Kolping

© Dick Jacobs; Digitale bewerking 27-04-2017 Mark van Loon/Stichting Noviomagus.nl

KOLPING - Herinneringen aan de Katholieke Gezellenvereniging

door Dick Jacobs


De al veel jaren in gebruik zijnde Kolpingvlag.
Sommige leden droegen een speldje dat nagenoeg identiek was aan de vlag.

De oprichting van de Gezellenverenigingen en de Kolpinghuizen.
In de eerste helft van de negentiende eeuw werden vaklieden in Duitsland als volgt opgeleid: na een basisopleiding in hun vakgebied werden ze 'gesel' genoemd. Voor het verder voltooien van hun opleiding trokken ze, veelal lopend, door Duitsland van de ene 'meister' naar de andere.
Tijdens hun trektocht droegen ze speciale kleding en een rol waarin o.m. hun gereedschap zat.


Zo liepen de gezellen in Duitsland er destijds bij (nagespeeld)

Aan het eind van hun gezellentijd maakten de jongens een z.g. 'meisterstück'. Was dit werk naar behoren, dan mochten ze zich 'meister' in hun vakgebied noemen en konden ze zich als zodanig vestigen.
Tijdens hun reizen als gezel waren hun leefomstandigheden vaak erbarmelijk. Ook kwamen ze in aanraking met allerlei zaken die hen van het rechte pad konden brengen.
De in Keulen geboren Adolph Kolping (1813 - 1865) had, voordat hij aan zijn priesteropleiding begon, als hulp in een schoenmakerij gewerkt. Hij kende dus als geen ander het reilen en zeilen van deze jongeren. Daarom stichtte deze priester in of omstreeks 1850 gezellenverenigingen en daaraan verbonden Kolpinghuizen om deze jonge jongens op te vangen en daardoor te behoeden voor allerlei duivelse zaken. Het was dus specifiek bedoeld voor jongens en mannen.
In zijn sterfjaar waren er wereldwijd veel gezellenverenigingen en meer dan 400 Kolpinghuizen.
De hoofdzetel van Kolping is gevestigd in Keulen.
De Nijmeegse Kolpingafdeling.
Begin jaren vijftig maakte ik voor het eerst kennis met Kolping/Nijmegen, oftewel de Gezellen­vereniging. Door een vriend, Wim de Haan, werd ik op een zondagmiddag meegenomen naar de wekelijkse spellenmiddag. Ik vond het erg leuk en werd dan ook 'lid', hoewel je eigenlijk meer over 'bezoeker' kon spreken. Maar je hoorde er toch écht bij!
Het lidmaatschap bestond hieruit dat je je, elke zondagmiddag dat je kwam, meldde bij het tafeltje van meneer Hoogstraten om vijf cent (omgerekend naar nu ongeveer twee eurocent) af te rekenen.
Meneer Hoogstraten kon je nooit missen: een kleine, vriendelijke man, vaak heel ouderwets in het zwart gekleed met op buikhoogte op zijn vest een dikke horlogeketting. De fietsklemmen zaten meestal de hele middag om z'n broekspijpen.
 
Er was een duidelijk verschil met andere jeugdverenigingen, zoals de Verkennerij, Don Bosco, e.d.: de Gezellenvereniging was destijds ook in Nederland uitsluitend bedoeld voor werkende jongens en mannen. Leerplichtig was je tot je veertiende jaar, daarna gingen velen al aan het werk. Er werd achtenveertig uur per week gewerkt, ook nog op zaterdagmorgen.
Het was dus normaal dat alle activiteiten zich beperkten tot de zaterdagmiddag en -avond of de zondag.
 
Nog Niet Door Het Leven Geraakt als ik was, heb ik in mijn herinnering het ontbreken van meisjes op de club nooit gemist. We maakten ons op onze leeftijd drukker over het aantal straten en huizen dat we bij Monopoly konden kopen!
(Tegenwoordig gaat dit duidelijk anders: Enkele weken geleden deelde een achtjarig meisje, op de vraag van een journalist van de Volkskrant "Heb je verkering?", mee: "Nee, die heb ik twee jaar geleden uitgemaakt").
 
Als jongen interesseerde ik me niet voor bestuurlijke aangelegenheden. Ik neem dus voetstoots aan dat het bestuur ook uit alleen maar mannen bestond. Wij, als jongens tussen de ongeveer 14 en 21 jaar, hadden alleen maar te maken met meneer Hoogstraten en de praeses. Tijdens mijn lidmaatschap was pater J.R. Holtus s.j. (overleden in 1982) er praeses. Ook liep er wel eens een andere volwassene rond om de boel in de gaten te houden.
Door de Gezellenvereniging zijn vermoedelijk ook een woningbouwvereniging en een ambachtsschool gesticht. Ik zit hierdoor met veel vragen:
- Wie weet meer over bestuurszaken e.d.?
- Wat voor activiteiten waren er voor de volwassenen?
- Waren de Dr. Poelsschool en Woningbouwvereniging Kolping initiatieven van de Gezellenvereniging?
- Wat deed de vereniging nog meer voor de werkende mannen?
- Is de Gezellenvereniging tegenwoordig nog steeds alleen bestemd voor werkende jongens en mannen?
- Welke initiatieven bestaan ook nu nog?
 
Zoals gezegd konden we elke zondagmiddag in de benedenzaal terecht om verschillende spellen te doen. Er waren ook andere activiteiten.
Als je het gebouw binnenkwam zag je links een loket, waar o.a. kaartjes voor de zondagmiddagfilm werden verkocht. Boven in het gebouw was nl. een film- en toneelzaal.
Mijn vriend Wim en ik legden soms de inhoud van onze portemonnees op een hoopje om te kijken of we samen nog naar een film van o.a. de Dikke en de Dunne konden. De toegang bedroeg destijds de kapitale som van 25 cent (nu ongeveer 12 eurocent) per persoon.
 
Er ontstond soms uit het niets nieuwe initiatieven. Zo waren er nogal wat wandelliefhebbers. Dus werd er een wandelvereniging opgericht. Met deze Kolping-wandelvereniging heb ik veel marsen (zoals we dat toen noemden) meegelopen en is het wandelen me in de genen gaan zitten. Ook na mijn huwelijk en verhuizing naar Brabant heb ik het lopen in clubverband, als lid van de Ollandse Lange Afstandstippelaars (de OLAT), nog jarenlang volgehouden.
Tot mijn grote spijt moest ik in 2014, op achtenzeventigjarige leeftijd, met wandelen stoppen.
 
Ook ging ik wel eens in het Kolpinghuis kijken naar een voorstelling van toneelvereniging 'Sint Genesius' of 'Onderling Kunstgenot'. Uitvoeringen waarbij mijn oom Henk Jacobs nogal eens meespeelde. 'Sint-Genesius' was bij mijn weten ook een initiatief van de Gezellenvereniging.
Andere ruimten in het gebouw waren verder voor ons jongeren verboden gebied.
 
In de benedenzaal heb ik ook in die tijd een prachtig komisch Nimweegs verhaal horen voordragen door de onvergetelijke Rie Lauran; volgens mij familie van het gelijknamige Nijmeegse schildersbedrijf.
Jammer genoeg is Rie vrij jong gestorven. Zou de tekst van haar voordracht nog bestaan?
 
Op 23 augustus 1953 vierde het Kleefse Kolping, in aanwezigheid van leden uit Amsterdam, Nijmegen en Elten (dat toen Nederlands grondgebied was), het negentigjarig bestaan.
Ik behoorde tot de Nijmeegse delegatie die het feest meevierde. Ik weet nog dat ik een eeuwigheid op het toneel van het Kleefse Kolpinghaus stond, een zware vlag torsend. De achterwand van het podium was feestelijk aangekleed met veel dennentakken. Toen ik, samen met een rijtje anderen, het podium afmarcheerde, bleek er een grote dennentak tussen mijn broekriem te zijn gestoken. Dus: algehele hilariteit!
Desgevraagd liet Kolping-Kleef me weten dat er helaas geen fotomateriaal van dit feest terug te vinden is.
Bij toeval ontmoette ik in 2012 bij een kerstmarkt leden van de Kleefse Kolpingfamilie. Ik werd toen heel vriendelijk uitgenodigd om in 2013 het 150-jarig bestaan ook mee te vieren.
 
Ik ben enkele jaren lid van de Gezellenvereniging gebleven. De reden van mijn vertrek weet ik niet meer. Was het omdat vriend Wim naar Amsterdam vertrok of het feit dat ik eigenlijk niet tot de doelgroep (hand-arbeiders) behoorde? Ook kan het feit dat ik op de Vliegbasis Volkel ging werken, en dus door het reizen langer van huis was, de reden zijn geweest.

terug naar Gastredactie-overzicht

Reactiepagina
Reactie 0:

Dick Jacobs, 28-04-2017: KOLPING - Herinneringen aan de Katholieke Gezellenvereniging
Reactie 1:

Bart Janssen, 07-06-2017: Rie Lauran (17-11-1910/21-11-1954) was verbonden aan de toneelvereniging Onderling Kunstgenot. Ze was de oudste dochter in het gezin van schilder Jan Lauran uit de Van Welderenstraat. In het Jaarboek 2013 van Numaga staat haar korte levensbeschrijving.
Als vriendin en oud-collega (V&D) van mijn moeder heb ik haar goed gekend. Ze was niet alleen een uitmuntend actrice, maar kon ook schijnbaar moeiteloos tal van Betuwse gedichten uit de bundel "Kriekende Kriekske" van Bernard van Meurs uit het hoofd declameren. Dat deed ze vroeger al voor haar collega's bij V&D als er geen klanten in de winkel waren, vertelde mijn moeder vaak.
De gedichten, die ze zelf bij feestelijke bijeenkomsten in familiekring maakte, waren stuk voor stuk pareltjes, die ik in het familiearchief bewaard heb.
De bundel "Kriekende Kriekske" is een aantal jaren geleden herdrukt en nog te koop.
Reactie 2:

Rob Wolf, 11-06-2017: In het archief van de Nederlandse jezuďeten (dat tot 2015 in het Berchmanianum aan de Houtlaan lag, maar toen naar Leuven is overgebracht) heb ik een paar keer onderzoek gedaan in het dossier van pater H. Van Ruth, de 'praeses' van de Kolpingvereniging. Eerst omdat hij de oprichter van woningbouwvereniging Kolping (nu Talis) was, later omdat in dat dossier een paar honderd brieven liggen van gezellen, Nijmeegse jonge arbeiders, die tijdens WO II als dwangarbeider in Duitsland en Frankrijk moesten werken. Ik heb al die brieven gefotografeerd, gelezen en geanalyseerd met de bedoeling er een artikel over te schrijven.
Maar omdat die brieven in augustus 1944 ophouden en die dwangarbeiders vaak pas in 1945 terugkeerden (als ze het al overleefden), kan ik het verhaal niet afmaken.
Het huidige bestuur van de Kolpingvereniging kan me niet verder helpen.
Kent iemand voormalige dwangarbeiders uit de Tweede Wereldoorlog of hun nabestaanden?
Mijn hartelijke dank.
Reactie 3:

Bert Laros, 11-06-2017: Ik wil even reageren op het stukje over de Kolping.
Ik ben in de jaren 60 ook lid geweest van de Kolpingvereniging. Ik zat toen op de ambachtschool dr Poelsschool aan de Goffertweg. Wij kregen daar godsdienstles van pater Olthoff en deze was toen ook praeses van de Kolpingvereniging. En deze propageerde op deze school het hele gebeuren rondom de Kolpingvereniging. Dus ik heb het vermoeden dat er toch een verband was tussen de dr. Poelsschool en de Kolpingvereniging. In ieder geval door deze pater Olthoff ben ik toen ook lid geworden van de Kolpingvereniging.
In onze tijd heette de Kolpingvereniging “de Klep”. Wij gingen dan ook altijd naar “de Klep” toe. De naam van de heer Burgers kan ik me ook nog goed herinneren. Bij hem moesten wij inderdaad wekelijks de contributie betalen. Hij rookte altijd dikke sigaren. De heer Burgers woonde in het bejaardenhuis huize Sint Anna op de Groesbeekseweg. Waar nu het nieuwe huize Joachim is.
En wij gingen ook iedere week op woensdagavond biljarten, tafeltennissen en kaarten in het Kolpinggebouw. En na afloop gingen we altijd een frietje eten bij Vuurens tegenover de Kolping. Wij gingen echter altijd in het gebouw naast het grote Kolpinggebouw, je moest daar met een trap omhoog en kwam dan in een grote zaal. Volgens mijn herinnering was dit vroeger een school geweest.
Zondagsmiddags gingen we ook altijd naar de film in het hoofdgebouw (cowboy en indianen en de dikke en dunne films).
Toen we wat ouder waren gingen we op zaterdagavond/zondagavond dansen bij het hoofdgebouw van de Kolping. Bij de Kolping ook op zondagmiddag dansles gehad bij dansschool Willy Bilderbeek.
We gingen ook 1 keer per jaar op kamp. We sliepen dan in tenten of op een boerderij. We gingen dan meestal met de fiets. We gingen op die kampen altijd heel veel activiteiten doen. Zoals kampvuur, speurtochten, voetbaltoernooien, zwemmen. Ik heb er wat foto’s van deze kampen bijgedaan.

We zijn ook een keer in Messchede Duitsland geweest. Naar een Kolpingvereniging uit Duitsland voor een voetbaltoernooi.
Wij hebben in die tijd ook een bandje opgericht, ik en twee buurtkameraden die ook lid waren van de Kolping. We heetten toen de Ruberto’s en speelden wel eens in het Kolpinggebouw. En in het bejaardentehuis van de heer Burgers.
Ik heb het altijd een zeer leuke tijd gevonden bij de Kolpingvereniging. Ik heb zelf mijn vrouw, waar ik inmiddels al 43 jaar mee getrouwd ben, er leren kennen.
Ik hoop dat dit stukje weer wat reactie op de Kolpingvereniging mag opbrengen.
Groeten, Bert
Reactie 4:

Dorus van der Linden, 11-07-2017: In het gebouw van de Katholieke gezellenvereniging werd door mijn lagere school, de Petrus Canisiusschool in de Hertogstraat, jaarlijks een toneel-ouderavond gehouden. Ik herinner mij een passiespel "De Meester" van Jan Bernard waarin ik als jongen een hoofdrol mocht spelen. Dat was ongeveer 1950-1951.
Het heette toen nog geen Kolpinghuis maar Katholieke Gezellenvereniging. Ertegenover verkocht men de beste patates frites van Nijmegen! Dat blijft je ook bij.
Reactie 5:

Dick Jacobs, 12-07-2017: Reactie nummer 4 wordt geleverd door Dorus van der Linden. Ik vind het leuk dat je reageerde op mijn stukje over Kolping. Bovendien ging er bij mij een lichtje branden: Ik reisde van 1960 tot midden 1968 met de trein heen en weer tussen Nijmegen en 's-Hertogenbosch. Laat nou toen in die trein een jongen van die naam vaak bij mij in die trein gezeten hebben!! Hij volgde destijds de kunstacademie.
Groeten dus van die kleine, dikke medepassagier: Dick Jacobs.
PS: Ook ik heb enige tijd op de broederschool in de Hertogstraat gezeten: Zie Herinneringen aan mijn lagere-schooljaren.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: