Weissman

© Jan van Bentum; digitale bewerking 27-01-2017 Marcel van Dinteren/Stichting Noviomagus.nl

A.W. Weissman (1858-1923)
vernieuwend architect te Nijmegen

door Jan van Bentum


Na de afschaffing van de omwalling van Nijmegen in 1874 kwam de stadsuitbreiding vooral tot stand langs de singels, maar later ook langs de uitvalswegen. De bouw van nieuwe herenhuizen en villa's kwam in veel gevallen tot stand door lokale aannemers. De ontwerpen volgden strikt de heersende mode geïnspireerd door de stijl van de Hollandse renaissance.

Net als in de huidige vinex-wijken bouwde men voor de markt volgens de algemeen geldende confectie-bouwstijl. Vernieuwende, landelijk bekende, architecten speelden slechts een bijrol in dit geheel. Ineke Pey concludeert in haar boek: Bouwen voor gezeten burgers, Herenhuizen en villa's in de nieuwe stadswijken van Utrecht, Groningen en Nijmegen (1874-1901):
"Daarmee werd het ontwerp onderdeel van het productie-proces; de huizen werden niet zozeer ontworpen als wel gecompileerd, samengesteld op grond van alom verkrijgbare platenboeken met voorbeeldarchitectuur of van in tijdschriften gepubliceerde contemporaine architectuur. De woonhuisarchitectuur van gezeten burgers werd zo de grootste gemene deler van de voorbeeldenboeken. De architectuur van de gerealiseerde herenhuizen en villa's, ofschoon beantwoordend aan het modebeeld, kreeg daarmee allesbehalve het niveau van haute couture en zelfs niet altijd van prêt-à-porter, maar was vaak confectie. De avant garde architecten wisten geen beeldbepalend stempel te drukken op het stadsgezicht van de negentiende-eeuwse stadsuitbreidingen".

Een uitzondering hierop vormt misschien de Amsterdamse architect Adriaan Willem Weissman, die zich rond de eeuwwisseling voor korte tijd in Nijmegen vestigde. Hij werd vooral bekend als stadsarchitect van Amsterdam, waar hij onder andere verantwoordelijk was voor de bouw van het Gemeentelijk museum (1895).

Door een meningsverschil over de gebruikte materialen bij de bouw van het museum was hij gedwongen om ontslag te nemen en hij vestigde zich aan de St. Annastraat 39 in Nijmegen. Hij ging een maatschap aan met P.H. van Niftrik met een kantoor aan de Plantage Parklaan in Amsterdam. Een directe aanleiding voor zijn keuze voor Nijmegen was dat zijn vrouw een aanstelling kreeg als zanglerares aan de juist opgerichte muziekschool. Helaas is zijn werk in Nijmegen grotendeels verdwenen en is zijn invloed beperkt gebleven. Toch zijn er in de archieven nog wel wat sporen te vinden.

Een van de eerste wapenfeiten die Weissman in Nijmegen realiseerde was de verbouwing van societeit 'De Harmonie' aan de Burchtstraat in 1898. In de PGNC (Provinciale Gelderse en Nijmeegse Courant) van 30-08-1898 wordt dit beschreven als: "De gevel van het gebouw wijkt geheel af van die, welke men in de laatste jaren in Nijmegen zag verrijzen. De bouwmeesters waren van oordeel, dat het geen zin heeft in de 19e eeuw zich aan te sluiten bij de stijlvormen van vroeger tijden. Zij stelden hun gevel samen van helrooden en groenverglaasden baksteen, en ondersteunden hem door kolommen van Schotch graniet. Deze kolommen hebben bronzen kapiteelen, wier motief het wapen van Nijmegen vormt; zij rusten op basementen van hardsteen". Helaas is 'De Harmonie' al weer lang uit het straatbeeld verdwenen.
Een tweede project van A.W. Weissman in Nijmegen was het uitbouwen van een villa tegenover het station tot een volwaardig hotel, het "Oranjehotel". In De Gelderlander' van 25-11-1900 worden de plannen omschreven als: "Wij waren hedenmorgen in de gelegenheid de verbouwingsplanning in te zien van de architecten A.W. Weissman en P.H. van Niftrik, wolgens welke die vergrooting geschieden zal. Rekening houdende met de omgeving van plantsoenen en geboomte, hebben de ontwerpers hun plan opgevat in den geest van een Engelsch kasteeltje, met muren deels gepleisterd, deels van zichtbaar gelaten rooden baksteen, en met kanteelen bekroond, waartegen wapenschilden in Delftsch aardewerk worden aangebracht".

Een ambitieus plan van de architecten Weissman en van Niftrik was het bouwen van een nieuwe schouwburg. In de PGNC van 28-05-1899: "Wij maakten dezer dagen met ingenomenheid melding van de nog zeer voorloopige plannen van eenige heeren te dezer stede, om pogingen aan te wenden tot het stichten van een nieuwen schouwburg alhier. Weinig vermoedden wij toen, dat ons dezer dagen van andere zijde reeds een prachtig, geheel uitgewerkt plan zou worden getoond. Reeds vroeger toch hebben eenige ingezetenen zich met die zaak bezig gehouden. Was aanvankelijk hun plan een schouwburg verbonden met een concertzaal te doen verrijzen, toen het bleek, dat op deze wijze niets goeds tot stand te brengen zou zijn, besloot men zich tot een schouwburg alleen te bepalen. De plannen daarvoor werden opgemaakt door de bekende architecten-ingenieurs de heeren A.W. Weissman en P.H. van Niftrik die alhier o.a. de societeit de Harmonie hebben gebouwd. De nieuwe schouwburg zal 1066 personen kunnen bevatten, waarvan ruim de helft in parquet, baignoires en loges. De overigen vinden plaats op een amphitheater recht tegenover het tooneel. Het tooneel verkrijgt een diepte van 16 en een breedte van 18 M. en zal dus tot de grootste van Nederland behoren. [..] De gevels van het geheel vrijstaande gebouw zijn eenvoudig, doch waardig. Hier en daar is een rijkere ornamentatie aangebracht, opdat het gebouw, al werd het vooral met het oog op practische bruikbaarheid ontworpen, ook door zijn uitwendig voorkomen een sieraad voor Nijmegen zou zijn. Voor de uitvoering der plannen zal geen beroep behoeven te worden gedaan op de Nijmeegse burgerij. De Gemeente zal slechts enkele en niet zeer bezwarende voorwaarden behoeven te aanvaarden".
Helaas zal het bij plannen blijven en pas in de 20'er jaren zal de Vereeniging worden gebouwd, dan onder leiding van Oscar Leeuw.

Inmiddels waren de heren Weissman en van Niftrik betrokken geraakt bij een vinex-project 'Groenewoud', ruwweg tussen de Groenewoudseweg, de Groesbeekseweg en de Driehuizerweg (nu Heyendaalseweg).

Voor de ontwikkeling van een villapark op dit gebied van ruim 9 hectare werd een maatschappij 'Groenewoud' opgericht die als een moderne speculant eigenaar werd van de grond en daarna plannen onwikkelde voor bouw van deftige villa's.

Weissman en van Niftrik werden voor een kwart aandeelhouder van de nieuwe maatschappij. In 1899 werd gestart met de aanbesteding van de eerste drie villa's naar onwerp van Weissman en van Niftrik, waarschijnlijk op de hoek van de Groesbeekse weg met de huidige Curaçaoweg. De onwikkeling van de rest van het gebied is pas in de loop van de 20e eeuw tot stand gekomen en ook het stratenplan wijkt behoorlijk af van de ambitieuze plannen van het begin. Het is niet bekend in hoeverre de villa's van de hand van Weissman en van Niftrik nog intact zijn.

Andere projecten van Weissman en van Niftrik in Nijmegen waren onder andere een villa voor H. Bowles, de directeur van het villapark Groenewoud, aan de Surinameweg 2, hoek Groesbeekseweg en een grote villa in chaletstijl aan de St. Annastraat, in opdracht van de Hagenaar M. Woortman Spandaw. De witgepleisterde gevel met ingetogen detaillering vormde een groot contrast met de drukke neorenaissance vormentaal van de laatste jaren van de negentiende eeuw (Ineke Pey, Bouwen voor gezeten burgers). Een bijzonder ontwerp was dat van Villa Hollyden aan de Spoorstraat (nu Tunnelweg) in 1899. Deze villa was vormgegeven in een gemoderniseerde chaletstijl met Art Nouveau details waarin niets meer herinnert aan de neo-Hollandse renaissance, met een moderne vakwerk geveltop en smeedijzeren hekwerkjes aan balkons en voordeur. In aanzet en uitvoering is er enige gelijkenis met het bekendere Lizzy Cottage (Hobbemastraat 12 in Amsterdam, door Weissman in 1902 ontworpen in Engelse First Movement stijl, nu rijksmomument). Weissman schreef over zijn zoektocht naar een eigen stijl in 1897: "Ik wil wel erkennen dat ik, als zoveelen, van de historische stijlen ben uitgegaan.... Langzamerhand ben ik echter het verkeerde van alle navolging gaan inzien en is het mijn overtuiging geworden, dat alleen het onbevangen voldoen aan de moderne eischen ons aan een nieuwe bouwkunst kan helpen. Schoonheid is bij mij met doeltreffendheid synoniem geworden."


Bouwtekening van Lizzy Cottage in Amsterdam

Een laatste opmerkelijk project van Weissman in Nijmegen was het ontwerp van een drietal villa's aan de Voorstadslaan in Hees, nabij de kruising met de Waterstraat. M.G.F. Verdonck, oud fabrikant van ijzerwaren te Amsterdam met een winkel aan de Kalverstraat, koopt in Nijmegen het landgoed Leeuwenstein, waarvan nu alleen nog het koetshuis zichtbaar is op de hoek van de Voorstadslaan met de Marialaan. Daar wordt hij fruitteler van beroep en verwerft landelijke bekendheid met het telen van nieuwe fruitrassen en betere (gekoelde) bewaarmethoden. Ook hij ontpopt zich als projectontwikkelaar en zal later het initiatief nemen voor een nieuw villawijkje aan de Voorstadslaan en Tweede Oude Heselaan. Eind 19e eeuw geeft hij opdracht aan Weissman en van Niftrik tot het ontwerpen van een drietal villa's aan de Voorstadslaan en de verbouw van een bestaand pand op de hoek met de Waterstraat. De aanbesteding wordt in diverse regionale dagbladen geadverteerd en mogelijk uitgevoerd door de firma H. Van Duijl uit Amsterdam. De nieuwe villa's worden door Verdonck verhuurd en na zijn overlijden worden de panden in 1923 (Voorstadslaan 238, 244 en 246) en 1925 (Voorstadslaan 240) geveild.


Villa aan de Voorstadslaan

Een groot deel van de 20e eeuw worden de panden als een soort pension verhuurd aan ongetrouwde professionals. In 1915 heeft Voorstadslaan 238 het telefoonnummer 920, met als bewoner A. Ambrosius, vertegenwoordiger van de firma Wed. A. Duijs, steenfabrikanten. In 1935 wordt de villa aan de Voorstadslaan 238 opnieuw geveild. Nieuwe eigenaar wordt J.M. Brinkhuis, chef administatie van de fabriek Hollandia (later Honig). Zijn weduwe zal tot in de jaren '70 blijven wonen op dit adres. Van het oorspronkelijke blok van 3 villa's is alleen het pand op nr 238 nog intact. Het huis op nr 240 is in de jaren 50 afgebrand en vervangen door een blok van 3 woningen aan de Waterstraat, met garages aan de Voorstadslaan. Het huis op nr 242 is nog tot ongeveer 2008 bewoond door een echtpaar dat hier meer dan 50 jaar heeft gewoond. Destijds konden ze zich nog goed herinneren dat aan de overkant fruitboomgaarden stonden (tussen Voorstadslaan en Marialaan). In 2010 is het afgebroken en vervangen door een appartementen complex. De villa aan de Voorstadslaan 238 is in de jaren '90 aangewezen als Gemeentelijk monument, met als beschrijving: "Villa, blokvormig pand van twee bouwlagen met pannen-gedekt tentdak. De gevels zijn gepleisterd, op een brede ornamentale baksteenfries langs de gootrand na. Gootlijst kwartcirkelvormig uitgekraagd. Voorgevel verdeeld in twee assen: de rechter helft bestaande uit een houten erker met balkon en dubbele balkondeuren; in de linkerhelft twee dicht naast elkaar geplaatste ramen, op de begane grond gekoppeld onder een vlakke ontlastingsboog. Alle ramen met glas-in-lood in de bovenlichten. De voordeur in de linker zijgevel. Zeer opvallende dakkapel met drie ramen waarvan het pannendak een verlenging vormt van de nok van het hoofddak. Eenvoudig buitenhuis van fraaie verhoudingen, van belang als voorbeeld van de overgang van historiserende naar meer functionele, sobere villabouw". Opvallend is dat bij de aanwijzing tot gemeentelijk monument noch het exacte bouwjaar, noch de architecten (Weissman en van Niftrik) bekend waren.

Voor Weissman was de situatie in Nijmegen te weinig dynamisch en al in 1897 verhuisde hij naar Bussum. In zijn "Herinneringen" schrijft hij: "Te Nijmegen hebben wij ons nimmer thuis gevoeld. Ofschoon ik er nog al wat te bouwen kreeg lag toch het zwaartepunt van mijn werkzaamheden te Amsterdam, zoodat ik veel afwezig zijn moest. Het (Stedelijk) museum werd in den zomer van 1895 voltooid. Den 14den September van dat jaar had de plechtige opening plaats; ik maakte alles daarvoor gereed, doch vertrok toen naar Nijmegen, daar ik aan de plechtigheid geen deel wenschte te nemen. Daar de geneesheeren meenden, dat het klimaat van Nijmegen voor mijne vrouw minder geschikt was, vestigden wij ons den 1-sten November 1897 in een klein huis aan de Eslaan te Bussum".
Van hieruit, en later in Haarlem, bleef hij betrokken met de vernieuwing van de architectuur in Nederland, waarbij hij vooral wilde "waken voor de schoonheid van Nederland". Hij schreef een aantal standaardwerken over de geschiedenis van de Nederlandse bouwkunst en was de initiatiefnemer van de nationale Erfgoedvereniging Heemschut. Adriaan Willem Weissman stierf op 17 september 1923 in Haarlem.

terug naar Gastredactie-overzicht

Reactiepagina
Reactie 0:

Jan van Bentum, 28-01-2018: Architect Weissman
Reactie 1:

Rob Essers, 28-01-2018: Adriaan Willem Weissman (1858-1923) heeft nooit op de St. Annastraat gewoond. Hij vestigde zich op 8 mei 1895 vanuit Amsterdam in Nijmegen op het adres St. Annalaan 39 (bouwjaar 1892) en vertrok op 28 oktober 1897 naar Bussum. Pas na de straatnaamwijziging (raadsbesluit d.d. 2 november 1904) is het adres in maart 1905 gewijzigd in St. Annastraat 99.

Op het adres St. Annalaan 35 (= St. Annastraat 95) woonde Hubertus Henricus Bowles (1842-1917), de latere directeur van de N.V. Maatschappij "Groenewoud" tot exploitatie van bouwterreinen (opgericht in 1898). St. Annalaan 39 was waarschijnlijk een van de huizen die H.H. Bowles – al dan niet samen met C.A. Steur – aan de St. Annalaan liet bouwen; zie gevelsteen St. Annastraat 89.

Villapark "Groenewoud"
Bij de aanbesteding (Algemeen Handelsblad van 1 januari 1899) is sprake van "Het bouwen van drie VILLA'S in het Villapark GROENEWOUD te Nijmegen". De kruizen op de plantekening uit 1899 (documentnummer KPU-319) suggereren dat vier kavels bebouwd zullen worden. In het adresboek uit 1903 staan echter maar twee adressen: "groesbeeksche weg villapark 2" en "groesbeeksche weg villapark 4". Beide villa's kregen in 1905 een huisnummer aan de Groesbeeksche weg (nummer 248 en 278).

De N.V. Maatschappij "Groenewoud" is in 1927 ontbonden. Op de plaats van het onbebouwde terrein worden aan het begin van de jaren dertig de Antillenweg, Curaçaoweg, Surinameweg en Witsenburgselaan aangelegd. De adressen van de twee villa's (bouwjaar 1899) zijn in 1930 gewijzigd in Curaçaoweg 1 en Surinameweg 2. Dit laatste adres is inmiddels weer gewijzigd in Groesbeekseweg 230A. Het bouwjaar 1893 in de BAG is niet correct.
Reactie 2:

Rob Essers, 29-01-2018: Villa Hollyden (bouwjaar 1899) stond niet aan de Spoorstraat (nu Tunnelweg). In 1899 werd aan A.W. Weissmann en P.H. van Niftrik vergunning verleend voor het bouwen van een huis aan de Stationsweg. In de periode 1900-1907 werd Stationsweg 5 bewoond door Marcellus Crommelin (1851-1931), de oud-burgemeester van Koudekerk, die zich op 29 augustus 1893 in Nijmegen op het adres Stationsweg 10 had gevestigd. Hij verhuisde in 1907 naar Oranjesingel 60.

Vanaf 1907 werd de villa bewoond door fabrikant Rudolphus Josephus Henricus Jurgens (1875-1954) en zijn gezin. De naam Huize "Hollyden" ben ik voor het eerst tegengekomen in het adresboek 1912-1913. Het adres werd op per 15 december 1923 gewijzigd in Burgemeester Van Schaeck Mathon Singel 5 (vanaf 9 juli 1924: Burgemeester van Schaeck Mathonsingel 5). In de fotocollectie van het Regionaal Archief Nijmegen heb ik maar een paar foto's gevonden waarop de villa te zien is: 1) het rechter pand op foto F32614 (datering: 1915) en 2) het eerste pand links op foto ZN24460 (datering: 1939).
Het pand dat bij de bevrijding van Nijmegen in september 1944 werd verwoest, stond op de plaats van van Schaeck Mathonsingel 13 t/m 43 (bouwjaar 1958). Het voorvoegsel "Burgemeester" is in 1950 uit de straatnaam geschrapt (besluit B&W d.d. 2 november 1950).
Reactie 3:

Rob Essers, 30-01-2018: In Reactie 01 heb ik verzuimd om te vermelden dat Groesbeekseweg 230A is aangewezen als gemeentelijk monument.

Mijn zoektocht naar "een grote villa in chaletstijl aan de St. Annastraat, in opdracht van de Hagenaar M. Woortman Spandaw" verliep moeizaam. Marius Jacobus Woortman Spandaw (Kleve 10 maart 1848 – Haarlem 17 november 1918) die ik geen "Hagenaar" zou willen noemen, trouwde op 14 mei 1896 in Napels met Beatrice Geraldine Turner, de weduwe van Herbert Edwin Thomas.

De grond voor de villa had Marius Jacobus Woortman Spandaw in 1897 aangekocht van Teunis Christiaan Zuijderhoudt (1839-1915); zie document d.d. 12 januari 1897. De bouwvergunning werd in 1897 verleend. Op 1 november 1898 werd hij in Nijmegen ambtshalve in het bevolkingsregister ingeschreven op het adres St. Anna 215a. Zijn vorige woonplaats was Deli. Zijn echtgenote en haar 9-jarige zoon Herbert Edwin Thomas kwamen uit Velp naar Nijmegen

Villa Beatrice
In de PGNC van 30 oktober 1898 wordt melding gemaakt van zijn aansluiting op het telefoonnet: " 526. M. J. W. Spandau, villa Beatrice St. Anna 215A (...)". In het adresboek 1899 staat: "Spandaw (M J W) St Anna 215 [tel.] 526" (zonder huisletter). In de adresboeken van 1902 en 1903 staat de naam van de villa vermeld en het correcte huisnummer 215a. Dit wijkgebonden huisnummer lag in Wijk G (Hatert) naast nummer 217.

Het huwelijk werd op 8 oktober 1903 ontbonden. "Turner (B G) st anna 215a" staat nog vermeld in de adresboeken van 1905, 1907, 1908 en 1909. Dat dit niet klopt, blijkt uit het feit dat zij en haar derde echtgenoot Louis Joseph Lefèbre (1867-1910) op 27 februari 1905 in Rome een dochter kregen. Waarschijnlijk heeft Beatrice het naar haar genoemde huis in of omstreeks 1904 verlaten.

St. Annastraat 291
Na 1905 zijn de wijkgebonden huisnummers vervangen door straatgebonden nummers die aan de naam St. Annastraat gekoppeld worden. St. Anna 215a wordt St. Annastraat 281 (vanaf 10 mei 1932: St. Annastraat 291). Op de gevel staat de naam BEN VENUTO met het jaartal 1886; zie Street View. Dit jaartal heeft mij jarenlang op het verkeerde been gezet. Ook het bouwjaar 1888 in de BAG is niet correct. De villa is gebouwd in 1897-1898 en is onmiskenbaar van de architecten A.W. Weissman en P.H. van Niftrik. De overeenkomsten met Groesbeekseweg 230A spreken voor zich.

Reactie 4:

Rob Essers, 31-01-2018: Niet alleen het jaartal, maar ook de naam op de gevel van St. Annastraat 291 roept vragen op. Ik ga ervan uit dat de naam Beatrice met haar vertrek in of omstreeks 1904 niet meer werd gebruikt.

Villa BENVENUTA
In het Digitaal Gebouwen Dossier vond ik een vergunning d.d. 5 december 1919 voor het vergroten van de kelders en het aanbouwen van twee kamers met zolder. Op bouwtekening D12.385681 staat de naam VILLA "BENVENUTA". Waarschijnlijk heeft bankier Jan Schippers (Nijmegen 6 oktober 1888 – Heemstede 10 mei 1982) of zijn echtgenote Paula Bartruida Bertha [van der Voort] van Zijp (Klambir Lima 1 mei 1891 – Heemstede 9 febr. 1960) bewust de vrouwelijke variant 'Benvenuta' bedacht. Op 20 december 1972 kreeg de Stichting St. Canisius Ziekenhuis vergunning voor het veranderen van de villa Benvenuta. Op bouwtekening D12.485997 staat: "Verbouwing Villa BENVENUTA".

Blijkbaar is de naam later gewijzigd in BENVENUTO (mannelijke variant) en uiteindelijk in BEN VENUTO (met misplaatste spatie). Op de website van Orlemans & Orlemans vond ik een foto [1] waarin de naam nog zonder spatie op de gevel prijkt en het jaartal ontbreekt. Op de website van BeuneFaber Advocaten-Belastingkundigen staat de naam met spatie en het verkeerde jaartal 1886.
Reactie 5:

Rene Klomp, 12-02-2018: In het Algemeen Handelsblad van 8 december 1912 staat een advertentie met de mogelijkheid voor een 'jong Nederlands meisje' om naar Londen te gaan om zo haar Engels te verbeteren en de stad te leren kennen. Referenties worden verwezen naar Mevrouw T.J. Schippers - van Herwijnen, Villa Benvenuto, St. Anna bij Nijmegen:

Hier wordt dus in 1912 Villa Benvenuto (met een 'o') geschreven.

Mevrouw T.J. Schippers - van Herwijnen (Teuntje Johanna van Herwijnen) was de tweede vrouw van Willem Hendrik Schippers, de vader van Jan Schippers. Zij was dus in feite de stiefmoeder van Jan Schippers. Willem Hendrik trouwde eerder met Hendrina van Engelenburg te Nijmegen op 12 augustus 1887.
Uit dit huwelijk worden twee zonen geboren, eerdergenoemde Jan en Willem Hendrik jr.
Na het plotseling overlijden van Hendrina van Engelenburg in Bonn op 3 september 1906 hertrouwde hij op 7 april 1908 te Den Haag met Teuntje Johanna van Herwijnen die eerder getrouwd was met maar ook weer gescheiden was van Franciscus Carel Wilhelmus van Noorduijn. Hendrina van Engelenburg overlijdt tijdens een treinreis van Godesberg naar Bonn tussen Dottenhof en Rheinweg, zoals gezegd op 3 september 1906.
In de overlijdensakte wordt haar overlijden aangegeven door haar man 'Wilhelm' Schippers, wonende te Nijmegen op de 'Sankt Annastrasse 46'.

Ze was op reis in het midden van een hittegolf aan het einde van de zomer in 1906 (ref. wetterzentrale.de) zeer waarschijnlijk samen met haar man Willem Hendrik Schippers. In de plaatselijke krant Bonner Zeitung is in die dagen niets te vinden van een incident met een trein dus het is aannemelijk dat ze inderdaad volkomen onverwacht is overleden tijdens de reis.
Dit wordt ook onderschreven door advertenties in bijvoorbeeld de PGNC van 6 september 1906:

Mogelijk waren ze in het weekend uit geweest bij de voormalige boerderij de Dottenhof (tegenwoordig in de gemeente Dottendorf in Bonn te plaatsen) waar sinds 1897 een 'veelzijdige' dierentuin te vinden was:

"Deze dierentuin was een grote attractie aan de Rheinstraße in Dottendorf. De eerste 'Tiergarten' van Bonn werd opgericht door Antonia Rieth, een alleenstaande, excentrieke dame uit de Bonner Kaiserstraße. Ze bezat al vóór de tijd van de dierentuin veel dieren en stond erom bekend dat ze in Bonn met een leeuw ging wandelen en aldus voor veel opwinding zorgde.
Ze had geld geërfd, kocht het terrein van de voormalige boerderij genaamd Dottenhof en opende de privé-dierentuin voor het publiek in 1897. Dit blijkt uit krantenadvertenties en correspondentie bewaard in het stadsarchief Limburg tussen Antonia Rieth en een Limburger dierenhandelaar. In de boekhouding van de dierenhandelaar wordt opgemerkt dat ze in dat jaar o.a. guanacos, nandoes en struisvogels had verworven. Ze had al verschillende leeuwen en bood drie mannelijke exemplaren te koop of te ruil aan.
Vandaag de dag is het moeilijk voor te stellen wat zich in de jaren 1897 tot 1914 afspeelde in de Tiergarten van Bonn: dierenshows, vuurwerk, concerten en circuskunst. De in die tijd zeer bekende leeuwentemsters, "Die Geschwister Berg", verschenen ooit met 25 leeuwen. De leeuwen van Antonia Rieth zouden tijdens deze act vrij rondgelopen hebben."
(vrije vertaling van Erster Bonner Tiergarten)

Na het overlijden van Willem Hendrik Schippers in Arnhem op 5 april 1911 trouwt Teuntje Johanna voor de derde keer met geneesheer Wouter Johannes Kolff te Nijmegen op 18 juni 1913. Uiteindelijk overlijdt Teuntje Johanna van Herwijnen te Leiden op 8 juni 1932.
Reactie 6:

Rob Essers, 12-02-2018: In het verslag van de begrafenis van W.H. Schippers op de voorpagina van het Algemeen Handelsblad van 10 april 1911 staat: "Te 12 uur werd de zoo vriendelijk gelegen villa „Benvenuto” te St. Anna verlaten, en de droeve tocht naar „Rustoord” ondernomen (...)".

Notaris De MARET TAK doet in de maanden april tot en met juli 1911 verschillende pogingen om "Het gunstig gelegen BOUWTERREIN aan den straatweg te St. Anna, naast de Villa „Benvenuta” van wijlen den Heer Schippers, groot 65 aren 10 centiaren" te verkopen. De laatste advertentie uit de reeks verscheen in de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant van 25 juni 1911.

Ik ga ervan uit dat de schrijfwijze in de advertenties van de notaris betrouwbaarder is dan het verslag van de begrafenis. Vast staat dat (ook) de naam Benvenuta in 1911 al werd gebruikt. Deze naam – met een a of een o – stamt bij nader inzien waarschijnlijk uit de periode dat Willem Hendrik Schippers en zijn tweede echtgenote Teuntje Johanna van Herwijnen de villa bewoonden. Met zijn eerste echtgenote Hendrina van Engelenburg woonde hij op het adres St. Annastraat 42 (vanaf 1905: huisnummer 46).

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: