Nieuwe pagina 1

© copyright Cees de Vos, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Buurtspelletjes in de jaren ’30 en ’40 aan de Hatertscheveldweg 

In de jaren ’30 en ’40 speelden de kinderen uit vaak grote gezinnen na schooltijd en in het weekend buiten op straat. Van enig ‘druk verkeer’ op de nog onverharde Hatertscheveldweg was geen sprake. Eens in de week kwam de gemotoriseerde vuilniswagen langs om de stalen vuilnisbak te ledigen. (zie foto) De kolenboer, groenteboer, schillenboer en voddenman vervoerde hun waar met paard en wagen en de bakker en melkboer bezorgde hun klanten per bakfiets. 
Een personenauto, vrachtwagen of autobus was een bezienswaardigheid in onze straat.

Dr. Nuver onze huisarts was een van de weinige die zo nu en dan met zijn personenauto door de straat reed voor een kort bezoekje aan zijn patiënten. Bij de vosjes op nr. 504 was dokter Nuver kind aan huis: er was een kindje op komst, de mazelen of roodvonk sloeg hard toe of een kleuter had een ongelukje gehad. Ik heb mijzelf tijdens een noodlottige beweging eens een kersenpit diep in mijn neusholte gefrommeld. Als schrikreactie snoof ik het kreng steeds dieper mijn huilend hoofd binnen. In het Canisiusziekenhuis is de ‘verstoppertje spelende kersenpit’ brullend en wel verwijderd uit mijn neus. 

Eigen foto: Vuilnisbak uit jaren ’40. Het is een mirakel dat de vosjes (mogelijk hadden wij er twee..?) en anderen in ons buurtje genoeg hadden aan één zo’n vuilnisbak.

 

Het ‘Knikkerspel’ was bij elk kind zeer geliefd. Als een broertje of zusje even geen zin had om het spelletje te spelen vond je altijd wel een vriend of vriendinnetje in de buurt om een potje mee te knikkeren. Vooraf draaide je met de hak van je schoen een rond kuiltje in de grond. Met het knikkerzakje in je hand gevuld met glazen stuiters groot en klein, stalen looiers en de surrogaat kalkknikkers kon het spel beginnen. Het was altijd weer een sport om met een zware looier de stuiters van je knikkermaatje te splijten. 

 

Foto: Google-StreetView
Muntweg (in onze tijd Hatertscheveldweg) met de lindebomen gezien vanaf ons huizenblok links.
De zijstraat links is de “Leo de XIII straat”, in de jaren ’40 genoemd ‘Spadestraat’.

Een leuk spel voor de kinderen in ons gezellige buurtje was zeker ook: ‘Boomverwisseltje’
De Hatertscheveldweg met zijn prachtige lindebomen aan weerzijde van de weg leende zich perfect voor dit spel. Ook ‘Tikkertje’ om de bomen heen was spannend om te doen. De lindebomen geplant in de jaren ’30 ze staan er nog, menige familie aan de Hatertscheveldweg hebben zij zien komen en gaan. 
De componist Franz Schubert (1797-1829) schreef het prachtige lied ‘Der Lindenbaum’
Is bij YouTube te beluisteren…! Mijn vader zaliger was er weg van en zong het lied ook. 

‘Verstoppertje’ Ook een spel dat veel werd gespeeld door de kinderen. Achter de tuinmuurtjes en in het groen van de voortuintjes en niet te vergeten het struikgewas aan de rand van het Goffertpark was er volop gelegenheid om je te verstoppen. Spannend werd het als er een leuk buurmeisje zich verstopte op een plek waar ‘heel toevallig’ jij je ook verborg...!

Tijdens het verstoppertje spelen vond ik als achtjarige aan de rand van het Goffertpark eens een gouden dameshorloge, mogelijk kwijtgeraakt door een jonge vrouw tijdens innig liefdesspel. Een buurvrouw die vanuit haar voortuin het kinderspel gadesloeg had wel oren naar het glanzende uurwerkje. Ze bood mij er één gulden voor. Als kind van acht ging ik meteen akkoord…! Toen mijn vader in de avond van het verhaal hoorde ging hij met de gulden in zijn hand ‘verhaal halen’ bij de buurvrouw. Demonstratief legde hij de munt op de keukentafel en eiste het horloge op. “Mevrouw koos eerlijkheid boven hebzucht en gaf het uurwerk terug.” Wat er verder met het horloge is gebeurd weet ik niet meer. Vader heeft het vast bij de politie aangegeven. 
Of toch ons lieve Moeder geschonken..?

Info: Schilderijen.nu
Schilderij “Kinderspelen” uit 1559 van ‘Pieter Bruegel de Oude’. (1525 -1569) - Afm. 160x120 cm
Op dit schilderij zijn een groot aantal kinderspelen uit lang vervlogen tijden waar te nemen. 
O.a.: Knikkeren, bok bok bok hoeveel horens, hoepelen, haasje over, rekstokken, enz, enz… 
En nu maar weer lekker puzzelen met de bril voor op de je neus. 
Deze mooie prent eerder geplaatst in mijn verhaal: St. Jansschool en Meester Van Steen

 

Een typisch spel voor jongens was: ‘Hoepelen’. Men gebruikte luxe en minder fraaie exemplaren. De luxe stalen hoepel met een diameter van een meter was gemaakt van rondprofiel met een dwarsdoorsnede van 1 cm. De stalen aandrijfstok was middels een eveneens stalen ring permanent bevestigd aan de hoepel. Deze wijze van hoepelen vereiste goede stuurtechniek; je diende de stok beneden het middelpunt van de cirkel te houden. ( Zie schets..)

 

De wat mindere hoepel was een oud fietswiel waar de naaf (en spaken) uit verwijderd was. Met een losse aandrijfstok in je hand dreef je de hoepel over de weg. Als je een beetje handig was schoof je de stok tussen het profiel van het fietswiel waarna je schuivend de hoepel voort liet draaien. Je kon zo de hoepel richting geven.

De sterke grote jongens speelde: ‘Bok,bok,bok,hoeveel horens…?’ Een jongen was de bok en moest gebogen tegen de muur staan met twee (of meer…) gebogen jongens in volgorde daarachter. Een vierde jongen sprong dan over de rij van de drie gebogen jongens en werkte zich moeizaam naar voren tot op de rug van de eerste jongen. De vijfde en zesde sprongen resp. op de tweede en derde bok. De voorste van de drie zittende jongens stak een aantal vingers op en vroeg dan aan de jongen (bok) onder hem: “Bok, bok, bok, hoeveel horens (vingers) steek ik op…?” Als de bok het raadde diende de zittende jongens ‘bok’ te worden. Maar er kon ook mee gesjoemeld worden als omstanders in het complot zaten; de gebogen bokken bleven dan langer dan nodig ‘voor bok’ staan. 
Herschreven, eerder geplaatst in mijn verhaal: St. Jansschool en Meester Van Steen 

 

Dan was er nog: ‘Steltlopen’. Dat deed je met een stok waar aan de onderzijde, zo’n 30 cm boven de grond, een houten opstapblok verantwoord was bevestigd. (Brak nog wel eens af…) Op dat blok ging je staan en probeerde je, na wat geoefend te hebben, (als bij leren fietsen…) op een nu wat hoger niveau met twee stokken te stappen. De houten stelten knutselde ik zelf in elkaar..! 
Een wat simpeler manier van steltlopen deed je met twee conservenblikken aan een touwtje. Met in elke hand een touwtje stapte je voort. Reuze pret…, maar minder leuk als je met de blikken en al struikelde en op je smoel viel. 

 

De spelen voor de meisjes in de buurt waren : ‘Touwtjespringen’,’Kaatsballen’ en ‘Hinken’. 
Argwanend en vooral goed omkijkend – je vriendjes mochten het onder geen enkele voorwaarde zien – huppelde en hinkte ik soms een sprongetje mee en gooide ook een kaatsballetje op.

Op 27 februari 2006 werd het wereldrecord touwtjespringen verbroken in het Nederlandse Etten- Leur toen 3426 mensen tegelijkertijd sprongen.

Info links: WikipediA –Touwtje springen Info rechts: ‘ Search & Win’ - Hinken

Een meer behendigheidsspel was: ‘Tollen’. Je had twee soorten tollen; de ‘zweeptol’ en de ‘haktol’. De zweeptol had de vorm van een paddenstoel met een rondkoppige stalen spijker in zijn steel. Het andere model de ‘haktol’, ook met spijker in zijn onderste, leek een beetje op een wat stompe suikerbiet waar het loof van afgeknipt is. De zweeptol kreeg je aan’t draaien door het koortje van het bijbehorend zweepje om het steeltje van de tol te winden. Vervolgens wierp je het tolletje zonder zweepje van je af richting de stoep. Om het speeltuig draaiende te houden gebruikte je het zweepje. Dat ‘zwepen’ vergde wel wat oefening; het was hier duidelijk een kwestie van ‘oefening baat kunst’. De haktol kreeg je aan het draaien door een los koortje beginnend vanaf de spijker naar boven om de tol te winden. Ook hier werp je de tol van je af. Om het koordje niet met de haktol weg te gooien (zoals het kind met het badwater….!) zat het andere eind van het koordje middels een lus om je vinger. De grap en kunst was om met jouw tol de tol van je vriend of vriendinnetje doormidden te ‘hakken’. Vervelend was het als de tol tussen de scheiding van twee stoeptegels terecht kwam, dan raakte het speeltje de draai kwijt en was het spelletje uit. Derhalve was een regelmatig vlakke ondergrond de beste plek om te tollen.

Eigen schets: De zweeptol en haktol

Het oude spel ‘Meetje gooien’ werd gespeeld door de wat grotere jongens en meisjes. Er zijn twee manieren (met wat fantasie meer..) om dit spel te spelen: je kunt een cirkel krijten op de stoep met een horizontale streep er doorheen of een horizontale streep begrenst door twee verticale streepjes aan de uiteinde. (zie schets) De streep heet ‘de meet’. Om beurten werpt een speler een muntje richting de meet. Diegene die het muntje het dichts bij de meet gooit is de winnaar. Nadat alle spelers hun muntjes hebben geworpen mag de winnaar de muntjes oprapen. De winnaar schut de verzamelde munten in zijn gesloten handen en werpt ze in de lucht. Alle gevallen ‘kopmunten’ mag hij houden, de rest geeft hij door aan de tweede beste werper. Deze gooit op zijn beurt, na geschut te hebben de munten omhoog en mag wederom de kopmunten houden. Dit ritueel herhaald zich totdat alle munten verdeeld zijn en kan het spel opnieuw beginnen. 
Wij gebruikte voor het spel de munten:
- ½ cent 
- Cent 
- 2 ½ cent
- Zilveren stuiver 
- En een enkel zilveren dubbeltje. Hoger gingen we niet. Hadden wij gelukkige sloebers niet..!

Autokentekenplaten opschrijven’ In de tweede helft van de jaren ’40 reden er wat meer auto’s door de Hatertscheveldweg. Zittend op de zwart geverfde ronde buizen van het tuinhek in ons voortuintje, met een schoolschriftje en potlood bij de hand, noteerden wij kinderen de kentekenplaten van de voorbij rijdende auto’s en vrachtwagens. Je moest wel snel zijn en als je er onverhoopt toch een miste had je altijd nog kans dat je broertje of zusje het nummer wél had opgeschreven. Het was in de tijd dat de autokentekenplaat nog een blauwe achtergrond had en je aan de letter(s) en cijfers kon zien uit welke provincie de wagen afkomstig was. Als er een auto uit het Buitenland voorbij kwam rijden was dat extra spannend, het nummer van deze kentekenplaat werd dan vol trots getoond aan de kinderen in de buurt.

Kentekenplaat voor Groningen

Beknopte geschiedenis van de kentekenplaat (bron:Kentekenplaten - InfoNu.nl)
In 1896 maakte ‘de auto’ zijn eerste ‘slow motion rit’ op de Nederlandse wegen. De blauwe ‘nationale kentekenplaat’ met letters en cijfers werd in 1898 ingevoerd. Het persoonlijke rijbewijs en nummerbewijs van de auto volgde in 1906. De kenmerken van de kentekenplaten: 
M gevolgd door een getal van vier of vijf cijfers was voor Gelderland 
G en GZ voor Noord Holland 
D voor Drenthe 
B voor Friesland 
H en HZ voor Zuid Holland 
E voor Overijssel 
A voor Groningen 
K voor Zeeland 
N voor Noord Brabant 
L voor Utrecht 
P voor Limburg
R voor Departementen
Na het jaar 1951 verdwijnen de letters op de kentekenplaat. 
De kleur blauw wordt reflecterend geel in het jaar 1978. 

Het spel ‘Landjepik’ werd veelal gespeeld door de wat oudere jongens. In Moeder Aarde werd een stuk grond uitgelijnd van ± een vierkante meter. Om een stuk grond te veroveren gooide je met de punt ( ‘de arend’ genoemd…) van een versleten ijzervijl binnen het omlijnde stuk grond. Vanaf de plaats van de inslag trok je twee lijnen naar de zijkanten. Het stuk wat hierdoor werd afgescheiden van de vierkante meter was het door jou veroverde stuk grond. Vervolgens mocht de tweede speler gooien om zijn stuk grond op te eisen. De grap was om te mikken binnen het stuk grond van je tegenstander. Lukte dit, dan mocht jij dat stuk er bij nemen. Praktisch was om je eigen stuk grond te vergroten door er vlak naast te prikken.

 

Vliegeren’ Als jochie van 12-15 jaar maakte ik supervliegers met een grootte van ± 130 cm. Als ik met mijn bouw en plakwerk in ons achtertuintje bezig was keek mijn moeder altijd vol bewondering toe. Op de speelweide in het Goffertpark kreeg ik de ruimte om mijn reuze veelal rode vlieger op te laten. Via het vliegertouw naar boven stuurde ik met hulp van de wind briefjes naar de vlieger. Vervolgens was het de kunst om mijn speeltje hoog in de lucht thuis te brengen, wat een hele toer was om het vliegertouw tijdens mijn loopje via het Konijnenpad naar huis om de hoge bomen te laveren. Als ik het dan weer eens had gered was mijn moeder net zo trots als ik. Zie mij staan in ons voortuintje met mijn vlieger aan de hemel. Soms leek het alsof mijn maatje mij prevelend toelachte vanuit de hoogte met: “Goed gedaan jochie..!” 
( Eerder beschreven in mijn verhaal: Wandeling door het Goffertpark)\

Foto: Google-StreetView - De Heideparkseweg gezien vanaf ons huizenblok.

Voetballen’ Op dit graspuntje voetbalde wij als opgroeiende vlegels. Het is verbazingwekkend dat er in 2011 nog een klein gedeelte overgebleven is naast de lommerrijke Heideparkseweg. 

Als het u belieft Eerbiedwaardige Gemeente Nijmegen; 
>> Laat dit piepkleine stukske Nimweegsgroen met de prachtige beukenbomen in eeuwige rust <<

Het fietspad en het struikgewas was er in onze tijd niet, het veldje was daardoor groter dan op deze foto. Twee wat dicht bij elkaar staande beukenbomen fungeerde als doelpalen. In de buurt van het fietspad werden twee jassen of truien neergelegd voor het andere doel. Jantje Bartels wonend aan de Weg door het Jonkerbos, waarmee ik op zaterdagavond altijd naar de Corso-bioscoop in het Aloysius-gebouw ging om de zingende cowboy Roy Rogers en zijn paard Trigger met de blonde manen te bewonderen, was de voetballende Johan Cruijff onder ons. 
Ik bakte als voetballer er niets van. Ieder heeft zo zijn/haar kwaliteiten….!

* Mocht ik een buurtspelletje vergeten zijn - zou zomaar kunnen - merk/lees ik dat nog wel....?

Cees de Vos 
Soest

Reactiepagina
Reactie 1:

Irma Gondrie, 08-07-2014: Ik heb erg genoten van uw verhaal. Zelf (1952) ben ik allerlei herinneringen aan het ophalen en werk nu aan het hoofdstukje BUITEN SPELEN. Dankzij uw verhaal herinner ik we weer meer, groet, Irma Gondrie Breukelen. Jeugd in Helmond.
Reactie 2:

Olga deJongh, 01-01-2015: Vindt het een leuk artikel. Ben zelf bezig mijn herinerringen op te schrijven voor kinderen en klein kinderen. Woon sinds 1965 in Chicago, U.S.A. en wilde graag de spelletjes beschrijven die wij deden.
Reactie 3:

Ad Becude, 02-01-2015: Ik mis het spelletje "pinkelen": twee sleufjes in de grond, een lange en een kortere er haaks naast. Twee stokjes een lange en een korte. De speelvolgorde was: korte stokje over de lange sleuf en weg wippen met de lange stok, daarna korte stokje over het korte sleufje opwippen en wegslaan, en als laatste korte en lange stokje in één hand, korte opgooien en wegslaan met de lange. Werd het stokje gevangen was je uit, anders mocht je de slagen met het lange stokje tellen.
Wij speelden dit altijd in het paadje tussen de Wolfstraat en de Nimrodstraat in de jaren 50.

Aanvulling: De lange sleuf was ± 20 cm, en de korte ± 10 cm en beide ± 2,5 cm breed en een cm of 3 diep. De afstand was ongeveer een cm of 5, en ergens in het midden van de lange. Er was voor de stokjes geen standaard lengte, maar zeg een cm of 30 en 12. Alles werd ter plekke gemaakt, en je speelde het met z'n tweeën tot je het beu was of ruzie kreeg.
Reactie 4:

Cor van den Hoff, 06-01-2015: Reactie op landjepik: het werd landhakkertje genoemd toen ik in de Meezenstraat woonde en we de lengte van de landstrip naast het voetpad veroverden van elkaar. Het moeilijkst was om de vijlpunt precies naast de rand van de stenen te hakken want dan kon de een lijn trekken over de hele breedte van de land strip.

Reactie op pinkelen: dat was een pinkelhoutje en een plankje met handvat. Het pinkelhoutje was een vierkant stokje (meestel een kachelhoutje) met scherpe punten aan beide einden. Je had een plankje met handvat waarmee je met de zijkant op de scherpe punt van het houtje sloeg. Het houtje vloog dan omhoog en je kon het dan met de platte kant van het plankje zover mogelijk weg slaan. Het ging er om wie het houtje zo ver mogelijk weg kon slaan.
Het start punt was meestal een riolering deksel in het midden van de straat.

Zo speelden wij het omstreeks 1942-1946. De oorlogs jaren waren mijn jeugd, ik ben van 1936.
Reactie 5:

Ad Becude, 06-01-2015: Het pinkelen was dus geen standaard spel, wij deden het gewoon met twee stokjes (rond of vierkant) wat voorhanden was, het plankje met handvat is mij niet bekend. Zo zie je maar, elk spel werd op verschillende manieren gespeeld en je was er braaf mee zolang je niet in de tuin van de buren of achterburen kwam.
Reactie 6:

Hessel, 06-01-2015: Mooie beelden. Je had toen vaak nog mooi (vrije ?) ruimte om je heen; er waren volop speelkameraden die niet 'overal naar toe moesten'; je 'behoefde' nog geen uren tv te kijken. Computerspelletjes? De iPod? Nooit van gehoord, oh .. een autoped bedoel je! Jawel 't liefst met 'kleppergeluid': een stuk rechthoekig karton tegen de spaken m.b.v. knijper, elastiek en schoensmeerdoosje aan de step/fiets. Hoe harder je stepte, hoe echter je brommer!

Allerhande karretjes vertimmerd met als basis de loswielige kinderwagen. Heel wat spelletjes eindigend op -elen vgl. hoepelen, hinkelen, lummelen (met de bal en niet op aangelegde hangplekken), verstoppertje toen ook genoemd 'verstoppelen'.

Op een rustig moment werd bij ons in de zon op het schoolplein 'gestekt'; dat woord heb ik later nooit meer gehoord. Stekken was in principe boter, kaas en eieren (trouwens óók al een onduidelijke benaming) maar bij ons niet met vakjes, maar met de eindpunten en het kruispunt van 4 op een tegel of in het zand gekraste lijnen. Een speler legde steentjes de tegenstander gebruikte takjes.

Over rust gesproken: je kon natuurlijk altijd ook nog een kijkdoos maken en als je ritmisch wilde overkomen: 'klepperen'.
Bij de meisjes zag ik ingenieuze kaatsbal-patronen en diverse voor mij te ingewikkelde hinkelbanen, inclusief zang- en aftelversjes. Verder de 'rubberen' diabolo en nog wel iets onzijdiger, de jojo.
Jongens zaten meer in de bomen, gebruikten pijl en boog en onderdelen van 'achtergelaten' militaire uitrustingstukken.

'Moderner' spellen leken mij het elastieken (vaak met aaneengeknoopt materiaal van onbestemde herkomst), stoepranden (mogelijk door de verder ontwikkelde straatprofielen), bliklopen, pijltjes schieten met steeds lichtere wapens.

Het klinkt allemaal rustig en vredig maar we weten ook dat met de zweep bij het tollen en de schroevendraaier bij het landverovertje ook weleens onheil werd aangericht.

Trouwens, heeft iemand mijn 'goede' jas nog gezien? Het was gisteravond onze rechter goalpaal!
Reactie 7:

Hans van den Heuvel, 06-01-2015: mijn moeder had het vroeger altijd over een spel dat ze vroeger graag op straat speelde, het heette 'Houteren wagen ijzeren wielen'. Vraag me niet hoe het gespeeld werd, dat weet ik niet meer, te lang geleden dat ze het verteld heeft.
Reactie 8:

Cor van den Hoff, 16-01-2015: Hartelijk dank Hessel voor de herinnering in reactie 6 aan militaire onderdelen.

Ik had een persoonlijke "tank" ja ja. Een stuk rupsband van een bren-gun carrier van ongeveer iets meer dan een meter lang. Dit werd dan als een verkleinde uitgave van een rupsband gekoppeld. Het hele ding werd dan met behulp van een bezemsteel voort geduwd. Er waren een paar anderen onder ons op het Nachtegaal die ook in het bezit waren en dat ging dan tegen elkaar op wie kon winnen.

Dan een 'bezigheid' want een spel kan ik het nu niet noemen: het verzamelen van ongebruikte munitie. Breek de punt van de kogelhuls, haal de cordite staafjes er uit, rol de staafjes in cellophaan net als een sjekkie, leg het op een muurtje en steek het aan aan een eind. Het vliegt dan net als een raket. Waar de voorraad cellophaan vandaan kwam weet ik niet precies meer maar geloof dat het door de Duitsers achter gelaten was in de Bethelschool.
Reactie 9:

Cor van den Hoff, 16-01-2015: Over elastiekjes gesproken. wat kan ik doen met een lucifer doosje 3 of 4 elastieken gemaakt van een oude fietsband een wasknijper een stukje touw een handvol erwten of kleine steentjes? Een pistool !
Groeten, Cor
Reactie 10:

Cees de Vos, 25-01-2015: Met een sleutel en spijker knallen:
Je start met het afschrapen van zwavel van luciferskoppen.
De verzamelde zwavel prop je in de holte van de baard van een zware sleutel.
Aan de handgreep van de sleutel knoop je een touwtje met een lengte van circa 60 cm met daaraan bevestigd een spijker passend in de opening van de sleutel.
Door de spijker middels een goed gerichte zwaai tegen een muur te slaan kreeg je met wat geluk een kleine explosie.
Pang...
Reactie 11:

Willem van Doorn, 08-02-2015: Meetje gooien deden wij met ronde blikjes, gestolen van de afvalhoop van Smit Traformatoren fabriek aan de Groenestraat. De fabriek had voor zijn trafo's veel pakketten weekijzer nodig die op maat gemaakt werden en van geponste gaten werden voorzien, daarvandaan kwamen onze blikjes van diverse grootte.
Reactie 12:

Toon Peters, 09-02-2015: antwoord op de vraag van Hans van den Heuvel (reactie 7) kan ik wel geven! Houteren wagen op ijzeren wielen speelde wij in de omgeving van de Kwartelstraat en Past.Zegersstraat. In feite was het buurtverstoppertje waar je ver vanaf de "zoeker" je verstopte! Omdat dat tijd kostte om op je plek te komen, moest hij met de handen voor de ogen, wachten op de schreeuw "houteren wagen enz." om in actie komen om je te zoeken!

Hans van den Heuvel, 14-02-2015: Hallo Toon, wat jij zegt zal wel eens kunnen kloppen mijn moeder kwam uit de Geraniumstraat, dat lag daar in de buurt misschien was het echt iets vanuit die wijk.

Toon Peters, 15-02-2015: Dat was misschien "eigen" aan de "wolfskuul" jeugd, Hans.
Reactie 13:

Dik Holtrop, 28-11-2015: Woonde vanaf midden jaren '50 aan de Landbouwstraat 65 langs het spoor. Het "pinkelen" speelden wij met in plaats van 2 gleufjes in het zand, 2 klosjes met wat ruimte ertussen op de straat waarop het kortere latje lag. Met het langere latje wipte je het kortere latje op en probeerde dat weg te slaan. Dat ik dat spelletje erg leuk vond bleek veel later doordat ik vanaf eind jaren '60 tot voor kort enthousiast honkballer ben geweest.
Ook liepen wij met een aantal kinderen regelmatig als een muziekkorps met eigengemaakte muziekinstrumenten in optocht door de Landbouwstraat- Riekstraat- Zichtstraat en de Gaffelstraat
Dik (Dikkie) Holtrop, 22-08-1953
Reactie 14:

An Boertjes, 08-09-2016: wie kan mij vertellen of Elastieken typisch Nederlands is? En hoe lang bestaat dat al?
Reactie 15:

Paul Broekman, 14-09-2016: Toen ik de vraag van An Boertjes zag, was ik zelf ook benieuwd naar het ontstaan van het buitenspel 'elastieken'. Én of 'elastieken' typisch een Nederlands spel is. Ik heb mij er enigszins in verdiept. Het was moeilijk om daar goede informatie over te vinden. Hieronder een samenvatting van datgene, wat ik erover heb weten te vinden.
'Elastieken' werd vooral in de jaren 60 populair in de VS onder de naam 'Chinese jump rope': twee kinderen hechten lange elastische kabels of elastieken aan de enkels, terwijl andere ertussen, erop, ernaast springen.
Dit kinderspel dateert uit het oude China van de 7de eeuw(!). Het wordt nog gespeeld tijdens de viering van het Chinese Nieuwjaar. 'Elastieken' verspreidde zich ook naar Europa, Canada en andere landen.
Alternatieve namen zijn: Chinese kousenbanden, jumpsies, elastics, Yoki, French skipping, Gummitwist in Duitsland, Gummihüphen in Oostenrijk en Beieren en Gummihuppe/Gummihopse in de DDR.
Gummitwist, omdat in de jaren 60 de Twist inluidde met daaraan gekoppeld draaibewegingen van de heupen en andere lichaamsdelen.
Het materiaal bestond in eerste instantie uit onderbroekenelastiek, die aan elkaar werden geknoopt. Later ontstonden elastische koorden van verschillende kleuren en van een andere materiaalsoort.
Nog een paar wetenswaardigheden: Het woord 'elastieken' komt volgens het Woordenboek der Nederlandse Taal (WNT) voor het eerst voor in het jaar 1908 in de betekenis van 'rekbaar'. Het woord 'elastiekje' komt in het jaar 1917 voor als zelfstandig naamwoord. Het elastiekje is door een Engelsman in 1845 reeds uitgevonden, die een rubberfabriek had. Elastiek was in die eeuw synoniem aan rubber.
'Elastieken' kent allerlei schema's, ritmes, opzegversen in verscheidene gradaties.
Vandaar dat niet alleen kleine kinderen dit spel beoefenen, maar ook volwassenen.
Ik hoop hiermee An Boertjes enigszins te hebben tevreden gesteld.
Reactie 16:

Dick Jacobs, 02-10-2016: Mijn moeder vond, naast jojo-en, klepperen heel leuk. Ze heeft ons heel vaak een demonstratie gegeven.
Op een bepaald moment kwam het knäckebrot in de handel. Ook mijn moeder kocht die dingen af en toe. Ze had het nooit over knäckebrot, maar nam tussen de middag altijd een paar "kleppers".
Reactie 17:

Riet Myronidis-van Megen, 03-10-2016: Zoveel herinneringen bij het lezen over al die buitenspelletjes! Er werd veel gedaan met krijt, wit of kleur. Potten met cijfers, hoelahoepen, rolschaatsen en niet te vergeten het sleeën in de winter, sneeuwballengevechten. Een lege portemonnee aan een touwtje op straat leggen (er was toen nog niet zoveel verkeer) en als men het wilde oprapen, snel wegtrekken. Papieren pijltjes maken en wegblazen met een plastic buis, karretjes maken van oude kinderwagens etc. Altijd in beweging, daarom was de motoriek van kinderen toen zoveel beter dan nu.

Redactie: Wat bedoel je met 'Potten met cijfers'?
Riet: Er werd met krijt een rechthoek of vierkant op de stoep getekend. Die werd verdeeld in meerdere vierkanten met cijfers. Je moest dan met een steentje, knoop mikken op een cijfer. Daarna proberen om zonder de lijnen te raken op het vak met het steentje erin te springen. Verder weet ik het niet meer zo precies.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: