Szekely

© Joop Leijendeckers; Internetbewerking 07-03-2017 Mark van Loon/Stichting Noviomagus.nl

Székely als solist in Nijmegen

door Joop Leijendeckers

De eerste jaren · De grote vioolconcerten met de AOV · Kamermuziek

Violist en componist Zoltán Székely (geboren op 8 december 1903 te Kocs in Hongarije en overleden op 5 oktober 2001 te Banff in Canada) begon zijn zeer succesvolle internationale carriere in Nijmegen waar hij arriveerde in 1922 en in 1926 trouwde met Igminia Everts. Ze bleven hier tot 1935 wonen maar ook na die tijd gaf hij er regelmatig concerten. (portretfoto uit 1931)

Zoltán Székely begon zijn muzikale opleiding op elfjarige leeftijd. Aan de Franz Liszt Academie in Boedapest studeerde hij viool, kamermuziek en compositie en doorliep hij de academie in korte tijd. Daarna maakte hij al snel naam als briljant violist, maar omdat in die tijd het carrièreperspectief voor een musicus van zijn kaliber - hij concerteerde al met Béla Bartók en werd onthaald als 'de nieuwe Kreisler' - in Hongarije te beperkt was besloot hij zijn geluk elders te beproeven. Daarvoor benutte hij de relaties van zijn vader, die als arts contacten had met het Rode Kruis. Het Rode Kruis liet in die tijd een speciale kindertrein naar Nederland rijden. Hongaarse kinderen konden na de beproevingen van de Eerste Wereldoorlog in Nederland komen aansterken, en hoewel Székely allang geen kind meer was reed hij mee op de trein. Hij arriveerde in Nijmegen en vond onderdak bij de muziek­minnende familie Everts, waarvan dochter Igminia (roepnaam: Mientje) al jaren als vrijwilligster werkte bij het Rode Kruis. Székely arriveerde in het voorjaar van 1922. Met de aanbevelingen van zijn leraar Hubay op zak lukte het hem om direct al enkele concerten in Nederland te geven. In de zomer van 1922 reisde hij terug naar Hongarije, onder andere om Bartók te ontmoeten, maar in het najaar was hij alweer terug in Nijmegen. Het vorige seizoen was hem zo goed bevallen dat hij besloten had op de uitnodiging van de familie Everts in te gaan om opnieuw naar Nijmegen te komen.

ΔConcerten in Nijmegen, de eerste jaren

Székely's eerste concert in Nijmegen was in de Sint Stevenskerk, waar hij optrad als gastsolist in een koorconcert dat werd gegeven ten bate van het Rode Kruis, op 30 september 1922. Hij speelde het Adagio uit het vioolconcert van de Ierse componist Stanford, volgens recensent (en componist) Willem Heijdt 'met heerlijken toon en op een prachtig instrument'.


Advertentie in Provinciaal Geldersche en Nijmeegsche Courant (PGNC) van 29 september 1922

De jonge Hongaarse violist was nog onbekend bij het Nijmeegse publiek maar maakte een uitstekende indruk. Heijdt was benieuwd hoe Székely's vioolspel met orkestbegeleiding zou zijn, en daar hoefde hij niet lang op te wachten: op 3 november 1922 trad Székely op in Concertgebouw De Vereeniging met de Arnhemsche Orkest Vereeniging (AOV), onder leiding van dirigent Martin Spanjaard. Székely soleerde in het vioolconcert van Dvořák en in de Variations sur un thème hongrois van Jenö Hubay. Heijdt stak de loftrompet over Székely's spel:

'[...] Zoltán Székely [...] veroverde stormenderhand de harten met een meesterlijke voordracht van een vioolconcert van Dvorak en een gevarieerd "Thème hongrois" van Hubay. En indien ik hier spreek van meesterlijk, dan is dit niet bedoeld als betrekkelijk ten opzichte zijner nog prille jeugd, maar in alle opzichten volstrekt, zoowel naar de fijndoorvoelde opvatting als naar het technisch kunnen. Hier was een lenigheid van streek, een zuiverheid van toon en een welluidendheid van klank als men slechts van door jaren van onafgebroken studie gerijpte kunstenaars zou mogen verwachten [...]. [...] Ook de instrumentatie van Hubay's variaties was van den jongen kunstenaar. Ze was zeer gedurfd en in zooverre geslaagd dat zij nimmer den solist overvleugelde.'


Concertprogramma van 3 november 1922 in Concertgebouw De Vereeniging

Bijzonder begiftigd violist en gezegend bovendien nog met andere talenten, dat was dus de indruk die Székely naliet bij dit concert. Székely speelde dit programma met de AOV ook in Arnhem, Zutphen en Deventer en overal werd enthousiast gereageerd op het vioolspel van de jonge Hongaar. Geroemd werden niet alleen zijn muzikale inzicht maar ook zijn mooie toon, de goede balans tussen tederheid en kracht in zijn spel en de altijd perfecte intonatie.

Nog diezelfde maand, op 16 november, was Székely te beluisteren in een kamermuziekrecital. Tijdens dit liefdadigheidsconcert in De Vereeniging speelde hij met de in Nijmegen bekende pianist en dirigent Willem Kerper. Voor de pauze klonk een sonate van Beethoven en het vioolconcert van Christian Sinding in een reductie voor viool en piano. Het programma na de pauze bestond uit korte werken van diverse componisten. Székely's recitals namen in die tijd vaak een dergelijke vorm aan: voor de pauze de 'grotere' werken en na de pauze een serie korte stukken, eindigend met een virtuoos werk. Székely blikte later in zijn leven nog eens terug op deze periode:

'Voor het deel van mijn vioolrecitals dat gewijd was aan kleinere werken vond ik verschillende juweeltjes, bijvoorbeeld de stukken van Lily Boulanger [...] Vaak heb ik Leone Sinigaglia's Rapsodia piemontese vertolkt. Sinigaglia genoot in die tijd enige bekendheid. Later in Italië heb ik deze zeer getalenteerde man, die componeerde in een stijl vergelijkbaar met die van Dvorák, nog eens ontmoet. Stukken van Christian Sinding, Alfredo d'Ambrosio en de in Rusland geboren Paul Juon speelde ik allemaal in mijn vroege recitals in Holland.'

Willem Heijdt recenseerde het concert in De Gelderlander en was het meest uitgesproken in zijn lof over de uitvoering van het werk van de Deense componist Christian Sinding:

'[...] de uitvoering, in de eerste plaats door den violist, was schitterend, muntte uit door een onversaagdheid ontspruitend uit een volkomen zekerheid van kunnen, door een spelenderwijs overwinnen van alle moeilijkheden [...]'


Advertentie in PGNC van 15 november 1922

Het volgende concert in Nijmegen waaraan Székely meewerkte was op 15 april 1923. Hij was één van drie solisten die te gast waren bij een concert door het Nijmeegs Mannenkoor onder leiding van hun directeur Willem Kerper, voor een stampvolle Grote Zaal in De Vereeniging. In een gevarieerd avondprogramma speelde Székely werken van Hubay, Scharwenka en Joachim. Hij werd door de recensenten opnieuw geprezen.

Op 11 oktober 1923 stond in De Vereeniging het Tweede Vioolconcert van Alfredo d'Ambrosio op de lessenaar. Székely werd begeleid door de AOV, opnieuw onder leiding van Martin Spanjaard. Székely en Spanjaard deelden een nieuwsgierigheid naar onbekend of veronachtzaamd repertoire. Székely speelde d'Ambrosio's concert alleen deze ene keer, simpelweg omdat er buiten Spanjaard niemand was die het werk programmeerde. De dag na het concert schreef de recensent van De Gelderlander, na eerst Spanjaard geprezen te hebben:

'Het glanspunt van den avond echter was wel de begeleiding van d'Ambrosio's tweede viool-concert. Dit werk, mij tot nog toe onbekend, en dat ik ook niet wel weet thuis te brengen met zijn moder­nis­tische tendenzen in de beide eerste deelen en zijn weer naar andere schablonen geconcipieerde derde, dit werk vond een bijna volmaakte vertolking. Strijkers, hout, koper, harp en slagwerk, het was alles van een edele welluidendheid, van een voorname ingetogenheid en een schier feillooze techniek. En de solist kan dan ook niet anders dan hoogelijk ingenomen zijn geweest met de mede­werking die hem gewerd van dezen dirigent en zijn zoo sympathieke schare. Zoltan Szekely zelf speelde het hier en daar toch wel heel mooie concert met dezelfde voortreffelijke eigenschappen, die we in hem leerden waardeeren bij vorige gelegenheden. Meer echter nog gerijpt, geraakt tot voller wasdom. Het was niet meer de knaap die voor ons stond en ons épateerde hoofdzakelijk met het voor zijn leeftijd hoogst ongewone kunnen: het was de tot ernstiger levensbesef al gekomen jongeling nu, 't was het gemoed dat zich uitzong thans in spontane schoonheidsontroering [...].'


Concertprogramma van 11 oktober 1923 in Concertgebouw De Vereeniging

De recensent van de PGNC berichtte: '[...] toen na de pauze Zoltan Szekely optrad, ging er een geruisch van eene begroeting, een welkom-heeten door de zaal.' Deze verbondenheid met hun Hongaarse stadgenoot voelde het publiek dus al ongeveer één jaar na Székely's eerste optreden in Nijmegen, en dit gevoel zou met de jaren alleen maar sterker worden. Székely werd echt een publiekslieveling.

Op 13 juni 1925 werkte Székely in Nijmegen mee aan een avond gewijd aan moderne muziek. Het concert werd ingeleid door Lou Lichtveld, pseudoniem van schrijver Albert Helman, die zich op die avond presenteerde niet alleen als spreker maar ook als componist. Székely voerde diens Sonate voor viool en piano uit en werd daarbij aan de vleugel begeleid door Eduard van Beinum. De cellist Pál Hermann, goede vriend van Sékely sinds hun studietijd in Boedapest, speelde met Székely twee delen uit Ravels Sonate voor viool en cello. Eduard van Beinum nam nog twee van Debussy's preludes en Stravinsky's Ragtime voor zijn rekening. De avond werd georganiseerd door Kunstkring De Ploeg en vond plaats in Maison Roelofsen aan de Oude Stadsgracht. Waar de recensent van De Gelderlander vol lof was over de introductie door Lou Lichtveld, de kwaliteit van de composities en de uitvoering daarvan, zo sprak Jeanne Landré in de PGNC over 'cacaphonieën' en 'wanstaltig­heden'. Maar haar afkeer van de nieuwe muziek belette haar niet te genieten van Székely's spel: 'frisch, jong en vol animo'.

ΔDe grote vioolconcerten met de AOV

Székely had een goede verstandhouding met dirigent Martin Spanjaard en na de succesvolle concerten in 1922 en 1923 zetten zij de samenwerking voort. Op 29 oktober 1925 speelde Székely in De Vereeniging Brahms' vioolconcert - met een cadens van Székely zelf - en Ravels nieuwe compositie Tzigane. Het werk maakte volgens de recensent van De Gelderlander veel indruk op het publiek:

'De jonge Hongaar [...] die nu, na een jaar afwezig geweest te zijn, weer tot ons kwam in de volle rijpheid van zijn geniaal talent, zou optreden en gehuldigd worden. Dit was geen overeengekomen plichtpleging, dit huldigen. Het zat in de lucht, men voorvoelde het, men wist dat het komen moest als iets dat vanzelf sprak. En toen hij dan ook optrad en er onmiddellijk een storm van toejuichingen losbarstte, toen [...] stond men aan het begin van een werkelijk spontaan ontstanen feestavond. [...] De ovatie, die den jongen gast gebracht werd [...] was wel eenig in de annalen der Vereeniging-concerten.'


Concertprogramma van 29 oktober 1925 in Concertgebouw De Vereeniging

Het drong nauwelijks tot de Nederlandse muziekliefhebbers door, maar in 1925 had Székely een ongekend succes bij het festival van de International Society of Contemporary Music in Venetië. Het publiek reageerde met ovationeel applaus op Székely's voordracht van zijn eigen Sonate voor viool solo. Onder de toehoorders ook Igor Stravinsky en Arnold Schönberg, die op hun stoelen stonden om te applaudisseren. Mientje Everts was erbij, om jaren later verslag te doen van dit succes. In Claude Kenneson's Székely and Bartók. The story of a friendship valt het allemaal na te lezen.

In 1926 trouwden Zoltán en Mientje. Székely woonde in deze vroege Nijmeegse jaren op twee adressen in Nijmegen: eerst op de Berg en Dalseweg 127 en later op de Kwakkenbergweg 275 (nu omgenummerd tot nummer 39). In 1935 zou het echtpaar verhuizen naar Santpoort bij Bloemendaal.

In 1927 en 1929 soleerde Székely onder Spanjaard in twee bijzondere concerten in De Vereeniging. Op 27 oktober werd het Maas-Waalkanaal officieel geopend door koningin Wilhelmina. De stad was feestelijk versierd om het bezoek van de koningin en prins Hendrik luister bij te zetten en in de kranten stonden paginagrote artikelen. Het koninklijk paar was inmiddels alweer afgereisd naar Den Haag, maar de AOV gaf 's avonds nog een feestconcert in De Vereeniging. Székely speelde de hoofdrol in het vioolconcert van Alexander Glazoenov.


Advertenties in de PGNC voor de concerten van 27 oktober 1927 en 29 oktober 1929

Vrijwel exact twee jaar later, op 29 oktober 1929, werd in De Vereeniging het veertigjarig bestaan van de AOV gevierd met een concert waarvan de opbrengst ten bate van het pensioenfonds van de orkestleden kwam. Dit keer stond het vioolconcert van Beethoven op de lessenaars. De dag na het concert berichtte De Gelderlander:

'Na de pauze kregen we den Hongaar Zoltan Székely te hooren, die ons het schoone vioolconcert in D gr. terts van den onsterflijken Beethoven voordroeg. Zeer zeker is deze violist een groot kunstenaar. Hij heeft een bewonderenswaardige brillante techniek, een zeer mooien natuurlijken streek en weet aan zijn prachtig instrument een zangvollen toon te ontlokken. Hij gaf ons een bijna vlekkelooze vertolking van vermeld concert. In het Larghetto waren momenten van ontroerende schoonheid, terwijl vooral het laatste deel het hoogtepunt vormde en uitmuntte door schitterend samenspel tusschen solist en orkest. Martin Spanjaard begeleidde zooals we dat gewoon zijn, bescheiden, maar in alle opzichten fijn verzorgd.'

De verbintenis met de AOV duurde uiteindelijk bijna twintig jaar en eindigde met een laatste concert in 1941. Székely werkte in die periode samen met de dirigenten Martin Spanjaard, Jaap Spaanderman en Eduard Flipse en trad op als solist in de vioolconcerten van Dvorák, d'Ambrosio, Brahms, Beethoven, Glazoenov en Viotti en in werk van Hubay, Juon, Sinigaglia en Ravel. Ook waren er plannen om Bartóks Tweede Vioolconcert, dat Bartók op verzoek van Székely geschreven had en aan hem opgedragen had, in Nijmegen uit te voeren. Székely gaf de première van dit concert met het Concertgebouw Orkest onder leiding van Willem Mengelberg in Amsterdam op 23 maart 1939 en oogstte daarna grote successen met dit werk. In het 'Vereenigingsnieuws' van 10 oktober 1940 werd aangekondigd dat Székely het AOV-concertseizoen zou afsluiten op 26 april 1941 met een uitvoering van Bartóks Tweede Vioolconcert. "Veranderingen voorbehouden" stond erbij, en inderdaad: de datum werd verzet naar 19 april 1941 en in plaats van Bartóks vioolconcert speelde Székely Viotti's geliefde vioolconcert nr. 22 en opnieuw Ravels Tzigane.
Naar aanleiding van één van de concerten uit die lange periode van samenwerking, het concert met het AOV onder leiding van Spaanderman op 29 november 1933, viel in De Gelderlander te lezen:

'[...] Székely is een groot mensch met een voor ieder openliggend gevoelsleven, met een technische scholing en een onbevangenheid tegenover zijn gehoor, die men zonder gevaar van overdrijving onvergelijkelijk moet noemen. Het publiek in de volgestroomde groote concertzaal is in zijn verwachtingen niet teleurgesteld. Het heeft ademloos de bekoring ondergaan van zijn wonderbaar spel en tegelijk ervaren, dat de lof van den Stradivarius, dien hij bespeelde, nauwelijks groot genoeg mag heeten. [...] Geen aangetokkeld of aangestreken toontje ging verloren. Ieder geluid kwam ongerept tot allen. Niemand die niet in staat was om de heerlijke muzikale bewogenheid van den virtuoos op ieder oogenblik geheel en al mee te maken, maar dan als gemakkelijk passief luisteraar. De kunstenaar had een prachtige krans en een groot bouquet in ontvangst te nemen en een applaus, waaraan geen einde scheen te komen.'

De jonge Hongaarse violist was mateloos populair bij het Nijmeegse publiek. In de recensies uit die tijd is het louter en alleen lof, de superlatieven lijken soms niet aan te slepen. Hoewel er wel eens wat geklaagd wordt over de repertoirekeuze, is Székely's spel steeds onberispelijk en van een grote verinnerlijkte kracht, zonder opsmuk of overdrijving, altijd loepzuiver en van een bijna boven­natuurlijke muzikaliteit, en daarnaast met een onwaarschijnlijk gemak gebracht. Als argeloze lezer, een kleine honderd jaar later, kan je alleen maar concluderen dat hier één van de allergrootste violisten ooit op het podium heeft gestaan. Nogmaals de recensent van De Gelderlander over het concert op 29 november 1933:

'Wij hebben in volle activiteit gezien een der grootste muzikale werkers, die de wereld kent en een der meest uitstekende invoelers van wat in noten werd neergeschreven.'

ΔKamermuziek

Ook op het vlak van de kamermuziek liet Székely zich niet onbetuigd. Hij gaf zijn eerste concert in de serie van de Nijmeegsche Vereeniging voor Kamermuziek (NVvK) met de Hongaarse pianist en componist Géza Frid op 15 november 1927 in de Kleine Zaal van De Vereeniging, die tot in de kleinste hoekjes gevuld was met toehoorders. Op het programma stonden klassieken als Veracini en Bach, maar ook Székely's eigen bewerking van Bartóks Roemeense Volksdansen. Vooral bijzonder die avond was de Nederlandse première van Ravels nog maar pas voltooide Sonate voor viool en piano. Met daarnaast werk van d'Ambrosio, Lily Boulanger, Szymanowski en een toegift van Paul Juon was het een rijke avond, maar één die gemengde gevoelens naliet bij de recensenten: Ravels nieuwe werk, hoewel uitstekend gespeeld, vermocht geen snaar te raken.

Székely en Frid traden tien jaar later nog eens samen op in Nijmegen. Székely was de grote publiekstrekker bij een gala-avond in De Vereeniging op 27 januari 1937, georganiseerd door de Harmonie Canisius. De twee Hongaren speelden opnieuw een gevarieerd en boeiend programma: muziek van Locatelli, Joaquin Nin, Paganini, Szymanowski en een toegift van Joan Manén. Het succes was groot, er werd uitbundig geapplaudisseerd.

In de algemene herinnering is Székely's naam het duidelijkst verbonden met het (Nieuw) Hongaars(ch) Strijkkwartet. Van 1937 tot 1972 was Székely primarius van dit strijkkwartet, dat zich al snel ontwikkelde tot één van de meest gelauwerde en geliefde kwartetten en uiteindelijk wereldwijd faam verwierf.

Op 18 november 1937 stelde het Nieuw Hongaarsch Strijkkwartet zich aan het publiek voor in een concert in de serie van de NVvK. Het programma van die avond: Mozart, Bartók en Beethoven. Het Nijmeegse publiek was gewend aan strijkkwartetspel van hoog niveau, dankzij de uitstekende programmering van de NVvK. In de twintig jaar die deze vereniging toen bestond waren er al tientallen concerten van topkwartetten in De Vereeniging geweest, dus de Hongaren stonden voor een uitdaging. Zij slaagden met glans: de recensent van De Gelderlander rept van het 'in ademlooze spanning luisterend publiek' en besluit zijn recensie aldus: 'De introductie van dit nieuw Hongaarsch Kwartet mag als een gebeurtenis van beteekenis gelden.'


Programma van het eerste concert door het Nieuw Hongaarsch Strijkkwartet in Nijmegen

Van het Nieuw Hongaarsch Strijkkwartet, uiteindelijk Hongaars Strijkkwartet geheten, zijn tien concerten in Nijmegen bekend, waarvan de meeste voor de NVvK en haar opvolger de Nijmeegse Stichting voor Kamermuziek (NSVK). Bartóks vijfde strijkkwartet, dat zo belangrijk is geweest in de geschiedenis van dit ensemble, werd in Nijmegen opnieuw ten gehore gebracht op 25 januari 1961 en op 9 februari 1966. In 1961 werd het kwartet met een staande ovatie ontvangen, vanwege hun 25-jarig jubileum. De recensent van De Gelderlander stak de loftrompet:

Perfecte kamermuziek Hongaars strijkkwartet 'Het [Hongaars Strijkkwartet] heeft zowel een ingetoomde kracht als een hevige muziekdrift. Die bewogenheid overheerst het perfectionisme dat bij zulk een geraffineerd en exact samenspel niet denkbeeldig is. De vier kunstenaars zijn ware apostelen voor Bartók en we geloven niet dat ze in de reproductie te overtreffen zijn, dat het anders of beter kan dan zoals zij diens kamermuziek herscheppen. Met zijn fantastische kunst heeft Bartók de wereld verrijkt met nieuwe klanken. Aan de strijkinstrumenten ontlokte hij volstrekt nieuwe geluiden [...]. [...] Men vraagt zich verbijsterd af hoe zulk een muziek in het brein van een toondichter ontstaat, hoe die klanken tot een ordelijk verloop te registreren. En hoe die muziek tenslotte zo realiseerbaar werd gemaakt dat men niet wist wie meer te bewonderen: de componist of deze vier serieuze spelers. Wat moet hierop zijn gewerkt om tot dit fantastisch resultaat te komen.'


Het Hongaars Strijkkwartet: eerste violist Zoltán Székely, tweede violist Alexander Moskowsky, cellist Vilmos Palotai en altviolist Dénes von Koromzay (vlnr)

Op 22 november 1967 was dit inmiddels wereldberoemde ensemble voor de laatste maal in Nijmegen te beluisteren. Het concert vond plaats in de foyer van de Stadsschouwburg, waar de NSVK op dat moment al enkele jaren haar concerten hield. Ditmaal stond er geen Bartók op het programma. Met het tweede strijkkwartet van Székely's vroegere compositieleraar, de Hongaarse componist Zoltán Kodály, werd de avond besloten.

--o-()-o--

terug naar Gastredactie-overzicht

Reactiepagina
Reactie 0:

Joop Leijendeckers, 09-03-2017: Violist Szekely in Nijmegen
Reactie 1:

Joop Leijendeckers, 09-03-2017: Vrijdagavond 7 april 2017 verzorgt het New Zealand String Quartet een concert in de Kleine Zaal van de Vereeniging met muziek van Zoltán Székely. 's Ochtends geven de musici in diezelfde zaal een masterclass. Voor meer informatie: de Vereeniging.
Reactie 2:

Rob Essers, 13-03-2017: Een paar kanttekeningen...
Zoltán Székely en Igminia Ignatia Everts zijn niet in Nijmegen getrouwd en hier ook niet tot 1935 blijven wonen. Op de woningkaart van Berg en Dalscheweg 127 staat Z. Szekely op de achterzijde bij de inwonende personen vermeld. Alleen in het adresboek 1924 staat: "Szekelij, Z., violist, Berg en Dalsche weg 127." Daarna heb ik hem niet meer in de adresboeken aangetroffen. Op de woningkaart van Kwakkenbergweg 275 komt hij niet voor.

's-Gravenhage
Het burgerlijk huwelijk werd op 14 juni 1926 in 's-Gravenhage voltrokken (huwelijksakte nr. 636). Volgens de huwelijksakte wonende de 22-jarige bruidegom te Buda Pest in Hongarije. De 27-jarige bruid had zich op 19 mei 1926 laten inschrijven in de gemeente 's-Gravenhage. Zij woonde bijna een maand in bij Thomas Matthijs Verster (1862-1946) en zijn gezin, op het adres R.J. Schimmelpennincklaan 18. Hij was de vader van de blinde pianist Johan Verster (1889-1961).

De getuigen bij het huwelijk waren de 42-jarige Jan Willem van de Lely, kapitein der Infanterie, uit Amersfoort en de 27-jarige Johannes Leendert van Soest, ingenieur, uit 's-Gravenhage. De akte is ook ondertekend door Anna Geertruida de Balbian Verster, de moeder van de bruid. De eerste getuige was de zwager die op 7 november 1922 in Nijmegen getrouwd was met de zuster van de bruid. De tweede getuige heeft later naam gemaakt als prof. dr. ir. J.L. van Soest. Uit niets blijkt dat de vader van de bruid bij het burgerlijk huwelijk aanwezig was. De Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant meldde op 16 juni 1926:
Zoltan Szekely.
De Hongaarsche violist Zoltan Szekely, die ook in ons land met zooveel succes heeft geconcerteerd, is gisteren te Amersfoort in het huwelijk getreden met onze stadgenoote mej. Everts. Het jonge echtpaar werd overstroomd met een schat van bloemen en gelukwenschen uit alle oorden van de wereld.

Amersfoort
De plaatsnaam Amersfoort stond in de advertentie die op 14 juni 1926 in verschillende bladen verscheen, waarin het bruidspaar mede namens wederzijdse ouders, hartelijk dank zeggen voor de vele blijken van belangstelling. Amersfoort was de woonplaats van de zus en zwager van de bruid. Mogelijk vond hier het kerkelijk huwelijk plaats. In het bevolkingsregister van 's-Gravenhage is Igminia Ignatia Everts op 14 juni 1926 uitgeschreven naar Budapest (Hongarije).

Boedapest
Op 7 mei 1927 overleed haar vader Jacobus Adrianus Marinus Everts in Nijmegen op 75-jarige leeftijd. Volgens de overlijdensadvertenties woonde de jongste dochter met haar echtgenoot in Boedapest. In oktober 1929 verbleven zij tijdelijk in Amsterdam bij haar oom Jan François Leopold de Balbian Verster, op het adres Stadhouderkade 161 huis. Zij arriveerden op 8 oktober 1929 uit Middelkerke-Oostende en vertrokken op 14 oktober 1929 naar Budapest.

Nijmegen
Uit bovenstaande gegevens blijkt niet dat Zoltán Székely na zijn huwelijk langere tijd in Nijmegen heeft gewoond. Dat hij hier regelmatig verbleef, blijkt uit de berichten over zijn sportprestaties. In de periode 1929-1933 nam hij in de maanden juni en juli deel aan wedstrijden van de Nijmeegsche Lawn Tennisclub Quick.

Bloemendaal
Vast staat dat het echtpaar vanaf 18 juli 1934 een pand betrokken heeft op J. Verhulstweg hoek Pinellaan, Santpoort-Station (Johan Verhulstweg 70 Bloemendaal). Dit pand dat ontworpen werd door de architect Rietveld is een rijksmonument. Op 30 januari 1935 meldde de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant:
Bela Bartok in ons land.
In Santpoort verblijft op het oogenblik de beroemde Hongaarsche componist Bela Bartok. Hij logeert er ten huize van den violist Zoltan Szekely en heeft verschillende afspraken gemaakt voor concerten in ons land. Hoewel Bartok tot de oudere componisten behoort, was hij tot nu toe slechts één keer ln Nederland.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: