Vergelding

© Sophie Molema; Digitale bewerking 10-05-2015 Marcel van Dinteren/Stichting Noviomagus.nl

Vreugde en roep om vergelding in bevrijd Nederland

door Sophie Molema


Inleiding - Alle Duitsers het land uit - Operatie Black Tulip - Kamp Mariënbosch - Bezinning -
Naar het einde van de uitwijzing - Noten - Reacties



Na de bevrijding van de Duitse bezetter op 5 mei 1945 besluit de Nederlandse overheid, gesteund door de publieke opinie, om alle Duitsers het land uit te zetten en wel zo snel mogelijk. De uitvoering van dit plan zal uitgroeien tot een monster van rechteloosheid en mensonwaardig handelen.

Inleiding

Op 5 mei 1945 viert heel Nederland de bevrijding van de Duitse bezetting. Rood- wit- blauwe vlaggen worden uit de ramen gestoken. Bewoners in dorpen en steden gaan de straat op. Ze zingen en dansen arm in arm op de muziek van de geallieerde bevrijders. Optochten en bevrijdingsfeesten worden georganiseerd. Om opnieuw te beginnen zullen alle elementen die aan de onderdrukker doen denken, moeten worden verwijderd, zo was de algemene gedachte. Zij die heulden met de vijand, NSBers, vriendinnen van Duitse soldaten, worden door het Militair Gezag opgepakt en door de bevolking openbaar te schande gezet. De geliefden van de Duitse soldaten worden kaalgeschoren, NSBers worden in kampen in Nederland geïnterneerd. Tegelijkertijd worden mensen met een Duitse nationaliteit aangehouden en in schoolgebouwen, loodsen en interneringskampen opgesloten. Deze acties beginnen in de eerder bevrijde gebieden, in het zuiden van het land, al in september 1944. Een plan om alle mensen met een Duitse nationaliteit georganiseerd het land uit te zetten, treedt in september 1946 in werking

Alle Duitsers het land uit

Het klimaat in Nederland is na de bevrijding na vijf jaren van Duitse onderdrukking uitermate geschikt om te beginnen met een plan tot uitzetting van een ieder die de Duitse nationaliteit bezit. Nederland ligt in puin. De havens zijn verwoest, de fabrieken zijn leeggeroofd, de economie ligt stil, de woningnood is hoog en de armoede is groot. De roep om wraak weerklinkt in het hele land. Op 6 augustus 1945 komt de KVP minister van Justitie, H.A.M.T.Kolfschoten, met een nota om alle Rijksduitsers het land uit te zetten. Deze nota wordt ruimschoots aanvaard. [1]
De circa 25.000 in Nederland verblijvende Rijksduitsers zouden in omgekeerde volgorde van binnenkomst en vestiging in ons land naar Duitsland worden uitgewezen, te beginnen met aanhangers van het nationaal socialisme en de Duitsers die zich na 10 mei 1940 in ons land hebben gevestigd. De laatsten zijn voornamelijk werkkrachten in industrie en mijnbouw. Vervolgens de groep die na 1 januari 1933 is binnen gekomen, waaronder Duitse dienstboden en politieke vluchtelingen. Daarna de overige Duitsers die zich in de jaren twintig om economische redenen in Nederland hebben gevestigd.
Juridisch is de uitzetting van ongewenste vreemdelingen voor de overheid geen probleem. De Vreemdelingenwet van 1849 biedt voldoende wettelijke ruimte om de regels van toelating en uitzetting van vreemdelingen te bepalen.


Al op de dag van de bevrijding vaardigt een plaatselijke commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten bovenstaand bevel uit. Bron: Beeldbank WO2-NIOD

Wrijving tussen theorie en praktijk
Er doen zich echter wel een paar problemen voor. Na de overwinning op nazi- Duitsland verdelen de geallieerden dit land in vier zones, de Britse, Amerikaanse, Franse en Russische zone. Duitsland is een verwoest land met gebrek aan de eerste levensbehoeften zoals woningen en voedsel. De Duitse bevolking is op drift. [2] De geallieerde autoriteiten in de verschillende zones zitten daarom niet te wachten op de komst van Duitsers uit andere westerse landen. De uit Nederland uit te zetten Duitsers zullen voornamelijk naar de Britse zone, direct bij de Nederlandse grens, worden overgebracht.
Het plan van Kolfschoten om zonder onderscheid alle Duitsers uit te zetten, stuit bij de geallieerde autoriteiten in Duitsland dan ook op grote bezwaren. Bovendien bepalen deze dat uitzetting op basis van reciprociteit zal moeten plaatsvinden. Dat betekent dat Duitsers, woonachtig in Nederland, worden geruild tegen Nederlanders uit Duitsland. Het aantal van deze, veelal in de grensstreek wonende personen met de Nederlandse nationaliteit bedraagt ongeveer 100.000. Daarnaast moeten Duitsers die terugkeren, beschikken over een aanwijsbaar domicilie in Duitsland. Nederland verzet zich tegen deze bepaling, maar dat helpt niet veel. [3]
Aanpassing van de plannen
Ook in Nederland komen reacties op deze manier van uitwijzing. Namens de Rooms Katholieke Kerk maakt de aartsbisschop van Utrecht, J. de Jong, bezwaar tegen dit plan. Het zou volgens hem in strijd zijn met de christelijke naastenliefde. [4]
De Nederlandse overheid neemt deze bezwaren ter harte maar zet het plan van uitwijzing wel door. Ze besluit de richtlijnen voor uitzetting aan te passen. Er zal tijdelijk verblijf worden verleend aan personen van Duitse afkomst die van belang zijn voor Nederland, zij die vóór 1940 Nederland zijn binnengekomen en zich als ‘vriend’ van Nederland hebben gedragen en zij die in het Nederlands verzet zaten. Voor mensen die na 1933 om politieke redenen Duitsland zijn ontvlucht, zal een aparte regeling worden getroffen. [5] Naast deze wet geeft de adviescommissie Schilthuis richtlijnen op basis waarvan Duitsers worden uitgewezen. Deze door het ministerie van Justitie op 17 april 1946 ingestelde commissie geeft advies in gevallen waarin onduidelijkheid bestaat over de vraag hoe ‘fout’ de uit te wijzen Duitser is en hoe hiermee om te gaan.
De uitvoering van de wet ligt bij de sinds 1938 bestaande Vreemdelingendienst onder leiding van J. Grevelink, in samenwerking met de plaatselijke politie en de Politieke Opsporingsdienst (POD). [6]

Operatie Black Tulip

De opvolger van Kolfschoten, KVP minister van Justitie J.H. van Maarseveen, zal het plan om ongewenste Duitse vreemdelingen uit te wijzen tot uitvoering brengen. Onder de naam Black Tulip gaat de operatie op 10 september 1946 in Amsterdam van start. 's Ochtends in alle vroegte worden mensen met een Duitse nationaliteit, vaak hele gezinnen, uit hun huis gehaald. [7] Als bagage mag alleen de meest noodzakelijke kleding en persoonlijke eigendommen van zeer geringe waarde worden meegenomen. Iedere persoon moet zo mogelijk in het bezit zijn van drie dekens, eet en drinkgerei en toiletartikelen. Een echtpaar mag niet meer dan vijftig kilo bagage en maximaal honderd gulden meenemen. Ieder tot het gezin behorend kind mag maximaal vijf kilo bagage en vijftig gulden bij zich hebben. [8]
De rest van hun eigendommen wordt in beslaggenomen door het Nederlands Beheersinstituut, een instelling die vermogens van vijandelijke onderdanen beheert. De opgepakte Duitsers krijgen hun eigendommen niet terug omdat deze worden gezien als een gedeeltelijke schadevergoeding door de bezetting van Nederland. [9]
De manier van verslaggeving in verschillende kranten wekt de indruk dat de Nederlandse bevolking deze aanpak toejuicht. De Leeuwarder Courier van 12 november 1946 schrijft dat de Rijksduitsers naar Duitsland terug moeten gaan; daar horen ze thuis. De Gelderlander van 11 juli 1946 heeft het over dubieuze kostgangers die zo snel mogelijk naar eigen land gerepatrieerd moeten worden. De Heraut van 25 juni 1945 schrijft over de Rijksduitsers als gespuis dat hun verdiende straf niet mag ontgaan.
De gearresteerde Duitsers worden in diverse kampen ondergebracht voor groepsgewijze evacuatie. Kamp Mariënbosch bij Nijmegen is het grootste kamp.

Kamp Mariënbosch

In het bosrijke park Marienbos aan de rand van Nijmegen wordt in de zomer van 1946 het voormalige Canadese Leave-camp - een opvangkamp voor geallieerde soldaten die na de bevrijding niet direct naar huis konden terugkeren - gereed gemaakt voor opvang van uit te zetten Duitsers. Volgens plan zal de opvang in dit kamp van korte duur zijn; het overheidsbeleid is er immers op gericht ongewenste Duitse vreemdelingen zo snel mogelijk door te sturen naar de ‘Heimat’.
Het kamp wordt voorzien van een dubbele omheining van prikkeldraad. [10] De privaattonnen worden vervangen door een riolering voor het plaatsen van toiletten. Naast de reeds aanwezige halfronde nissenhutten, bestaande uit ijzeren golfplaten komen er een paar barakken uit een ander kamp bij, waarvan er één dient als een opslagmagazijn voor huisraad van geïnterneerden.
Verbouwing
Na het in gebruik nemen als doorgangskamp volgen verdere aanpassingen. De overheid stelt hiervoor 200.000 gulden beschikbaar. Het plan is om het kamp in drie afdelingen te scheiden, bestaande uit een vrij gedeelte, bestemd voor huisvesting van het personeel en de administratie. Daar achter komt het eigenlijke interneringskamp, bestaande uit 48 hutten, waarvan er 34 bestemd zijn voor gezinnen. Vlakbij staan vier hutten voor de schoolgaande kinderen. Op een afgerasterd gedeelte verderop zijn vijf hutten voor alleenstaande mannen boven achttien jaar, waarvan één hut dient als dagverblijf. Een soortgelijke verblijfsruimte is elders op het terrein gereserveerd voor alleenstaande vrouwen. Achter het interneringskamp kamp komt een evacuatie- en douanekamp. Andere faciliteiten op Mariënbosch zijn een klein ziekenhuiscomplex, een aantal hutten voor de sociale verzorging en een kerkzaal voor zowel protestanten als katholieken. Het totale plan van deze verbouwing is overigens nooit voltooid.
Het officiële adres van het kamp wordt Boschweg 103, Nijmegen. Het kamp lag tussen de huidige Bosweg, Groesbeekseweg en Luciaweg. Het beheer van dit transitkamp komt in 1946 in handen van de Rijksvreemdelingendienst [11] met als commandant Jacques Schol, een man met ervaring. Hij was als reserve kapitein van het gedemobiliseerde Nederlandse Leger commandant van het voormalige vluchtelingenkamp nabij Hellevoetsluis. Van 16 juli 1940 tot 1 januari 1943 fungeerde hij als commandant van kamp Westerbork. [12]
Stagnatie
Voordat de uitvoering van operatie Black Tulip op 10 september 1946 van start gaat, is de internering van alles wat Rijksduitser is al begonnen. De gearresteerden worden ondergebracht in verschillende kampen in Nederland en ook in Kamp Mariënbosch, ook al is dit nog niet gereed voor de nieuwe doelgroep. In twee in het Duits geschreven brieven van 26 juni 1946 schrijft een vrouw vanuit Kamp Mariënbosch aan haar ‘Kampfgenossen’ elders dat het kamp nog in aanbouw is. Zij noemt het een hopeloze chaos. Ze moet met negen anderen voor zichzelf koken maar, schrijft ze, de toebedeelde voorraad is voldoende. Uit een brief van deze vrouw, gericht aan haar man is te begrijpen dat ze als administratief medewerkster op het bureau van de commandant werkzaam is. [13]
Al snel blijkt dat de plannen op papier niet geheel overeenkomen met de praktijk.
Het kamp biedt plaats voor maximum 1400 personen [14], maar na de officiële in gebruikname in september is Mariënbosch al na een paar dagen overvol doordat er geen doorstroming naar Duitsland kan plaatsvinden. De minister moet de arrestaties stoppen. Kamp Avegoor nabij Arnhem wordt al snel als doorgangskamp in gebruik genomen. [15]
In de strenge winter van 1946-1947 moeten beide kampen worden ontruimd. De toestand wordt door de extreme koude onhoudbaar. De geïnterneerde Duitsers worden elders in het land ondergebracht of naar huis gestuurd. Enkele tientallen Duitsers blijven in de kampen achter, wachtend op hogere temperaturen en/of uitwijzing die overigens mondjesmaat verloopt.
Uitzetting op grote schaal
In juli 1947 sluit de Nederlandse overheid een overeenkomst met de geallieerden om nog eens 10.000 mensen uit te wijzen [16] Op 18 juli 1947 vertrekt een transport van vrachtwagens uit Mariënbosch naar de Britse zone in Duitsland. In de transportlijsten wordt zichtbaar dat veel opgepakte Duitsers al lang in Nederland of een der Nederlandse rijksdelen een nieuw bestaan hebben opgebouwd. Zij worden dus als volledig geïntegreerd in de Nederlandse samenleving uit hun leven van alle dag gerukt met achterlating van hun bezittingen. De transportlijst van 18 juli 1946 vermeldt onder andere een familie van wie het echtpaar in het Duitse Wesel is geboren. De man is in 1928 uit Kleve naar Suriname verhuisd om daar planter te worden. Zijn gezin met twee in Suriname geboren dochters wordt opgepakt en uitgewezen naar familie in Wesel.
Op dezelfde lijst staat de naam van een vrouw die is geboren in Wuerselen. Ze is getrouwd en in Heerlen gaan wonen, waar haar kinderen worden geboren. Ze moet terug naar Wuerselen. Er is daar geen opvang voor haar en haar kinderen.
Vanaf die datum volgen wekelijks transporten naar Duitsland, soms meerdere transporten per dag. Tot en met 31 oktober van datzelfde jaar vertrekken er 30 transporten die in totaal 3400 uitgewezenen over de grens zetten. [17]
De familie Hoppstein
De tijdelijke bewoners van kamp Marienbosch hebben één ding gemeen, ze hebben de Duitse nationaliteit. Verder is het een mix van mensen van alle leeftijden met diverse achtergronden, gezinnen en vrijgezelle mannen en vrouwen, Duitsers met een nazi verleden die zelfs in 1947 hun brieven nog met Heil Hitler afsluiten en mensen die om allerlei redenen hun geboorteland hebben verlaten om een leven in een nieuw land te beginnen.
Een voorbeeld van een familie die decennia lang in Nederland woonde, is de familie Hoppstein. Een deel van deze familie wordt in kamp Marienbosch geïnterneerd en later uitgewezen.
Andreas Hopstein vertrekt in 1913 om economische redenen met zijn ouders, broers en zusters uit het Duitse Stolberg naar Leerdam. Later gaat de familie in Schiedam wonen. Andreas trouwt in 1926 met de Rotterdamse Maria Louise Beijens. Ze krijgen twee kinderen Joep en Loes. In 1939 verhuist het gezin naar Haarlem, waar Andreas werk krijgt bij een brandstoffenhandel. Op een dag vlak na de bevrijding staat de Vreemdelingenpolitie voor de deur bij Bronsgieterij Binder in Haarlem waar Andreas en zijn zoon Joep dan werken. Ze worden meegenomen naar huis, moeten de hoognodige bagage bij elkaar pakken en rijden samen met vrouw en dochter Loes door naar het politiebureau. De volgende dag vertrekken ze per auto naar kamp Mariënbosch. [18]


Een Duitse verdrevene trekt in 1948 met zijn gezin door de straten ergens in Noordwest Duitsland. Bron: Creative Commons Attribution- Share Alike 3.0 Germany

Verzorging
In de periode dat de familie Hoppstein in dit kamp verblijft, worden zij en de andere bewoners door de aanwezige Rijkspolitie niet slecht behandeld. Vader Andreas wordt betaald voor het uitladen en opslaan van meubelen van nieuw aangekomen geïnterneerden. Gezinnen ontvangen bonnen ter waarde van vijf gulden om aanvullende levensmiddelen aan te schaffen. Er bestaan zelfs tabaksbonnen. Joep geniet een zekere mate van vrijheid wanneer hij met een paar Nijmeegse studenten mee mag naar een voetbalwedstrijd van NEC of naar het wielrennen in de Goffert. Maar het blijft een leven achter prikkeldraad.
Begin oktober 1947 wordt het gezin Hoppstein uitgewezen en met een vrachtwagen naar Stolberg, de geboorteplaats van vader Andreas, vervoerd. Daar aangekomen worden ze met enkele schaarse bezittingen op de hoek van een straat achtergelaten.
Wantoestanden
Het is nooit de bedoeling van de overheid geweest de uit te wijzen Duitsers langdurig te interneren, het verblijf in het kamp zou volgens de plannen hooguit enkele weken duren, maar door de slechte doorstroming naar Duitsland wordt het verblijf in Mariënbosch voor een deel van de geïnterneerden tot enkele maanden en zelfs langer verlengd. Daar is de bewaking van het kamp niet op ingesteld. Er vinden veel ontsnappingen plaats, vaak met medeweten van de bewakers. Bij een onderzoek door Rijksrechercheur W.J. den Otter in april 1947 naar de toestand in het kamp, verklaart een hulpmarechaussee dat bij zijn aantreden er een chaos in het kamp heerste. Hij herinnert zich dat er tussen Kerstmis en Nieuwjaar 1946/1947 een honderd tal gevangenen zijn ontsnapt waarbij zowel de kampleiding als de Rijkspolitie de andere kant uitkeken.
Het beheer van levensmiddelen laat eveneens te wensen over. De chef kok constateert regelmatig dat de voorraad boter en vlees niet klopt. Daarnaast lappen een aantal bewoners de regels die bestaan over het verkeer tussen mannen en vrouwen aan hun laars. Heimelijke relaties tussen mannelijke en vrouwelijke geïnterneerden, maar ook tussen leden van het bewakingspersoneel en geïnterneerden blijven niet altijd zonder gevolgen. Tijdens voornoemd onderzoek verklaren politiemannen dat een aantal vrouwen zwanger de ziekenbarak zijn ingegaan, die later niet meer zwanger bleken te zijn. [19]

Bezinning

Enkele jaren na de bevrijding wordt de houding ten opzichte van in Nederland verblijvende Duitsers in Nederland milder. De vraag of ongewenste vreemdelingen zonder enige vorm van rechtspraak kunnen worden opgepakt, geïnterneerd en uitgewezen wordt steeds luider. Dat de Duitsers en hun gezinnen met achterlating van praktisch al hun bezittingen in alle vroegte uit hun huizen werden gehaald, brengt velen de beelden van het oppakken en deporteren van joden in Nederland in herinnering. Zijn we als Nederlandse samenleving wel rechtmatig en humaan bezig met de wijze waarop de mensen met een Duitse nationaliteit worden uitgewezen, zo vraagt men zich af.
Vanuit de Rooms Katholieke kerk zijn vanaf het begin van de operatie Black Tulip al vraagtekens gesteld over de werkwijze bij deze operatie. Later, als duidelijk wordt wat de gevolgen zijn van deze aanpak voor de uit te zetten Duitsers, sluit de Nederlands Hervormde kerkgemeenschap zich bij de protesten aan.
Ook vanuit de Tweede Kamer komen kritische reacties, onder andere naar aanleiding van een onofficieel bezoek van KVPer Roolvink en andere kamerleden aan kamp Mariënbosch op 19 augustus 1947. De minister van Justitie Van Maarseveen is niet blij met de inmenging van kerkelijke autoriteiten in zijn beleid, maar gaat toch met ze in gesprek. Hij belooft de transporten van 1 november 1947 tot 1 april 1948 stop te zetten, de dossiers van de Duitsers nader te bestuderen om zo tot een efficiënter uitzettingsbeleid te komen. [20]
Protesten tegen internering en hervatting transporten
Als na 1 april 1948 de transporten naar Duitsland weer beginnen, barsten de protesten pas echt los. De algemene opinie is dat de Duitsers niet kunnen worden uitgewezen als er geen rechtsgronden aanwezig zijn. De kerkelijke instanties wensen directe stopzetting van de internering en uitwijzing, uitgezonderd die van echt foute nazi's. [21] Enkele dagbladen nemen die mening over. Dagblad De Tijd van 22 mei 1948 schrijft dat het beschamend is voor Nederland dat honderden mensen vastzitten en niet weten waarvoor.
Protestbrief van kampbewoners
Ook de gedetineerden in kamp Mariënbosch laten van zich horen. Op 1 juni 1948 bevinden zich ongeveer 500 Duitse geïnterneerden in het kamp. Ze zijn in de loop van april in hun woonplaats gearresteerd door de plaatselijke politie en naar kamp Mariënbosch vervoerd. Namens deze geïnterneerden wordt een brief samengesteld met vermelding van hun achtergrond en de omstandigheden waarin ze in het kamp verkeren. Volgens de brief is aan hen meegedeeld dat ze later naar Duitsland zullen worden vervoerd, maar al spoedig blijkt dat de kans daartoe heel klein is. De geïnterneerden vrezen voor lange tijd in het kamp opgesloten te zullen zijn. Bijna 90 procent van hen woont al meer dan twintig jaar in Nederland, de meerderheid is getrouwd met Nederlandse vrouwen. De meeste kinderen spreken geen Duits en hebben op Nederlandse scholen gezeten. In de brief verklaren ze dat de meesten anti-nazi zijn geweest. Velen van hen zijn op de een of andere wijze zelfs bij het verzet betrokken geweest. Er is de geïnterneerden niet meegedeeld waarom ze in kamp Mariënbosch zijn opgesloten.
Een beschrijving van de verblijfsomstandigheden maakt duidelijk dat ze geen vrij contact mogen hebben met familie of vrienden buiten het kamp. Bezoek van 1 uur in de drie weken is onder controle van de bewakers toegestaan. Elk ontvangen pakket wordt gecontroleerd, de inhoud, meestal bestaande uit voedsel, wordt er uitgenomen. De gecontroleerde correspondentie wordt twee maal per week gepost. Voor meest dringende aangelegenheden, bijvoorbeeld een bezoek aan de tandarts, is er toestemming het kamp te verlaten. De ingezetenen worden gedwongen als gevangenen achter prikkeldraad in het kamp te verblijven. Ze voelen zich onbeschermd, omdat er geen autoriteit aanwezig is die kan bemiddelen om aan deze wantoestand een einde te maken.
Bij deze brief wordt tevens een verklaring gepubliceerd, ondertekend door 200 kampbewoners, waarin de beweringen, gedaan door de Vreemdelingendienst, worden ontkend. Deze verklaring vermeldt dat niemand van hen inzage in zijn of haar dossier heeft gehad, zodat niemand zich heeft kunnen verweren tegen mogelijke in het dossier vermelde beschuldigingen. Deze brief is met de verklaring verzonden naar verschillende autoriteiten in binnen- en buitenland. [22]

Naar het einde van de uitwijzing

Als reactie op de verklaring van de kampbewoners deelt de Vreemdelingendienst mee dat de Duitse geïnterneerden zich wel degelijk kunnen verweren, maar het zaad van de twijfel is al gezaaid. De transporten gaan door. Eind juni en begin juli vertrekken er vanuit Mariënbosch Duitsers naar de Engelse en Amerikaanse zone. Het kamp krijgt wat lucht doordat half juni een aantal Duitse gezinnen naar kamp Avegoor vertrekt. [23]
Terugblik van de minister
Terugkijkend op de wijze waarop de uitwijzing vanaf 1945 heeft plaatsgevonden, schrijft de minister van Justitie in een brief van 14 oktober 1948 aan het Hoofd van de Vreemdelingendienst, dat de standpunten over uitwijzing beïnvloed werden door de situatie van de tijd waarin ze werden genomen. De eenmaal ingenomen strategieën werden bijgesteld door verandering van de openbare mening, meer aandacht voor de menselijkheid en door een langzaam herstel van de geregelde toestanden in Duitsland, waardoor de uitwijzing voor een groot aantal Duitsers werd vertraagd. [24]
Mede gezien de veranderende internationale verhoudingen en het inzicht dat het tijd wordt de economische betrekkingen met Duitsland te verbeteren, is het niet verwonderlijk dat de minister besluit de groepsgewijze uitwijzing van Duitsers te beëindigen. Mariënbosch sluit op 1 november en Avegoor op 1 december.
Tot 1950 vertrekken nog een aantal Duitsers op eigen gelegenheid omdat ze in Nederland niet welkom zijn. [25]

Na vijf jaar van onderdrukking door het Duitse nazi bewind, verkeerde de Nederlandse bevolking na de bevrijding in een feestroes maar kennelijk ook in een mist van wraakgevoelens voor alles wat Duits was. Het was oog om oog, tand om tand. Na enkele jaren kwam men tot bezinning en tot het inzicht dat de manier van handelen van Nederland inzake het uitzetten van ongewenste vreemdelingen overeenkomst vertoonde met de wijze waarop de Duitse nazi's met hun vijanden omgingen. Een stukje Nederlandse geschiedenis dat de schoolboeken niet heeft gehaald, maar dat een waarschuwing kan zijn om niet alleen maar in zwart-wit te denken.

Sophie Molema

Verantwoording afbeeldingen: Voor de foto van de affiche is toestemming voor publicatie verleend door het NIOD. De andere foto is rechtenvrij.

Dit artikel is ook gepubliceerd in het internettijdschrift voor Geschiedenis, Historien.nl

Noten

[1] M.D. Bogaarts, ‘Weg met de moffen. De uitwijzing van Duitse ongewenste vreemdelingen uit Nederland na 1945’, In: Martinus Nijhoff, Bijdragen en Mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden. Deel 96. (Den Haag, 1981) 334. Tevens te vinden in: M.D. Bogaarts, ‘Weg met de moffen. De uitwijzing van Duitse ongewenste vreemdelingen uit Nederland na 1945’, in: Parlementaire geschiedenis van Nederland na 1945, deel 2, band D (Nijmegen 1995)

[2] Ad van Liempt, Na de bevrijding: de loodzware jaren 1945-1950 (Amsterdam 2014) 69.

[3] M.D. Bogaarts, ‘Weg met de moffen. De uitwijzing van Duitse ongewenste vreemdelingen uit Nederland na 1945’, 337.

[4] Ibidem, 70, 71.

[5] M.D. Boogaarts,‘Weg met de moffen. De uitwijzing van Duitse ongewenste vreemdelingen uit Nederland na 1945’, 335, 336.

[6] Ibidem, 334-339.

[7] Ad van Liempt, Na de bevrijding: de loodzware jaren 1945-1950 (Amsterdam 2014)151.

[8] Brief van Bureau Vreemdelingendienst aan het Hoofd Plaatselijke Politie, datum onbekend, Nationaal Archief, Justitie/IND Beleid 1940-1955, 2.09.5026, bestanddeel 1154.

[9] M.D. Bogaarts, ‘Weg met de moffen’, 340.

[10] De Gelderlander, 11-07-1946.

[11] Jan Sintmaartensdijk & Yfke Nijland, Operatie Black Tulip: de uitzetting van Duitse burgers na de oorlog (Amsterdam 2009) 112

[12] ‘Concentratiekampen in Nederland. Durchgangslager Westerbork’ op: www.tweede-wereldoorlog.org/kamp-westerbork.html

[13] Brief van geïnterneerde in kamp Mariënbosch, d.d. 25-06-1946, Nationaal Archief, Justitie/IND Beleid 1940-1955, 2.09.5026, bestanddeel 1154.

[14] Brief van Bureau Vreemdelingendienst aan Hoofden Plaatselijke Politie, d.d. 12 juni 1946, Nationaal Archief, Justitie/IND Beleid 1940-1955, 2.09.5026, bestanddeel 1154.

[15] Ad van Liempt, Na de bevrijding: de loodzware jaren 1945-1950 (Amsterdam 2014) 151

[16] M.D. Bogaarts, ‘Weg met de moffen’, 341.

[17] Transportlijst nr.1, 08-07-1947, Nijmeegs Archief 2 Secretarie Gemeente Nijmegen 1810-1946, inv.nr. 12252.

[18] ‘Anderetijden/afleveringen/2005-2006/Black-Tulip’ op: www.npogeschiedenis.nl

[19] Jan Sintmaartensdijk & Yfke Nijland, Operatie Black Tulip: de uitzetting van Duitse burgers na de oorlog (Amsterdam 2009) 111-119.

[20] M.D. Bogaarts, ‘Weg met de moffen’, 342-345. Brief november 1947 van Hoofd Vreemdelingendienst aan de secretaris-generaal, NA, Justitie/IND Beleid 1945-1955, 2.09.5026, bestanddeel 2471.

[21] M.D. Bogaarts, ‘Weg met de moffen’, 347.

[22] De Gelderlander, 01-06-1948, De Gelderlander 02-06-1948.

[23] De Tijd, 23-06-1948, 29-06-1948. De Gelderlander, 02-07-1948.

[24] Brief d.d. 14 oktober 1948 van minister van Justitie aan Hoofd Rijksvreemdelingendienst, NA Justitie/IND, Beleid 1945-1955, 2.09.5026, bestanddeel 5026.

[25] M.D. Bogaarts, ‘Weg met de moffen’, 349.

terug naar Gastredactie-overzicht

Reactiepagina
Reactie 0:

Sophie Molema, 11-05-2015: Vreugde en roep om vergelding in bevrijd Nederland
Reactie 1:

Redactie, 28-05-2015: De Gelderlander meldt dat Stichting RAAP een zogenoemde Indicatieve Kaart Militair Erfgoed online heeft geplaatst. Daarop staan onder meer werkkampen, radarstations en verdedigingslinies. De kaart zelf is te raadplegen op http://ikme.nl/. Iedereen kan meehelpen de kaart verder in te vullen.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: