Lederhandel

© Dick Jacobs; digitale bewerking 26-02-2018 Mark van Loon/Stichting Noviomagus.nl

Herinneringen aan Lederhandel de Leeuw

door Dick Jacobs

VOORAF: De eerste versie van dit artikel (gepubliceerd op 20-01-2018) kreeg van lezers binnen twee dagen goed bruikbare aanvullingen. Heel veel dank daarvoor! Voor mij was dit aanleiding om het hele artikel te herschrijven.


De winkel van Schoenmakerij en Lederhandel De Leeuw in het pand Kannenmarkt 4.
(foto op een bij het 60-jarig jubileum uitgegeven asbak)

De stichtingsdatum van Schoenmakerij Jacobs, later Lederhandel de Leeuw, is niet meer exact te achterhalen. De oprichter van de zaak was mijn opa Wilhelmus Johannes Jacobs (1868 - 1948). Door de familie is gemakshalve zijn huwelijksdatum als begin van het bedrijf aangenomen.
Voor zijn huwelijk was hij al schoenmaker in het leger, bij het 8e Regiment Infanterie. Er bestond toen nog geen dienstplicht, zoals we die later kenden. Destijds werden dienstplichtigen aangewezen bij loting. Een jongen die ingeloot was, kon proberen zijn taak door een ander te laten vervullen. Die plaatsvervanger noemden we een remplaçant. Opa nam als remplaçant de verplichting van een andere jongen op zich en ontving hiervoor van de loteling tien gulden. Dit bedrag was voldoende om de zaak te beginnen.

De Kamer van Koophandel en Fabrieken Nijmegen is pas in 1921 opgericht. In dat jaar werden reeds bestaande bedrijven, waaronder dus dat van opa, geregistreerd. De firma werd ingeschreven als 'Schoenmakerij, handel in leder en schoenfournituren'.
Na de Grotestraat wordt vanaf 22 januari 1927 Kannenmarkt 4 het vestigingsadres. De zaak heeft daar 35 jaar (tot de opheffing) gezeten. De werkplaats was vanuit de winkel, via een klein trapje, te bereiken in het pand Achter de Hoofdwacht (het huis heeft, waarschijnlijk na het bombardement, enkele jaren nummer 5 gehad).


Het pand Achter de Hoofdwacht met links van de ingang de werkplaats en rechts de woonkamer.


Opa was in Nijmegen heel bekend om de door hem gemaakte maatschoenen. Hij was dus, naast schoenhersteller, nog een echte schoenmaker.
In de werkplaats lagen houten leesten, met op de zinken zool de naam van de man of vrouw met 'moeilijke' voeten. De aanpassingen werden door opa aangegeven door bijvoorbeeld op de leest stukjes leer aan te brengen op plaatsen, waar de schoen ruimer moest worden.
Als kind stond ik, bij mijn bezoeken aan de werkplaats, altijd gefascineerd te kijken naar het verzolen van schoenen. De brug tussen zool en hak en een klein stukje van de zool van elke schoen werden, om het werk te verfraaien, afgewerkt met zwarte of bruine was. Vlakbij de brug werden daarna in de zool met een slagpen drie sterretjes in driehoeksvorm aangebracht. Hij wees me dan vaak het meest naar voren liggende sterretje aan: "Als dat versleten is, moeten er weer nieuwe zolen op." En verdomd, het klopte altijd!
Zolen en hakken werden door opa vastgezet met z.g. Tacks-spijkertjes, maar ook werden er houten pennetjes gebruikt. Deze pennetjes werden kurkdroog in de zool geslagen; bij nat weer zwollen ze op en voorkwamen dan dat de zool losliet.
Soms moesten de pennetjes vóór gebruik in de oven van het fornuis in de huiskamer gedroogd worden. Dit leverde in het najaar nogal eens problemen op. Mijn opoe droogde nl. elk jaar appeltjes in dezelfde oven. Dat ging natuurlijk niet samen. De broodwinning (dus de pennetjes) had dan altijd voorrang.


Opa achter de naaimachine. Op de foto is duidelijk zichtbaar dat zich destijds in het straatje links van de werkplaats ook een raam bevond.

De marskramer. Voor de tweede wereldoorlog kreeg mijn opa zo eens in het jaar bezoek van een z.g. marskramer, een rondreizende koopman met op zijn rug de mars. Door hem werd opa altijd aangesproken met 'meester' (opa was immers meester-schoenmaker).
Uit verhalen van mijn moeder herinner ik me dat de man o.a. leren veters (vaak handgesneden) leverde, die veelal in hoge werkschoenen werden gebruikt.
Als hij er was, at hij mee en sliep 's nachts in de werkplaats op de grond. De dag erop vervolgde hij dan zijn voettocht door het land.
Ik heb de man nooit ontmoet omdat ik toen nog te jong was. Bovendien waren marskramers vaak van joodse afkomst, dus na de oorlog zag je ze nauwelijks meer.


Een marskramer onderweg.

Opa's liefhebberijen. Op de zolder boven de winkel hield opa vogels. Eén keer in de week nam hij een paar vrije uren, trok zijn driedelige pak aan, soigneerde zijn mooie witte sik, pakte zijn wandelstok en wandelde dan naar Lahey en Fliervoet om vogelvoer te halen. Dit was vaak zijn enige uitje; er moest hard gewerkt worden voor weinig geld.

Hij vond ook handlijnkunde interessant. Hij nam dit niet serieus en lachte er mee, maar liet zich soms voor de grap toch overhalen bij iemand 'de hand te lezen'.
Eén verhaal hierover heeft binnen de familie veel stof doen opwaaien en verbaast na al die jaren nog steeds:
Een Amsterdams familielid reisde eenmaal per jaar tijdens zijn vakantie alle familieleden af. In juni 1948, bij mijn grootouders aangekomen, vroeg hij aan opa hem de hand te lezen. Aanvankelijk weigerde opa, maar na veel gelach en gesoebat liet hij zich toch overhalen.
Hij nam de linkerhand van de bezoeker en keek er in. Na de lijnen goed bestudeerd te hebben, deelde hij mee dat het er niet zo goed uitzag: "Als je na je vakantie thuiskomt ligt er een overlijdensbericht" was zijn conclusie.
Toen de bezoeker na enkele dagen zijn huis binnenkwam lag er inderdaad een rouwbrief op de deurmat; het was het overlijdensbericht van ... opa.

Huwelijk. In 1894 trouwde hij met Cornelia Derks (1874 - 1961).
We spraken toen doorgaans over 'opoe'; het tegenwoordig meer gangbare 'oma' werd destijds als heel erg afstandelijk ervaren.


Opa en opoe Jacobs-Derks, gefotografeerd tijdens de bruiloft van een dochter.

Nieuwe verkeerslichten. Na het overlijden van haar man in 1948 wandelde ze elke zondagmiddag aan de arm van dochter Jo naar de Daalseweg, waar wij woonden.
Op een middag wilden ze de Oranjesingel oversteken. De pas-geplaatste verkeerslichten sprongen net op rood. Tante Jo hield oma tegen: "Even wachten, het licht is rood." Oma stapte echter resoluut de, gelukkig erg stille, weg op: "Dacht je dat ik mij door zo'n lampje laat regeren!"

Heropening St. Stevenstoren. Op 6 juli 1959 vierde opoe haar 85e verjaardag. 's Avonds zat de huiskamer vol visite.
Oom Piet, die als loodgieter op de St. Stevenstoren werkte, vertelde dat de toren op 9 juli geopend zou worden.
"Hebben jullie zin om een kijkje op de toren te nemen?" Binnen enkele minuten klom het mannelijke deel van het gezelschap, waaronder ik, naar het bovenste gedeelte van de toren.
Het was er, ondanks het late uur, nog druk; er werd heel hard gewerkt om alles op tijd klaar te krijgen.

Kinderen. Uit het huwelijk van opa en opoe werden veertien kinderen geboren, waarvan er veel heel jong stierven. Hieronder noem ik diegenen, die rond de Grote Markt het bekendst waren en waarmee ik in mijn jonge jaren het meest te maken had:

Wilhelmus Johannes Antonius 1899 - 1962 (Wim)
Woonde na een kort huwelijk weer bij zijn ouders. Werkte mee in de zaak en volgde in 1941 formeel zijn vader op. Opa heeft echter nog tot aan zijn dood in 1948 volop in de zaak meegewerkt.


Oom Wim bij één van de twee toonbanken in de winkel.

Na het overlijden van zijn vader beperkte oom Wim zich tot de reparatie van schoenen en de verkoop van zoolleer en fournituren.
Omdat de bewoners van de benedenstad steeds meer zélf hun schoenen repareerden, kwam het zwaartepunt in de loop der jaren steeds meer op de verkoop van leer te liggen.
Om zolen te sparen werden voor werkschoenen vaak spijkers met grote metalen noppen verkocht. We noemden die 'kretzers', naar het geluid dat die dingen op de straatstenen maakten. Voor het beschermen van de zolen van gewone schoenen waren speciale ijzertjes in de handel. Als je liep leek het of je tapdanste; je voelde je een échte Fred Astaire!


De Schoenijzertjes.

Om te helpen met het snijden van zoolleer, dat zwaar werk was, werd ik op de woensdagavonden ingeschakeld. Het gesneden leer werd daarna per gewicht verkocht.
Als dank voor mijn hulp kreeg ik op m'n 16e verjaardag mijn eerste horloge.
Ik kan nu, ruim 50 jaar later, nog enorm genieten als ik ergens leer ruik. Vooral het dure, z.g. 'groene', zoolleer ruikt erg lekker. (In de Ierse folksong I know where I'm going, onder meer gezongen door Harry Belafonte, wordt in de tekst ook over 'green leather' gesproken).

Winkel en werkplaats lagen nogal ver van elkaar. Een snelle dief had soms vrij spel. Oom Wim had daarom de vele Wood-Milnelaadjes met hakken op een hoge plank gezet. Nadeel was dat hij voor een klant altijd een laddertje op moest om de voorraad aan te spreken. Dat gaf nogal eens aanleiding tot opmerkingen.
Ook liep de man op latere leeftijd vaak hevig te snuiven, waarschijnlijk het gevolg van frequent gebruik van agressieve lijmen bij het verzolen van schoenen. Soms werd hij door bekenden 'de snuvert' genoemd.


De Wood-Milnelaadjes.

Hendrikus Johannes 1919 - 2008 (Henk)
Oom Henk woonde ook op de Kannenmarkt. Hij was meer dan veertig jaar etaleur bij Warenhuis A.A. van der Borg. Hij was er speciaal voor serviezen, glaswerk en bestek.
Veel ouderen onder u zagen hem vaak in de etalages hoog op de tenen balanceren tussen serviezen en glaswerk, om wijzigingen in de uitstallingen aan te brengen. Hij won veel prijzen met zijn etalages.
Hij deed ook vaak de kerstetalage in een sigarenzaak in de Koolemans Beynenstraat. De nodige decors werden dan vaak in de winkel van oom Wim klaargemaakt. Op woensdagavond, als het leer gesneden was, mocht ik mijn jongste oom soms helpen met het schilderen van die dingen.
Ik heb op heel wat muren van hardboard steentjes getekend en die een oud en bemost aanzien gegeven!

Oom Wim overleed in 1962. Zijn oudste zus Johanna Maria 1896 - 1964 (Jo), die jarenlang uitstekend voor haar ouders en broer had gezorgd, hield toen samen met mijn moeder Wilhelmina 1912 - 1980 (Mien) de eind-uitverkoop.
De grote, ronde, kunststof plaat (op de eerste foto hangend voor de rechter etalageruit) kon een student goed gebruiken voor het plaatsen van glazen bier. Waar de opgezette leeuwenkop, die prominent in de linker etalage stond, is gebleven, weet ik niet meer.
Op 14 mei 1963 beëindigde tante Jo bij de KvK formeel de inschrijving van de zaak.
Op die datum kwam er dus definitief een einde aan het bijna zeventigjarig bestaan van 'Lederhandel de Leeuw'.

terug naar Gastredactie-overzicht

Reactiepagina
Reactie 0:

Dick Jacobs, 26-02-2018: Lederhandel 'De Leeuw' (herzien)
Reactie 1:

Redactie, 20-01-2018:
In de Gelderlander van 21 januari 1927 wordt de verhuizing naar Kannenmarkt 4 aangekondigd:

Reactie 2:

Hessel, 21-01-2018: Prachtig dat beschreven tijdsbeeld en 'historische' anekdotes met centraal de nog ťcht ambachtelijke vakman die repareerde maar juist ook zelf creŽerde. Ik ruik weer leer en lijm van onze eigen schoenmaker 1950-1960 in zijn halfduistere werkhokje, hamertje.. spijkertjes in de mond ... de rij ' wijzend' waar de te repareren schoenen konden worden neergelegd. Hoewel het bij Dick m.n. persoonlijke (familie)herinneringen betreffen misschien toch wat (tijds)aanvulling o.m. vanuit de Gelderlander 21-1-1927 Lederhandel W.J. Jacobs en 2-10-1954:


Gelderlander 21-01-1927


Gelderlander 05-02-1927


Gelderlander 12-04-1930


Gelderlander 05-06-1948

Naast deze actie ook bv in 1950, het beschikbaar stellen van prijzen voor locale zeepkistenraces !


Gelderlander 02-10-1954

Nadien zag ik nog wat kleine annonces voor de specialiteit : aanpassing "vergroten" schoenmaten in De Gelderlander bv 26-10-1955, 12-12-1955.
Reactie 3:

Wil Struike, 21-01-2018: Ik heb in de jaren 50 vaak rubberen plaatjes bij de winkel voor mijn vader gehaald. Mijn vader tekende op papier de omtrek van de zolen. Tacks, neus en hak ijzertjes. Wat ik mij herinner is de naam SMITJE.
Reactie 4:

Dick Jacobs, 03-03-2018: Iedereen hartelijk bedankt voor de reacties. Zoals jullie zien heb ik het artikel gewijzigd en herplaatst.
Raar maar waar: als je met zoiets bezig bent (of blijft!) komen er steeds weer nieuwe herinneringen boven. Jullie reacties hebben daar fantastisch bij geholpen. Mijn leeftijd (inmiddels 82) zal hier ongetwijfeld ook wel een grote rol bij spelen.
Wil Struike: de naam SMITJE zegt me niets; zoals in het artikel al staat werd mijn oom Wim soms "de snuvert" genoemd.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: