geen bewapening. De piloot was uitgerust met een pistool als persoonlijk wapen, voor het geval hij een noodlanding achter vijandelijke linies zou moeten maken.


Fig. 5 Routekaart naar en van het operatiegebied van de 82e AA Airborne Divisie

Boven Frankrijk (zie 3 op routekaart) aangekomen, werd in het dorpje St. Valéry-en-Caux en in de buurt van Dieppe, aan de Kanaalkust (Département Somme) op een weiland geland en overnacht...
De volgende morgen werd uit de 5-gallontanks, die als bagage waren meegegaan, getankt en vervolgens werd koers gezet naar Brussel (zie 4 routekaart). Door weersomstandigheden vertrokken de L-4's pas op woensdag 20 september vanuit Brussel naar Leopoldsburg (zie 5) waar gestopt werd op een nieuw door de Britten aangelegd AOP-veld (Air Observation Post).
Vandaar vlogen de eerste 5 Piper Cubs laag over de boomtoppen, over de veilige corridor die op veel punten niet meer dan 2 km breed was, naar Eindhoven en Grave. Zij kwamen op 21 september aan in het operatiegebied van de 82e Airborne Division.
De hoofdweg waarop zij zouden landen, stond al vol met voertuigen van het Britse 31ste Army Corps. De chauffeurs dronken hun thee.
De vliegtuigjes landden toen maar op een veld langs de weg bij Heumen. Om 16:20 uur die dag meldde Luitenant Corrigan de aankomst van zijn eenheid bij de Artillerie Commandopost van de Divisie.
Colonel F. March beval Corrigan om de volgende morgen naar het aan de spoorlijn voorbereide veld bij de d'Almarasweg te gaan. Ten gevolge van grondmist kwamen zij daar wat later dan gepland aan. De volgende groep van 5 vliegtuigen kwam een dag later.
Bij de vliegtuigen behoorde een onderhoudsgroep die bestond uit mecaniciens en helpers in jeeps en een halftons vrachtauto met een gasoline trailer. Zij reden in konvooi door de corridor, die herhaaldelijk door Duitse aanvallen geblokkeerd werd. Daardoor kwamen zij pas 23 september op hun tijdelijke basis.
Naast het veld stond nog steeds de gestrande Duitse trein, die aan de vliegers en ander medewerkers een betrekkelijk gerieflijk onderkomen verschafte. In een verslag van lt Albert Boulanger wordt melding gemaakt van twee groepen van 5 vliegtuigen. Op het veld aan de spoorlijn zijn door mij nooit meer dan vijf toestellen gezien. Waar die tweede groep gebleven is, is niet bekend.


Fig. 6 Piper L-4 op het vliegveldje. Op de achtergrond de gestrande Duitse trein

5. Verkenningen rond Nijmegen

De luchtwaarnemers, die de vliegers op hun missies vergezelden, waren afkomstig van de artillerie-afdelingen van de 82e divisie. De waarnemers behoorden tot de 376th en 456th Parachute Field Artillery Battalion en de 319th and 329th Glider Field Artillery Battalion.
Bij het observeren van de vijand is het de bedoeling dat het vliegtuig zoveel mogelijk buiten het zicht van de vijand blijft door laag te blijven vliegen. Uitsluitend voor het observeren van vijandelijke stellingen wordt zo kort mogelijk naar grotere hoogte gegaan.
De waarnemer moet een goed orientatievermogen hebben en in staat zijn om de exacte plaats van vijandelijke stellingen in kaart te brengen.
Die gegevens worden doorgegeven aan het vuurregelingscentrum van de Artillerie-afdelingen.
Om de weg naar de thuisbasis terug te vinden was niet zo moeilijk. Komende vanaf de frontlijn hoefde men alleen de spoorlijn van Kleef naar Nijmegen te volgen in de juiste richting.
De frontlijn van de 82e Airborne divisie en de inmiddels aangekomen Britse eenheden stonden dus onder constante dreiging van Duitse aanvallen. De geallieerden werden in hevige mate gehinderd door continue beschietingen van de gebieden uit oostelijke en zuidoostelijke richting van Groesbeek.
Met de komst van de L-4's beschikte de 82e over de mogelijkheden om op basis van waarnemingen met verkenningsvliegtuigen hun artillerie effectiever in te kunnen zetten bij het waarnemen van vijandelijke activiteiten. Hierdoor kon men effectieve tegenmaatregelen nemen. De Piper Cubs vlogen hiervoor aan bevriende zijde op een hoogte tussen 400 en 1400 feet langs de frontlijn en bij verdachte situaties ook wel verder vijandelijk gebied in.
De bewegingen van deze verkenners bleven niet onopgemerkt bij de Duitse troepen in en om het Reichswald.
Als de vliegtuigen aankwamen was er geen beweging of geluid in de goed gecamoufleerde Duitse stellingen, want als dat wel het geval zou zijn, volgden enige tijd later nauwkeurige beschietingen door de geallieerden.
Gedurende de hele periode dat de 82e Divisie rond Nijmegen was gelegerd, werden als het weer dit toeliet dagelijks meerdere vluchten gemaakt en waarnemingen gedaan.

6. Aanvallen door vijandelijke vliegtuigen

Om deze voor de Duitse stellingen ongewenste bezoekjes te stoppen werd een aantal malen door meerdere Duitse Messerschmitts jacht gemaakt op de naar hun basis terugkerende Piper Cubs. De Duitse jachtvliegtuigen waren uitstekend bewapend en vlogen met hoge snelheid en waren eigenlijk geen partij voort de simpele langzaam vliegende Pipers.


Fig 8. Duits jachtvliegtuig Messerschmitt ME-109 (BF109)
Maximum snelheid 400 km/uur, hoogtebereik 6000 m, twee mitrailleurs in de vleugels

Op 26 september vielen een aantal Messerschmitts ME-109 een terugkerende Cessna aan. De piloot lt Gargilietti maakte draaiende en uitwijkende bewegingen met zijn vliegtuig om de kogelregen te ontwijken maar vlak voor de landingsbaan viel het vliegtuigje in de bomen van de tuin van de Nebo. De bomen braken de val, maar de Cessna was compleet vernield. Piloot en waarnemer (lt Aiken) overleefden de val maar werden zwaar gewond naar het klooster Berchmanianum gebracht dat als Hospitaal voor de 82e AA was ingericht.
In de kroniek van het Neboklooster wordt op 29 september vermeld: "In de tuin van de Nebo vinden we het wrak van een klein verkenningsvliegtuig, waarschijnlijk is het bij het dalen in een van onze appelbomen neergekomen. Het vliegveld voor deze verkennertjes ligt langs de spoorbaan tussen Sionsweg en de d'Almarasweg."
Over de oorzaak van de crash wordt niet gerept.
In de aantekeningen van pater van Driel "De Nebo in de laatste dagen van de Tweede wereldoorlog" wordt op 26 september vermeld: "Weer verschillende luchtgevechten, 15 vliegtuigen neergeschoten". Of deze L-4 daarbij hoorde is niet duidelijk.


Fig. 9 Een taxiënde L-4, op de achtergrond de Nijmeegsebaan

Enige dagen later waagden twee dochters van de familie ten Horn wonend op de Sionsweg nr. 3 zich in de tuin van het Neboklooster en bezichtigden het verongelukte vliegtuigje dat verwrongen deels boven de grond lag. De meisjes waren verbaasd dat zo'n combinatie van stangen en canvas had kunnen vliegen, zij waren onder de indruk van dit Amerikaans vernuft.
Op 21 oktober vielen 3 ME-109s de L-4 van Lt Garard aan. Het vliegtuig werd geraakt maar niet vernietigd. Grondtroepen konden een van de aanvallende vliegtuigen neerschieten, waarbij de Duitse piloot Ofw. H.Teilken om het leven kwam. Het vliegveldje aan de d'Almarasweg werd ondanks Duitse beschietingen druk bezocht door de buurtbewoners en vliegtuigliefhebbers. Om de verkenningseenheid te beschermen tegen verdere Duitse luchtaanvallen werd begin oktober op twee plaatsen Engels luchtdoelgeschut (Anti Aircraft gun 40 l 60) geplaatst die een maand later door een Canadese eenheid werd afgelost.
Een van die stukken luchtdoelgeschut stond op de hoek van de huidige Pauluslaan en Koning Davidlaan.
De waarnemingen van deze verkenners konden in enkele gevallen ook paniek bedwingen. Een bijvoorbeeld: door burgers werd een grote hoeveelheid Duitse tanks en infanterie gerapporteerd die uit de richting Zyfflich zou komen. Lt Hathaway en zijn waarnemer lt Walsworth vlogen in die richting en zagen slechts vijf tanks. Vervolgens werden die door de geallieerde luchtmacht aangevallen. Paniek werd voorkomen omdat de juiste proporties van de gerapporteerde Duitse eenheden konden worden waargenomen.
Lt Hathaway vloog met zijn collega Boulanger gedurende deze periode bij Nijmegen meer dan vijftig missies.

7. Vertrek van de Air Observer vliegtuigen

Op 14 November 1944 verlieten alle L-4's de airstrip en vlogen in formatie terug naar Brussel (zie 7 op routekaart) om er te tanken. Vandaar naar Maubeuge (zie 8) aan de Belgisch/Franse grens ten zuiden van Charleroi. Daar werd overnacht. Vervolgens werd doorgevlogen naar Suippes (zie 9) in het departement Marne. Er werd een nieuwe airstrip aangelegd op een terrein waar in de eerste wereldoorlog vier dorpen geheel waren vernield. Hier werd begonnen met het trainen van nieuwe luchtwaarnemers ten behoeve van komende operaties. Ruim een maand later startte het Duitse Ardennenoffensief, waarbij ook de 82e A.A. werd ingezet om de aanvallers te stoppen.
De winter 1944-45 was lang en streng. Gedurende die periode was het vliegveldje ongeschikt om te gebruiken. Een 2-motorig toestel heeft in de lente van 1945 nog een keer gebruik gemaakt van het vliegveldje aan de spoorlijn. Het is niet bekend om welk type toestel het ging en of het een geplande of een noodlanding was.


Fig. 10 Piper L-4 Cup op het vliegveldje d'Almarasweg

8. Wat na de oorlog met het terrein gebeurde

In 1946 werd het terrein weer voor landbouw geschikt gemaakt. Op de luchtfoto die bij de opening van het instituut St. Henricus gemaakt is zijn nog sporen te zien van het kleine vliegveldje.


Fig. 11 In het verlengde van de startbaan zijn de bomen langs de Panovenlaan verwijderd en tot het rijtje gebouwen in Henricus staat nu jonge aanplant dennen

In de tachtiger jaren legde de Hockeyclub NMHC in het dichtst aan de d'Almarasweg gelegen terrein een kunstgrasveld aan dat op 12 december 1984 werd opgeleverd. De Erven Terwindt, eigenaar van een groot deel van het sportterrein, ontwikkelden rond 1990 plannen voor bebouwing van grote delen van het landgoed en wilden daarom het huurcontact met NMHC niet verlengen.
Daardoor wilde NMHC en partners niet investeren in een broodnodig 2e kunstgrasveld.
De gemeente Nijmegen kocht in 1994 de monumentale boerderij "De Drie Huizen" en enkele jaren later voor een aanzienlijk bedrag de rest van het landgoed.
Medio 1999 verhuisde NMHC naar de overzijde van de spoorlijn en werd het oude hockeyveld geschikt gemaakt voor de voetbalclub Orion en de tennisclub Nijmegen-Quick. Hierbij werd het sportterrein flink uitgebreid en grote delen van het vroegere vliegveldje werden voetbalveld.

9. Vliegveld "de Kluis"

In Malden werd in februari 1945, ten behoeve van de operatie Veritable en Varsity, een vliegveld aangelegd, bekend als de Kluis/B91 en geschikt voor zwaardere en snellere gevechtsvliegtuigen. Vanaf dat veld opereerden niet alleen Typhoon en Tempest jagers maar in een later stadium ook Gloster Meteors. Dit waren de eerste Engelse straaljagers in actie op het Europese vasteland. Het vliegveld in Malden is enkele maanden in gebruik geweest.

10. Onderscheidingen

Op 30 januari 1945 werden aan de 1ste luitenant vliegers Hathaway en Boulanger de hoge US onderscheiding "the Air Medal" toegekend. Naast het succesvol uitvoeren van meer dan 35 verkenningsvluchten werden ook de aanvallen door vijandelijke vliegtuigen vermeld. Daarnaast kreeg ook de Elt A. Walsworth, Observer bij het 376 PFAB, deze onderscheiding.

11. Bronnen

1.Air Op, the Flying Eyes of the artillery
2.Advanced Landing Ground Wikipedia
3.File Royal Airforce Command
4.Van Heilig Woud tot Heilig Land
5.Brief L.A. ten Horn. 06-03-2009
6.Brief A.W. Kuiken 17-02-2009
7.Brief Dr. Nick Lambrechtsen, New Zealand 11-06-2011
8.Taak van een artillerie waarnemer. Teun de Groot, sept. 2009
9.NMHC 1906-2006
Foto's: Jan Plomb, Frans Geertsen en Ray Willems.

terug naar Gastredactie-overzicht

Reactiepagina
Reactie 0:

Frans Geertsen, 27-01-2017: Het vergeten vliegveldje aan de spoorlijn
Reactie 1:

Nick Lambrechtsen, 28-01-2017: Beste Frans,
Dat vergeten oorlogsvliegveldje bij Brakkenstein heette 'Nijmegen 66', die informatie is gebaseerd op het Engelse boek "RAF Squadrons - a comprehensive record of the movement and equipment of all RAF squadrons and their antecedents since 1912" door Wing Commander C G Jefford MBE RAF, gepubliceerd door Airlife England 1988, ISBN 1853100536. Het vliegveldje werd gebruikt door de 653, 660 en 662 RAF squadrons, zie p. 169, en map [kaart] 14 en p. 215. Ze gebruikten allemaal Auster V vliegtuigjes. Het waren allemaal Air Observation Post squadrons.

"Nijmegen 66" werd gebruikt door
653 van 7-18 oct 1944
660 van 9 nov 44 - 23 feb 1945
662 van 19 sep - 9 nov 1944
zie p. 102-104

In mijn Engelse verhaal over de Ivan William Cain crash, schreef ik het volgende [op p. 20]:
Mr [Antoon] van Driel’s description of the crashed plane and the absence of a part number on the little wheel have cast some doubt on the type of plane, since a Typhoon weighs some 5,000 kg, and is thus unlikely to have "hung among tree branches". Mr Arjen Kuiken has investigated this incident, and has concluded that Mr van Driel described a light reconnaissance plane, and not W/O Cain’s Typhoon. The light reconnaissance plane was a Piper Cub L4 Grasshopper of the US 456th Parachute Field Artillery Battalion which crashed among trees near the NEBO on 26 September 1944 as it came in to land. It had been shot at by four [!!] Messerschmitt Bf 109's . The pilot Lt. Gariglietti and his observer Lt. Aiken, were badly wounded. This was a lightweight spotter plane, consisting of "rods and cloth" that would have used the nearby temporary airstrip "Nijmegen 66". I have photos of such Piper Cubs on that airstrip, thanks to Mr Kuiken.

The crash of this light reconnaissance plane is also confirmed in the "Kroniek van de Nebo" [the Chronicles of the Nebo] which have been typed out by Ms Marin Been, and are now accessible on the website www.noviomagus.nl . Page 236, 29 September 1944, reads [translated]:
In the Nebo garden, we find the wreckage of a small reconnaissance plane; it probably crashed into one of our apple trees during its descent. The airstrip for these little planes is along the railway line between the Sionsweg and the D’Almarasweg.
This airstrip was "Nijmegen 66". On page 237, 1 October 1944, it reads [translated]:
The next day we took the steel steering cables from the wreckage of the plane in our garden, and made them into a perfect bell rope.
It was probably during the removal of these steel steering cables that Mr Antoon van Driel also removed "the little wheels".

Hopelijk helpt dit allemaal. Kennelijk werd het vliegveldje ook gebruikt door Amerikaanse verkenners, maar in hoeverre dat was, heb ik niet onderzocht. Als ik je nog verder kan helpen, hoor ik dat graag.

Groeten vanuit NZ, Nick Lambrechtsen
Reactie 2:

Ton Leenders, 28-01-2017: Interessant artikel over een redelijk onbekende tak van de militaire luchtvaart.
Enkele opmerkingen: de afkorting A.L.S. staat voor Advanced Landing Site.
In hoofdstuk 6 staat een afbeelding van een Messerschmitt Bf-109E3 of E4. Dit type werd in de nadagen van WW2 ZEKER niet gebruikt in de frontlinies. Waarschijnlijk waren de bedoelde Messerschmitt's van het type Me-109G of 109K.

Redactie: We vonden ook ergens de afkorting A.L.F. (..Field). Was er verschil tussen de 3 vliegvelden (ALF ALG ALS) of maakt dat allemaal niet zoveel uit?
Ton: Er waren diverse begrippen, die vaak door elkaar gehaald worden; F staat voor FIELD, meestal een bestaand vliegveld dat in gebruik werd genomen. G staat voor Ground, meestal voor grotere vliegtuigen. Denk aan transport toestellen of bommenwerpers, terwijl S voor SITE staat. De laatste werd meestal voor kleine, eenmotorige vliegtuigen gebruikt, zoals onder andere in het artikel verteld wordt.
Reactie 3:

Felix de Klein, 05-02-2017: In de kloostertuin van de Nebo heb ik in het verleden met een metaaldetector een groot gat gevonden vol met wrakstukken van een toen der tijd voor mij onbekend vliegtuigje. Na dit verhaal gelezen te hebben kan het bijna niet anders als het om de neergestorte Piper Cub L4 gaat die op 26 september hier verongelukte.
Reactie 4:

Arjen W. Kuiken, 06-02-2017: Beste Frans en Nick,

Het interessante artikel van Frans Geertsen en de reactie hierop van Nick Lambrechtsen, noodzaakt mij even reageren. Of de vliegstrip langs de spoorbaan bij Brakkenstein “Nijmegen 66” werd genoemd, kan ik niet beoordelen. Het boek waaruit deze informatie komt, ken ik niet. Wel is het vreemd dat ons aller Google geen enkele reactie geeft op een vraag over “Nijmegen 66”.

Wel weet ik dat de zaken die in het boek vermeld staan over de Britse AOP squadrons 653, 660 en 662, niet juist zijn. De genoemde squadrons waren gestationeerd op een vliegstrip langs de Rijksweg bij Malden en nooit op “het vergeten vliegveldje aan de spoorbaan”.
Al op 19 september 1944 arriveerden de eerste Auster verkenningsvliegtuigen van het 662 AOP squadron RAF (gelijk met komst van de Britse Guards Armoured Division in Nijmegen). De vliegstrip werd door de Britten “Kluis” genoemd, of “Malden” of kortweg “Nijmegen”. In en rond Nijmegen werd nog zwaar gevochten. De Austers werden volop ingezet. In oktober werd het 653 AOP squadron op “De Kluis” gestationeerd. Kort daarop werd het 662 squadron afgelost door het 660 squadron. Op 8 februari 1945 startte Operatie Veritable. De Austers ondersteunden de Britse artillerie waar ze konden. Begin maart was de strijd in het Rijnland gestreden en 660 squadron verliet de vliegstrip en werd naar Duitsland overgeplaatst.

“Het vergeten vliegveldje aan de spoorbaan” is louter en alleen gebruikt door Piper L-4 Grasshopper verkenningsvliegtuigen die tot de 82nd AB Division hoorden. De “L” in de benaming staat voor “Liaison” = “verbinding”.

Hoe ging het verder met de vliegstrip bij Malden?
Al in begin februari 1945 was besloten de simpele vliegstrip om te bouwen tot een echte Avanced Landing Ground (ALG). Slechte wegen, weigering van bewoners wiens woningen moesten worden afgebroken om te vertrekken, vertraagden het project. Uiteindelijk lukte de aanleg in drie weken. ALG B.91 (Kluis) was operationeel.
Op 17 maart werden testvluchten uitgevoerd en op 20 maart landden de eerste Typhoon jachtbommenwerpers . . .

Nog even iets over “het vergeten vliegveldje aan de spoorbaan”. In een artikel over de vliegstrip staat:
The airstrip was about 500 yards long. There were some trees at one end of the strip where L-4s were parked. In a later stage of the operation, engineers bulldozed the trees down.

Het resultaat zien we op onderstaande foto (1949).

Reactie 5:

Frans Geertsen, 06-02-2017: Geweldig de reactie die via jullie site binnenkomen. De extra informatie is nog niet zover dat we een een 2e versie van het verhaal kunnen maken. Er blijven nog steeds vragen:
1. Waar bleef de 2e shift die een dag na nr 1 uit Engeland vertrok? Wij hebben nooit 10 vliegtuigen gezien.
2. Inmiddels vraag ik me af waarom de Britten claimen dat ook gebruikt te hebben terwijl dat niet zo is.
Enz.
Bedankt voor de reacties.
Reactie 6:

Rob Essers, 07-02-2017: Wat was de precieze locatie van het vergeten vliegveldje? Bij Fig. 3 Detail van een Amerikaanse stafkaart met ingeplot de locatie van het vliegveldje ligt de airstrip (vrijwel) geheel ten noorden van de Panovenlaan. Op de luchtfoto uit 1949 is te zien dat ten zuiden hiervan rigoureus gekapt is. De ontboste strook eindigt bij Panovenlaan 25 (bouwjaar 1975). In de onmiddellijke nabijheid van de d'Almarasweg zijn daarentegen geen sporen van de landingsbaan te herkennen.

Op basis van de luchtfoto heb ik de indruk dat Panovenlaan 1A en 3 (bouwjaar 1966) op de landingsbaan zijn gebouwd. Dat sluit mijns inziens ook beter aan bij het citaat "There were some trees at one end of the strip where L-4s were parked. In a later stage of the operation, engineers bulldozed the trees down." Er is ook een nieuwe ontsluitingsweg vanaf de Sionsweg (tegenover de Biesseltsebaan) zichtbaar. De naam Panovenlaan is overigens pas op 11 mei 1966 door de gemeenteraad vastgesteld.
Reactie 7:

Frans Geertsen, 07-02-2017: Het veldje begon onmiddellijk aan de d'Almarasweg. De foto's die ik meer dan 10 jaar geleden van Jan Plomp heb gekregen bewijzen dat: vliegtuigjes die staan voor de gestrande Duitse trein. Het bosperceel zuidelijk van de huidige Panovenlaan is ook gekapt, ik weet echter niet wanneer. De huidige bomenrij aan de Panovenlaan laat nog duidelijk zien wat de oude en nieuwe laanbeplanting was. Op de d'Almarasweg werden vrijwel onmiddellijk 3 of 4 bomen dicht bij de spoorwegovergang gekapt. Een luchtfoto uit 1945 zou een oplossing kunnen bieden, maar die heb ik niet.
Reactie 8:

Nick Lambrechtsen, 09-02-2017: Dit is een reactie op Reactie 4 van Arjen Kuiken, 6 feb 2017.

Veel dank voor je uitgebreide informatie die uit het boek "Vliegvelden in oorlogstijd" van Peter Grimm, Erwin van Loo en Rolf de Winter blijkt te komen. Ik kreeg de betreffende pagina 417 van Jaap Been. Hij heeft Kluis B91 heel uitvoerig onderzocht en beschreven. Hij interviewde Bart Jansen in maart/april 1996 en Toon van der Cruijsen in februari 2001, maar zij geven niet aan dat de Britten al op 19 september 1944 een vliegstrip maakten voor lichte vliegtuigjes. Was er een voorganger van Kluis B91 die in het boek van Jefford “64-B91 Kluis” wordt genoemd? Zie pagina 214 met ‘Map 14’ en de uitleg op p. 215 met de nummers van alle Engelse vliegvelden en -veldjes in het boek:

"RAF Squadrons: A Comprehensive Record of the Movement & Equipment of all
RAF Squadrons and their Antecedents since 1912" by Wg Cdr C G Jefford MBE
RAF, first published in 1988 by Airlife Publishing Ltd, Shrewsbury, England, ISBN 1 85310 053 6.

Dit boek is zeer te vergelijken met het boek "Vliegvelden in oorlogstijd", maar het wordt daar alleen maar vermeld als ‘passim’. Van Jaap Been ontving ik een kaart van Nijmegen en omgeving met de drie AOP strips erop aangegeven. De locaties van de 3 strips op die kaart komen overeen met Map 14 in Jefford’s boek. Daar wordt “Nijmegen 66” aangeduid als ten westen van het station in Nijmegen, dus misschien een strip die in “Hatert” geweest moet zijn, of was het een strip ten noorden van de Waal, maar waar precies? De strip “Berg en Dal 65” wordt aangeduid op de locatie van “Het vergeten vliegveldje aan de spoorbaan”, maar omdat de Amerikanen en de Engelsen zelden samenwerkten over vliegveldjes, vraag ik weer ‘waar was het nou precies’? Bovendien geeft Frans Geertsen heel overtuigend aan dat hij alleen maar Amerikaanse vliegtuigjes zag op dat vergeten vliegveldje.

Dus "Het vergeten vliegveldje aan de spoorbaan" van Frans Geertsen is opgelost, maar niet dat van “Nijmegen 66” en de twee andere strips die door de Engelse AOP werden gebruikt in de omgeving van Nijmegen.

Volgens pagina’s 103-104 van Jefford’s boek gebruikten de volgende AOP squadrons “Nijmegen 66”:
653 RAF squadron van 7-10-1944 tot 18-10-1944. Toen naar “Hoeven 71” en daarna “Dinther 72”.
662 RAF squadron van 19-9=1944 tot 9-11-1944. Toen naar Beek [?] en toen naar “Bourg Leopold 91”.
660 RAF squadron van 9-11-1944 tot 23-2-1945. Toen naar “Reichswalde 63”.

Dit klopt wel ongeveer met het boek "Vliegvelden in oorlogstijd", p. 417

Helaas bezit ik geen exemplaar van Jefford’s boek en zal naar de bibliotheek moeten gaan voor verder onderzoek.

Mijn contact met de Engelse AOP Officers’ Association leverde weinig op in 2007/8. Major John Dicksee schreef: “A 662 Squadron report stated that ‘the whole squadron was in the Nijmegen area (in Sept-Oct ’44) with A and C flights north of the river [Waal?] and B flight and SHQ to the south’”. En “an airstrip of 250 yards would be enough in open country for Austers”. The archives of the Museum of Army Flying at Middle Wallop have some information about locations [of AOP strips] but usually give only place names and no details such as grid coordinates.
Reactie 9:

Arjen W. Kuiken, 10-02-2017: Spotterplane Airstrip, Amerikaans of Engels?

In reactie 5 vraagt Frans Geersten zich af waar de 2e groep van 5 Piper L-4 Grasshoppers, bestemd voor de 82nd AB Division, uiteindelijk zijn gestationeerd. Er waren er immers 10 uit de UK vertrokken en er zijn er slechts 5 op de airstrip bij de Nebo waargenomen. Misschien geeft het volgende verhaal de oplossing (ingekorte tekst uit het boek "Neerbosch, toen ik er nog woonde" van Ton Pauls uit 1983, blz. 154).
Op het adres Lindenhoutseweg 67 stond de kapitale boerderij van Piet en Gradus Pansier, twee broers. De boerderij was 50 ha. groot. In 1943 werd het woonhuis door blikseminslag getroffen en brandde geheel uit. Zes jaar lang huisde de familie in een noodwoning, maar in 1949 kon men eindelijk het nieuwe woonhuis betrekken.

Achter de boerderij, even over de wetering, lag in de oorlog een vliegveldje voor de Amerikanen. De startbaan was aangelegd van vliegveldgaas. Dit gaas was nog jaren in gebruik voor o.a. het afrasteren van varkensparken.

In 1960 werd de boerderij aan de Gemeente verkocht. In dat zelfde jaar overleed Piet. Zijn broer Gradus bleef er nog enkele jaren wonen. Het pand kende nog enige tijdelijke bewoners tot dat het uiteindelijk in 1979 afgebroken werd.

Het interessante aan dit verhaal is, dat er gesproken wordt over een "vliegveldje voor de Amerikanen". De schrijver van het verhaal moet tijdens zijn interviews onder de bewoners dit opgetekend hebben. Men sprak dus over "Amerikanen" en niet over "Engelsen".

Foto van 12 september 1944. De Lindenhoutseweg loopt van ZO naar NW. De boerderij Lindenhoutseweg 67 ligt links van de weg in de grote boomgaard. Op de smalle rechte reeks landerijen, direct links van de boomgaard, werd enige dagen later de airstrip aangelegd.

Ik heb mijn uiterste best gedaan een luchtfoto te vinden die gemaakt is in de tijd dat de L-4's rond Nijmegen gestationeerd waren (21 september - 14 november 1944).
Het is me niet gelukt.

Toch bestaat er een foto waarop de airstrip langs de Lindenhoutseweg afgebeeld staat, inclusief vliegtuigen. Deze is van een latere datum. Gevolg: De L-4's waren weg, dus het moeten wel Engelse toestellen zijn . . . Austers op de "Amerikaanse" airstrip? Zou zo maar kunnen. Verdere gegevens zijn niet bekend.

Foto van 5 januari 1945. Het vriest flink. Veel ijs in het kanaal.
Een flinke uitvergroting laat tenminste 1 Auster (?) zien.
De airstrip liep ongeveer op de plaats waar nu de Binderskampweg loopt.

Foto van 14 januari 1945. Het heeft gesneeuwd op de Airstrip.

Reactie 10:

Dirk J. Grul, 14-02-2017: Als je op "Google" het volgende invult : "De Kluis Malden" dan krijg je een aantal website's te zien met foto's en verdere gegevens.
Zelf kan ik het me nog goed herinneren dat de Gloster Meteor hier vandaan opereerde en de landings/startbaan bedekt was met die groene PSP planken.
Op www.strijdbewijs.nl is te zien hoe een vliegveld met matten en PSP werd aangelegd.
Reactie 11:

Frans Geertsen, 15-02-2017: Beste geïnterresseerden in het verhaal van het "Vergeten Vliegveldje".
Arjan Kuiken heeft in zijn reactie nog een 2e vergeten vliegveldje ontdekt.
Geweldig, de gaten in de informatie worden steeds kleiner, maar ze zijn er nog wel. Allemaal bedankt.
Reactie 12:

Henk Termeer, 19-02-2017: Via Anne-Marie Jansen van het Van 't Lindenhoutmuseum ontving ik bijgaande reactie van getuige, destijds pupil van de Weesinrichting Neerbosch, Piet de Ruijter. Zijn verhaal en de foto's die Arjen Kuijken opstuurde, maken het heel aannemelijk dat deze Neerbossche airstrip de door Nick Lambrechtsen uit het boek van Jefford geciteerde airstrip “Nijmegen 66” was, want deze ligt inderdaad pal ten westen van het station in Nijmegen:
"Er lag een vliegveldje tussen Weurt en de Weesinrichting Neerbosch bedoeld als artillerie waarneming, voor de zware artillerie batterij die daar ook stond, Dat gaat als volgt; een stuk schiet een granaat af volgens berekeningen op een kaart; uit het waarneming vliegtuigje wordt gekeken hoever de granaat van het doel valt; dat wordt dan gecorrigeerd uit het vliegtuigje tot het vuur goed op het doel ligt. Als dat goed is wordt, afhankelijk van de grootte van het doel met meerdere kanonnen geschoten dan een of meer granaten. De Engelsen hebben daar vandaan duizenden granaten af geschoten richting Betuwe en Arnhem.

Daarnaast werd de airstrip ook gebruikt voor post en gewonden vervoer naar Engeland, kennelijk ook voor belangrijke personen waaronder Montgomery. Ik heb hem met eigen ogen gezien bij het verlaten van de filmzaal, alle voertuigen die op het terrein stonden moesten worden schoongemaakt, en op het schoolplein is een inspectie van de troepen gehouden, maar dat is niet aan de grote klok gehangen uit veiligheidsoverwegingen, dit voor de besprekingen begonnen in de filmzaal."
Reactie 13:

Marcel Degen, 19-02-2017: 7 luchtfoto's en een overzichtskaartje bij het artikel van Frans Geertsen.

Op #1 t/m #5 is nog niets te zien van activiteiten zoals bomenkap of grondverzet.

Op #6 is duidelijk te zien dat er grondverzet en/of egalisering heeft plaatsgevonden. Op deze foto is ook duidelijk de lange stilstaande trein te zien.

Op #7 zijn grote stukken bos ten Oosten van de spoorlijn verdwenen. Aan weerszijden van het meest zuidelijke gedeelte van airstrip zijn om de 20 à 30 meter sleufvormige ingravingen te zien.
Ik vermoed dat dit schuilnissen zijn want ik vind ze nogal groot voor schuttersputten.

#8 is een uitsnede van Amerikaanse topografisch militaire kaart uit 1943. Hierop een overzicht met gekleurde kaders die verwijzen naar locaties en datums van de 7 bovenstaande luchtfoto's.


#1 27-05-1944


#2 20-06-1944


#3 12-09-1944


#4 19-09-1944


#5 02-10-1944


#6 06-02-1945


#7 22-02-1945


#8 overzicht

#8 USA kaart 1943
Reactie 14:

A. Tesser, 13-04-2017: Wat een interessant artikel! Zeker met de waardevolle reacties erbij!

Als Piper Cub vlieger wil ik toch een kleine correctie toevoegen: voor zover mij bekend heeft Cessna nooit wat te maken gehad met de Piper vliegtuigfabrieken.
De L-4 is ontwikkeld door de Taylor Aircraft Company tot deze werd overgenomen door Piper in 1938. Vanaf dat moment zijn het Piper L-4s. De kisten die aan de d'Almarasweg opereerden zijn dus zonder uitzondering Piper L-4's.

Overigens bestaat er een Amerikaanse site waar ook veel info over deze 'flying observers' op staat: warfarehistorynetwork.com
Reactie 15:

Nick Lambrechtsen, 15-04-2017: Het zou fantastisch zijn als er een soortgelijk Engels/Brits website was voor de 'flying observers', de AOP squadrons. Ben het nog niet tegengekomen. Er is wel een AOP Association, maar zover ik weet, hebben ze geen website. Zie mijn reactie 8 hierboven.
Reactie 16:

Dick Jacobs, 15-04-2017: Hierboven lees ik iets over de Messerschmitt. Ik herinner me als de dag van gisteren dat deze vliegtuigenbij het overvliegen een afschrikwekkend jankend geluid maakten.
Op een dag reed mijn vader op zijn fiets, met mij achterop, over de Driehuizerweg. Er kwam een Messerschmitt overvliegen. Ik keek omhoog en lette even niet op. Hierdoor kwam ik met mijn linkervoet tussen de spaken van mijn vader's fiets. Als ik nu naar mijn linker enkel kijk, zie ik daar nog steeds een litteken van die gebeurtenis.
Reactie 17:

Arjen W. Kuiken, 15-04-2017: een filmpje over de fabricage van een Piper J-3. Weliswaar geen Piper L-4 Grasshopper, maar model en constructie zijn (behoudens enkele details) identiek.
Reactie 18:

Frans Geertsen, 17-04-2017: Hr. Tesser, bedankt voor de tip naar de Amerikaanse site. Die kende ik niet. Veel van de gegeven informatie wist ik al uit ander bronnen. Maar ook hier wordt het raadsel van de 10 vliegtuigen die uit Engeland en later uit Leopoldsburg vertrokken en de 5 die operationeel waren op de landingsbaan bij de spoorweg niet opgelost. Waar bleven de andere 5???? Een van de vliegers actief vanaf het veldje bij de spoorweg kwam wel uit de 2e shift.
Wie het weet mag het zeggen.
Reactie 19:

Arjen W. Kuiken, 18-04-2017: De Piper L-4 had ook zijn eigen lied: The Grasshopper Song:

Over clouds, under wires
to hell with landing gear and tires
We're the eyes of the artillery . . .

In and out through the trees
we're as hard to find as fleas
We're the eyes of the artillery . . .
Reactie 20:

Arjen W. Kuiken, 24-04-2017: Frans Geertsen schrijft in zijn verhaal:

Zij kwamen op 21 september aan in het operatiegebied van de 82nd Airborne Division. De hoofdweg waarop zij zouden landen, stond al vol met voertuigen van het Britse 30ste Legerkorps. De chauffeurs dronken hun thee. De vliegtuigjes landden toen maar op een veld langs de weg bij Heumen.

Dit “veld langs de weg” was de Britse Air Op strip van XXX Corps, gelegen op kaartcoördinaten 686538 van de US ARMY Map / Sheet 12NW Groesbeek.
De positie van de Airstrip komt uit een rapport van 82nd Divisional Artillery (March).


Foto van 19 september 1944. Rechts ligt Heumen. De weg Overasselt-Heumen staat vol met voertuigen (zie de zwarte puntjes). De airstrip ligt parallel aan de Vosseneindseweg.

Reactie 21:

Arjen W. Kuiken, 25-05-2017:
Onderstaand artikel is een aanvulling op het verhaal 'Het vergeten vliegveldje aan de spoorlijn' uit januari 2017 (Gastredactie). De reacties die op het artikel volgden eindigden enigszins onbevredigend omdat het niet duidelijk werd waar de tweede vijf Air OP's waren gebleven. Vertrokken uit Engeland, maar waar naar toe? Dit dilemma bleef door mijn hoofd spelen en vroeg om een oplossing.
Geluk moet men hebben. Een bevriende relatie / mede WWII onderzoeker heeft mij een groot aantal officiële documenten betreffende de vier 'Field Artillery Battalions' ter hand gesteld. Een deel van deze documenten heeft betrekking op de Airstrip 'langs de spoorlijn'. Een geduldig napluizen heeft geresulteerd in de oplossing van het raadsel. Ik hoop dat diegenen die interesse in dit onderwerp hebben, tevreden zullen zijn.

Naamgeving
De airstrip was aangelegd op een terrein bestaande uit bouw- en grasland, gelegen tussen de d'Almarasweg en de Sionsweg, juist ten oosten van de daar lopende spoorlijn. (kaartcoördinaten 719594). In alle officiële Amerikaanse documenten heeft de airstrip GEEN naam of nummer aanduiding. Men spreekt over: Strip, Field, Airstrip, Airstrip Nijmegen of Nijmegen.

Piper L-4 Grasshopper
De 82nd Airborne Division met zijn vier 'Field Artillery Battalions' beschikte tijdens Market Garden over tien (10) Piper L-4s. Twee (2) L-4s bestemd voor elk 'Artillery Battalion' en twee (2) voor het overkoepelende 'Artillery Headquarters'.De standaard structuur was dat één van de twee HQ-toestellen een Stinson L-5 Sentinel was. Deze Stinson L-5 was veel comfortabeler dan een L-4 en diende gebruikt te worden voor liaison taken van het hogere militaire kader. Dit was bij de 82nd AB dus niet het geval. Samengevat:
Artillery BatallionsArtillery Headquarters
OPERATIONEELLIAISON
Piper L-4Piper L-4
8 x2 x
Nieuwe vliegtuigen
De 82nd Airborne Division keerde op 19 juli 1944 terug van het front in Normandië. De troepen gingen naar Utah-beach, waar grote L.S.T.'s (Landing Ship Tanks) op hen wachtten om ze naar Engeland te brengen. Zo ook de artilleriebataljons. De vliegtuigen van hun 'Air Sections' bleven achter. Reden? Te veel schade, gebrek aan onderdelen, tijd en vervoersproblemen. In Engeland werd de divisie, wat betreft manschappen en materiaal, weer op volle sterkte gebracht. De artilleriebataljons kregen nieuwe toestellen.

Identificatienummer
De Pipers L-4s van de 82nd Airborne Division hadden als identificatie: nummer '57', gevolgd of voorafgegaan door een 'letter', specifiek voor het betreffende toestel. Deze lettercode bestond uit de reeks A t/m K, waarbij de 'I' werd overgeslagen i.v.m. een mogelijke verwisseling met een '1'. De kentekens werden op beide zijden van de romp aangebracht. Ook werd op de onderzijde van de romp een wit streeppatroon aangebracht dat grote gelijkenis vertoonde met de z.g. "D-day stripes" of "Invasie strepen". Dit ter voorkoming van "Friendly Fire".

De 82nd Airborne Division Artillery
Deze stond onder bevel van Col Francis Andrew March. Ten tijde van Market Garden bestond deze 'Divisional Artillery' uit vijf bataljons. Twee Parachute Field Artillery Battalions (PFAB), twee Glider Field Artillery Battalions (GFAB) en één Anti Aircraft Battalion.
376th Parachute Field Artillery Battalion-LtCol Wilbur M. Griffith
456th Parachute Field Artillery Battalion-LtCol Wagner J. d'Allesio
319th Glider Field Artillery Battalion-LtCol James C. Todd
320th Glider Field Artillery Battalion-LtCol Paul E. Wright
80th Airborne Anti Aircraft Battalion-Col Raymond E. Singleton
(Het 80th Airborne Anti Aircraft Battalion speelt verder in dit artikel geen rol)

De piloten
De piloten waren artillerie officieren. Tijdens het begin van Market Garden waren dit:
Lt Albert M. Boulanger> 376th Parachute Field Artillery Battalion
Lt Iler M. Hathaway
Lt George W. Roberts> 456th Parachute Field Artillery Battalion
Lt John A. Gargilietti
Lt Wimberly M. Morgan> 319th Glider Field Artillery Battalion
Lt John H. Miller
Lt Robert N. Corrigan> 320th Glider Field Artillery Battalion
Lt Darwin P. Garard
Lt Carl Sauer> Divisional Artillery Headquarters
Capt John T. Lala (CO)
Op 26 juli 1944 reisden de piloten van de artilleriebataljons naar vliegveld Grove om hun toestellen op te halen. De regel was dat elke piloot zijn toegewezen vliegtuig voor de rest van de oorlog behield. De mannen waren ingekwartierd in een kamp, net buiten Market Harboro en de toestellen werden naar het dichtbij gelegen vliegveld Husbands Bosworth gevlogen. Vanaf dat moment werden er elke dag 'Observation Training Missions' gevlogen.

Naar Husbands Bosworth
Toen de "D-day" van Market Garden naderde, werden de piloten en hun waarnemers gelegerd op het vliegveld Husmands Bosworth. Klaar voor vertrek. Hier werd de totale groep gedeeld in twee groepen van vijf.

De eerste groep bestond uit:
Lt Corrigan, Lt Cargilietti, Lt Morgan, Lt Hataway en Capt Lala.
Lt Corrigan had de leiding over de groep. Capt Lala was de CO.

De tweede groep bestond uit:
Lt. Roberts, Lt Boulanger, Lt Miller, Lt Garard en Lt Sauer.
Lt Roberts had de leiding over de groep.

Vluchtschema's van beide groepen
Groep 1Groep 2
|Husbands BosworthHusbands Bosworth
|||
16 septHusbands Bosworth - Heston|
17 septHeston - St. Valery en Caux|
18 septSt. Valery - Brussel|
19 septBrussel|
20 septBrussel - LeopoldsburgHusbands Bosworth - Heston
21 septLeopoldsburg - HeumenHeston
22 septHeumen - NijmegenHeston
23 sept|Heston - Parijs
24 sept|Parijs - Brussel
25 sept|Brussel - Leopoldsburg
26 sept|Leopoldsburg - Eindhoven
27 septOperationele dagenEindhoven - Nijmegen
|53|
||Operationele dagen
||48
|||
14 novNijmegen - MaubeugeNijmegen - Maubeuge
15 novMaubeuge - SuippesMaubeuge - Suippes
16 novSuippes - SissonneSuippes - Sissonne
Enige toelichting bij bovenstaand schema:

· Groep 2 is wel degelijk naar Nijmegen gevlogen en ook actief ingezet !
· Groep 2 vertrok vier dagen later dan groep 1. Eén van de redenen was dat één van de piloten van de groep, was aangewezen om Generaal Gavin rond te vliegen om zijn troepen te inspecteren. De manschappen van de 82nd Airborne Division lagen verspreid over diverse vliegvelden. De rondvlucht vond plaats op 16 september en de morgen van 17 september.
· De twee groepen vlogen niet dezelfde route.
· Groep 1 kon op 19 september niet van Brussel vertrekken wegens te slechte weersomstandigheden.
· Groep 2 verbleef twee dagen extra op vliegveld Heston (Londen). Reden: ?
· Toen groep 2 in Nijmegen aankwam had groep 1 er al vijf operationele dagen opzitten.

Operationele dagen en inzetbare Piper L-4s.
· Op 23 september kwam groep 1 aan op de airstrip. Vier L-4s werden ingezet als operationele Air OPs ter ondersteuning van de 'Artillery Battalions' en één L-4 werd voor liaison taken gereed gehouden t.b.v. het 'Divisional Artillery Headquarters'.
· Op 26 september crashte Lt Gargilietti, na te zijn beschoten door Me-109s, in de bossen van de Nebo. De L-4 was total loss. Gevolg: er waren nog drie L-4s beschikbaar als Air OP.
· Dit veranderde op 28 september. Groep 2 landde op de airstrip. In totaal waren er nu zeven L-4s operationeel en twee L-4s als liaison toestel.
· Deze situatie duurde tot 6 oktober. Toen voldeed General Gavin aan een verzoek van de Britse strijdkrachten om troepen te leveren voor de strijd in de Betuwe. Hij stuurde het 319th GFAB. Deze ging vergezeld van twee L-4s met bemanning. Gevolg: Op de airstrip in Nijmegen bleven nog vijf L-4s operationeel en twee L-4s als Liaison toestel.
· Op 7 october besloot het 'Divisional Artillery Headquarters' om één van zijn L-4s af te staan. Resultaat: zes L-4s operationeel en één L-4 als liaison toestel.
· Deze situatie duurde tot 21 october. De L-4 van Lt Garard werd beschoten door Me-109s. Hoewel geraakt, slaagde Lt Garard erin zijn kist aan de grond te zetten. De L-4 was beschadigd, maar nog te repareren. Toch besloot men het toestel af te schrijven. Gevolg: vijf L-4s operationeel en één L-4 als liaison toestel. Deze situatie duurde tot aan het vertrek van de groep Air Ops op 14 november 1944.

Samengevat:
Van de in totaal 53 operationele dagen waren er inzetbaar:
DAGENOPERATIONEELLIAISON
341
231
872
152
1461
2551
Opmerkingen:
· Er was altijd maar één L-4 tegelijk in de lucht. Deze observeerde het gebied van alle FAB's.
· Er werd gevlogen van zonsopgang tot zonondergang in een strak schema.
· Later in de Market Garden periode vonden er enige mutaties plaats onder de piloten.
· De observers waren niet vast. De 'Artillery Battalions' wisselden vaak.
· Capt Lala van het 'Divisional Artillery Headquarters' en baas over de Air Ops en alles wat daartoe behoorde, vloog NOOIT operationele vluchten.
Reactie 22:

Frans Geertsen, 25-05-2017: Arjan, wat een geweldig speurwerk en daardoor bijzondere aanvulling op mijn publicatie. Hartelijk dank.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: