Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 66

09-03-1983

Namen en bijnamen

Verschillende malen ben ik gebeld, of in de stad aangehouden, met het verzoek om ook eens over bijnamen te schrijven. Maar telkens kwam ik in de gesprekken tot de ontdekking, dat het meer om scheld- dan bijnamen ging. Alhoewel de grens tussen scheld- en bijnamen vaak moeilijk te trekken is, wil ik wel over bijnamen iets schrijven maar niet over scheldnamen.

Bijna iedereen had vroeger een scheld- of bijnaam in de oude stad. Het is maar goed dat het geven van deze namen praktisch uitgestorven is, want vooral aan de scheldnamen was altijd een wrange bijsmaak verbonden. Wanneer ik deze scheldnamen - met eventuele familienamen - zou publiceren zou ik de nakomelingen van deze mensen onnodig krenken wat niet mijn bedoeling is. Door het gebruiken van deze namen wisten de oude stadsbewoners vaak niet de familienamen van de betreffende man of vrouw.
Hoe die namen ontstonden wil ik u in het kort verklaren. In de voorbije jaren was het heel gewoon dat men iemand een tweede naam gaf. Zelfs adellijke personen bleven daar niet van verschoond. Denkt u maar eens aan "Barbarossa", "Karel de stoute", "Willem de zwijger", "Frederik de grote" enzovoort.

Familienamen

Familienamen speelden ook een grote rol wat bijnamen betrof en hadden vaak een grote invloed op de herkenbaarheid van bepaalde personen. Als voorbeeld zal ik onze familienaam aanhalen. In 1869 trouwde Hermanus Janssen met Thodora Noevers, waarvan ik een kleinzoon ben. Grootvader kwam uit een ander gedeelte van de oude stad dan grootmoeder. Toen zij trouwden kwamen zij echter in de Vleeschhouwerstraat te wonen waar grootmoeder ook geboren was. Omdat haar familienaam Noevers bekender was dan de naam van grootvader, kregen de kinderen uit hun huwelijk door de bewoners van de oude stad de naam van Noevers toebedeeld. Mijn vader werd dan ook Hendrik of Hent Noevers genoemd. Daarnaast werd hij later - om onderscheid tussen zijn broers te maken - vanwege zijn snor „De Snur Noevers" en zijn ene broer Chris, om zijn rooie haren, „De Rooie Noevers" genoemd. Toen mijn vader en moeder - zij heette Petronella Cobussen en woonde in de Waalkazerne - in 1907 met elkaar trouwden kreeg mijn moeder ook de naam van „Noevers". Wij, hun kinderen, werden ook aangeduid met dezelfde naam. Bijvoorbeeld: Ik ben een jong van Hent en Nel „Noevers". Zelfs heden ten dage zijn er nog hoogbejaarde mensen die mij, en mijn zusters en broers, nog met Noevers aanspreken. Zó ging het ook met Gerard Verhulsdonck - een huisschilder - die met Wilhelmina Noevers - een nicht van mijn vader - trouwde.Vader Verhulsdonck werd ook aangesproken met Gerritje Noevers en de kinderen uit dat huwelijk stonden bekend als zoons en dochters van „Mieneke Noevers". Naast ons in de Vleeschhouwerstraat nr. 46 woonde een metselaar (hij heeft ook als lantaarnopsteker dienst gedaan) Jan Kuilman, die getrouwd was met Sophia Jacobs. Maar de naam Kuilman hoorde men haast niet, want het waren „Kinderen van Fie Jacobs". 

Een bijnaam kon je vroeger om het één of om het ánder krijgen. Zo werd iemand wel genoemd naar de plaats of het land waar de man of de vrouw vandaan kwam. Zo, had je namen als; de Amsterdammer, de Duitse Hein, de Duitse Kee, Arnhemse Willem, 't Hagenaartje, Jan de Hollander, Roermondse Anna, Den Bels, Gruusbeeks Mieneke, Indisch Marietje, Piet en Dien de Gruusbeker, enzovoort. 

Namen op lichamelijke onvolmaaktheden of eigenschappen; de kale, de schele, de dove, de nek, 't oortje, de duum, oogie, de neus, de kin, de kop, de buuk, de kromme, de manke, Mies met de pet (deze vrouw droeg een pruik, iets dat heel bijzonder was in die tijd in de oude stad), de vetbult, de totteluir en ga zo maar weer verder.

Dan werden er ook nog naar dierennamen genoemd; de oap, de rat, de muus, de kiep, goudviske, 't hagedisje, poeske, peerdehert, de broodwolf, 't peerd, de stier, de kiepekop, de bukkum, etcetera. Daarnaast had men nog een serie uiteenlopende bijnamen; de iezere, de kopere, de riek, de nabbes, de Heilige Willem, de geestelijke, de heilige Josef, de foepzak, de lange, de dooie, de schiere, de taaie, de hete, de sjankert, de rooie, de witte, de blouwe, de munnik, de lombokker, Jan de oorlog, de schoes, de snijer, de vlerrek, de zeeman, de kiets, de kluut, de kluif, de but, de krot, de dolle, de foose, roodkeultje, de breje, de zwuire, 't heertje, peka, de klep, de platte, de mik, de bolle, de kikker, Marie de blčr, de baal, 't eitje, ja en zo kan ik wel door blijven gaan, want dat is nog niet het derde gedeelte van de bijnamen en de scheldnamen. 

Omdat er vaak meerdere personen de zelfde bijnaam hadden werd er voor de verduidelijking de familienaam er achter gevoegd, zoals hierboven mijn vader „de snur Noevers" genoemd werd omdat er meerdere mannen de naam van „snor" droegen. 

Daarnaast kregen personen vaak een tegenstrijdige naam. De kale kon goed een mooie kop met haar hebben of de krullekop, die geen haar op zijn hoofd had. De dubbel gespierde kon met al zijn kracht nog geen mug dood slaan. In de Kloosterstraat woonde een schooljongen in mijn jongenstijd die de „kleine" werd genoemd, maar hij was wel meer dan een hoofd groter als de andere jongens uit de straat. 

Mocht ik - natuurlijk ongewild - alsnog een van mijn lezers of lezeressen gekwetst hebben dan bied ik mijn oprechte verontschuldigingen aan.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1983 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.