Brauer

© copyright Jan Brauer, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Hent Giesbertz (1883-1973), 

kolen uit Hees en het verdwenen landgoed Manheim

Er bestond in Nijmegen in de vorige eeuw nog een andere kolenhandel met de naam Giesbertz. Het gaat om de zaak van Johannes Josephus’ jongere broer: Hendrik, oftewel Hent Giesbertz (1883-1973). Dit verhaal van het oude landgoed Manheim aan de Bredestraat in Hees, waar Hent Giesbertz zich in 1932 vestigde, verscheen in december 2006 in de Stenen Bank, het kwartaalblad van de Vereniging Dorpsbelang Hees en werd geschreven door historicus Jan Brauer.

Landgoed Manheim nabij Hees op een plattegrond uit 1879.

Manheim: nog zo’n markante naam op oude kaarten van Hees. Het landgoed Manheim lag ruim driehonderd jaar op de hoek Bredestraat - Oscar Carré-straat, waar nu een rijtje 60-er jaren woningen (nrs 32 – 44) staat. Henriëtte Giesbertz (86) kwam er in 1932 als klein kind vanuit de stad te wonen en vertelt met liefde over het huis en vooral de tuin. Haar vader Hent (Hendrik) Giesbertz dreef er een boerenbedrijf en een kolenhandel met zijn acht dochters en drie zonen. Ze maakte ook het einde van dit markante landgoed mee.

‘Grootvader had een slepersbedrijf, zeg maar transportbedrijf, en ook een boerderij midden in de stad aan de Steenstraat. Mijn vader had aan grootvader moeten beloven dat hij deze zou overnemen. Dat deed hij braaf, maar op een gegeven moment is hij er kolen bij gaan doen. Dat deden wel meer boeren in die tijd. In 1908 is mijn vader getrouwd met Everdina Peters, ze kregen acht dochters en drie zonen.'

In 1906 trouwt Hent Giesbertz met Everdina Peters (1883-1941).

'Vader was een ondernemend man, zat in diverse besturen, bijvoorbeeld in de Raad van Toezicht van de Nijmeegse Boerenleenbank, die grootvader trouwens in 1904 mede had opgericht. Omdat de stadsboerderij zou moeten wijken voor de plannen rond de aanleg van het Groene Balkon, zijn we in 1932 naar Manheim in Hees getrokken.’

Omdat er geen goede overzichtsfoto van huis Manheim bestond, liet Henriëtte Giesbertz deze reconstructietekening maken.

Op de foto’s uit het familiealbum zien we een statig huis met mooie chaletachtige dakkappellen en een grote veranda met glas en lood. Het lag achter een mooi hekwerk met een toegangspoort. De Bredestraat was toen nog een zandweg. De geschiedenis van het huis gaat terug tot voor 1700, toen het waarschijnlijk nog Kostverloren heette. In 1758 werd het gekocht door stadssecretaris mr. Engelbert de Man, die was getrouwd met mevr. Antoniette Wilhelmina von der Pfortzen. Ziedaar de oorsprong van de Duitsgetinte naam, suggereert stadsarchivaris Van Schevichaven* . Deze stadsarchivaris koppelt de bijzondere naam Kostverloren overigens aan de mislukking van de aspergecultuur in Nijmegen in de 18e eeuw. Hent Giesbertz kocht het huis van de familie Noy; het stond toen al bekend om zijn mooie tuin en kassen met bijzondere planten.

*) Zie: Het schependom van Nijmegen in woord en beeld, Nijmegen 1912, blz 36,37 en 164,165 

Links: De toegangspoort. Rechts: Een foto vanuit de slaapkamer van nr.35, daar woonde dokter Van Santen die werkte in het slachthuis.

Henriëtte Giesbertz schetst de bedrijvigheid rond het huis: ‘Vader had in 1932 ook nog de kolenhandel Schreuder overgenomen. De kolen kwamen per trein aan en de wagons moesten achter de Hezelpoort, waar nu de parkeerplaats ligt, met de hand worden gelost. Daarvoor werden dan losarbeiders ingehuurd. De kolen gingen naar een loods aan de Oude Haven'. 

Kolenloods met aan de zijkant de bekende briketten hoog opgestapeld.

'In 1936 werd de opslag naar Manheim verplaatst, daar kwam een grote loods. De bekende briketten lagen buiten hoog opgestapeld tegen de muur. Bij ons hielp iedereen mee, in huis en in de tuin'.

Hent Giesbertz achter de platte wagen waarmee de kolen werden bezorgd; let op telefoonnummer 82!

'We hadden een grote boomgaard met wel 45 fruitbomen, een bosje met vijver, enkele kassen en stallen voor de koeien en de paarden. We verkochten melk aan huis. Aan de achterkant waren het allemaal landerijen zo ver je kon kijken, tot aan de Waal en de elektriciteitscentrale toe. Aan de Bredestraat liep onze tuin tot aan het oude witte huis op de hoek met de Vlietstraat.’ 

Hent met vier dochters in de boomgaard achter Manheim; Henriëtte, zittend rechts. Vaag op de achtergrond links de PGEM-centrale. 

‘De koeien - een stuk of twaalf - liepen ’s zomers in de Ooij en moesten daar gemolken worden. Voor de winter kwamen ze naar de Bredestraat, in alle vroegte als er nog geen verkeer op de weg was. Daar stonden ze in het vroegere koetshuis aan de achterkant van het huis. Tijdens de oorlog leverde de tuin trouwens voldoende voedsel, we hebben geen tekort gehad. Veel mensen uit de stad kwamen toen naar Hees om spullen te halen.’ 

Manheim was een paradijs voor de jeugd. Heel veel kinderen uit de straat kwamen bij Giesbertz spelen. Henriëtte: ‘We hadden een speciaal fluitje. Als we daar op bliezen kwamen ze uit alle hoeken opdagen. In het voorjaar werd er in de boomgaard gesnoeid en het hout kwam op een grote stapel. Op eerste Paasdag was er dan groot paasvuur voor de hele buurt. Er werd rond het vuur gezongen en gedanst.’

Een voltreffer in 1944

Uitgerekend de bevrijding van Nijmegen leidde het einde in van Manheim. Henriëtte legt dat uit: ‘Eerst hadden de Duitsers in de boomgaard achter het huis zoeklichten en luchtafweer opgesteld. Op 18 september ’44 waren die wel meteen vertrokken, maar toch kreeg de achterkant van het huis een voltreffer. Gelukkig waren er geen slachtoffers, maar de schade was groot. Er trokken die dag nog troepen Hitlerjugend vanaf het kanaal dwars door de velden langs ons terug, ze vernielden ruwweg wat ze tegenkwamen. De eerste bevrijders waren de Amerikanen, die meteen verder trokken via het Waterkwartier richting Waalbrug. ’s Avonds waren de Engelsen er en later kwamen er nog Canadezen bij. In de boomgaard hadden ze hun kanonnen opgesteld om richting Arnhem te vuren. Voor ons begon een spannende, maar best wel leuke tijd; in die maanden hebben we wisselend toch aan zo’n 60 militairen onderdak gegeven. ‘Al die kerels en ik zit hier met acht grieten’ zei mijn vader bezorgd. De hele straat had trouwens inkwartiering. Maar ze kwamen allemaal naar ons. In de loods hadden ze hun keuken. ’s Avonds kwamen ze vaak in huis om te kaarten of voor een spelletje mens-erger-je-niet. Een gezellige tijd eigenlijk.’ 

Haar moeder was in 1941 gestorven, twee dochters namen toen het huishouden over. Jongste zoon Wim nam later de boerderij over en haar zus Mien begon een melkhandel aan de Weurtseweg. De oudste zoon Henk ging door met de kolenhandel. Hij ging er ook olie bij leveren. 

Na de oorlog, de eerste truck.

Na de vondst van aardgas in Slochteren ging Nederland in de jaren zestig massaal over op gas. Dat betekende geleidelijk het einde van het beroep kolenboer in Nederland. 

Het huis Manheim werd in ’51 door Henriëtte met haar vader en zus verlaten: ‘Vanwege de crisistijd had vader al tussen 1935 en 1938 stukken tuin aan de Bredestraat verkocht aan aannemer W. van den Hof. Deze bouwde daar het rijtje jaren dertig huizen dat er nu nog staat met de nummers 20 t/m 30.'

Henriëttes broer te paard in een zanderige Bredestraat, midden jaren dertig.

'Na de oorlog eiste de gemeente aan de achterkant een flink stuk grond op om de woningen aan de Dommelstraat te bouwen, waarbij het puin van de binnenstad werd hergebruikt voor zogenaamd korrelbeton.'

Winter 1946.

'Mijn vader heeft geprobeerd de onteigening nog tegen te houden maar in 1951 moest hij overstag. Het huis met grond werd verkocht en dat betekende in feite het einde van het landgoed Manheim. Op de plek kwamen de huizen aan de Bredestraat, Rivierstraat en Dommelstraat. Tja, er was in die tijd grote woningnood; overal werd er ‘ingewoond’ bij anderen en er moest dus gebouwd worden.’ 

In 1957 werd het oude huis afgebroken, de oorlogsschade had het te sterk aangetast. Henriëtte bleef met vader en haar jongste zus Trees wonen in de Bredestraat, op nr. 22. Hent Giesbertz stierf daar in 1973, vlak voor z’n 90ste verjaardag. Enkele jaren geleden verhuisde Henriëtte met haar zus naar een appartement elders in Hees. De mooie herinneringen aan Manheim liggen opgeslagen in het fotoalbum.

Door: Jan Brauer, December 2006

Klik hier voor de bedrijfshistorische pagina over Brandstoffenhandel J.J. Giesbertz

Klik hier voor nog meer info over stadsboer Hendrikus Giesbertz

Reactie 1:

N. van Santen: Bij het snuffelen door de website van noviomagus kom ik allerlei herinneringen tegen aan mijn jeugd, zo ook bij genoemd stuk over Hent Giesbertz. Bij één van de foto's is een opname van het landgoed Mannheim vanuit het raam van ons oude huis aan de Bredestraat. De dr. van Santen die genoemd is in het onderschrift is mijn vader, die van 1929 tot 1969 directeur is geweest van het abattoir in Nijmegen). Wij speelden altijd op de Bredestraat, en mijn zuster Hennie trok veel op met de Giesbertzen. Ik ben zeer geïnteresserd in hun huidige adres, want ik denk dat zij het leuk zullen vinden een bericht uit hun jeugd te krijgen.

Reactie 2:

Robert Spanings, 31-12-2008: Hierbij een drietal boedelinventarissen als aanvulling op bovenstaand artikel.

Boedelinventaris Bredestraat 32-44 (Landgoed Manheim)

Reactie 3:

Roel Jacobs, 28-02-2015: Geachte heer/mevrouw,
Ik had een vraag en dat betreft mijn Opa Petrus Johannes Jacobs. Volgens de verhalen in de familie zou hij een kolenhandel met daarbij een aspergehandel hebben gehad te Hees. Ik weet van mijn vader die als kleine jongen meeging om kolen in Nijmegen te leveren. Als ik het bovenstaande zo lees dan zou het kunnen zijn dat mijn Opa hier heeft gewerkt, want ik neem aan dat er in Hees niet zoveel kolenhandelaren waren. Het moet zich zo rond de jaren 1930 hebben afgespeeld.
Reactie 4:

Hennie Jansen, 05-11-2017: Een prachtig verhaal dat in mijn jeugd een rol heeft gespeeld en decor is geweest, ik woonde in de Rivierstraat (Oscar Carre) om de hoek.
Een kleine correctie. De huizen die later in de Dommelstraat werden gebouwd, waren hetzelfde als de eerste 2 blokken in de Bredestraat en Rivierstraat. Baksteen met specie. Het bestaande blok Rivierstraat - Dommelstraat - Dinkelstraat was eerder gebouwd met korrelbeton.
Reactie 5:

Hennie Jansen, 02-12-2017: Op bijgaande foto is de situatie na de kerverse bouw van het korrelbeton blok huizen (Dommel-, Dinkel- en Rivierstraat) in 1951, dus na de oorlog en inderdaad met puin uit de bombardementen.
Het flatgebouw aan de Industrieweg om de rechthoek te completeren was er ook nog niet.
Het Giesbertz terrein rechtsonder ligt nog helemaal braak en is daarna gebouwd in baksteen en specie in de volgorde Bredestraat, Rivierstraat, Dommelstraat.

Reactie 6:

Rob Wolf, 29-12-2017: Een reactie op de vraag van Roel Jacobs uit 2015. Ik zou er niet voetstoots van uitgaan dat er niet meer kolenhandelaren in Hees waren. Uit een onderzoek dat ik een paar jaar geleden heb gedaan, bleek dat er landelijk gezien juist erg veel kolenhandelaren waren (gepubliceerd in Steenkool, olie en spanning, 2014). In het gemeentelijk adresboek van 1932 vind ik kolenhandelaar W. Peters, Korte Breedestraat 110.
Reactie 7:

Bert Peters, 01-04-2019: Mijn herinnering gaat terug naar midden 50-er jaren.
Wij woonden in Wijchen en mijn ouders hadden het zeker niet breed. Het woord "vacantie "kenden we wel doch dit hield niet meer in dan dat we een beetje rond ons huis speelden en je niet naar school hoefde.
Twee ooms en tantes van mij woonden in die na-oorlogse tijd beiden in de Nijmeegse Dinkelstraat Waterkwartier, toen de welbekende gele duplex korrelbeton woningen. Eén woonde op een bovenwoning nr 21-B en de andere in de benedenwoning nr. 25. Voor ons was het een feest wanneer we een weekje uit logeren mochten, ofwel naar de bovenwoning, ofwel naar de benedenwoning met tuintje. Ik herinner mij dat de ene kant van de straat eindigde in een groot weiland (nu Industrieweg) en de andere zijde min of meer doodliep in de Dommelstraat (Kolenhandel ... ?) De bovenwoning was erg klein met een klein balkonnetje en.. o ja.. er was het zogenaamde "kwartjes gas". We konden er eigenlijk niets doen. Beneden woonden destijds de Fam. Diebels herinner ik mij. Heel aardige mensen.
Voor ons dorpskinderen was het geweldig om een week in de grote stad te logeren en 's avonds naar de verlichte kabouter sprookjesgrot in het Kronenburgerpark te wandelen. Ook stond altijd een wandeling gepland naar de wijk Heseveld die toen net nieuw werd gebouwd. Wij keken onze ogen uit! De week werd prompt afgesloten met een bezoek aan de speelgoedafdeling van de Fa. Van der Borg in de Broerstraat voor een kleinigheidje. Top amusement was voor ons het carillon boven Van Hout Ververgaard juwelier. Eindeloos hebben we ons vergaapt aan de bewegende figuren.
Daar konden we weer een jaar op teren. Toen was geluk inderdaad heel gewoon.
Reactie 8:

Jan Haefkens, 13-09-2020: Huize "Manheim" heb ik 11 jaar gekend, we woonden er destijds pal tegenover. In 1946 kocht mijn vader een werkplaats gelegen aan de Bredestraat 43 en vanaf 1952 kon hij ook het woonhuis er naast huren, nr. 41. In 1952 was dat woonhuis eigendom van de familie Alberts van de gelijknamige parfumeriezaak, zij verhuisden in dat jaar naar hun nieuwgebouwde en gereedgekomen pand aan Plein 1944.
Huize "Weltevreden" was de naam van ons huis aan de Bredestraat, een oud en statig herenhuis met een ruime serre, omgeven door een grote tuin met prachtige oude fruitbomen en 2 monumentale beukenbomen naast de serre. In de bij het woonhuis behorende garage heeft nog een tijd een oude Chevrolet gestaan uit 1928, zo'n type met een rechtopstaande voorruit. Ook lagen er nog oude houten ski's die we als kind stiekem uitgeprobeerd hebben.
Het huis had 9 kamers en wij hadden in die tijd inwoning van een ouder echtpaar, mijnheer en mevrouw Kippers. Er viel dus nog wat te stoken en Henk (Hent) Giesbertz kwam dus regelmatig bij ons de kolenvoorraad aanvullen. Samen met mijn vader kon hij hele gesprekken voeren.
Overigens had ook de familie Giesbertz inwoning destijds, als ik me goed herinner de familie Wannet. De oudste zoon van deze familie was zetter bij "De Gelderlander" en kon ook leuk gitaar spelen.
Op de hoek van de Rivierstraat en Bredestraat stond een hek waar we zomers bij elkaar kwamen en onder begeleiding van deze gitarist nostalgische liedjes zongen van Freddy Quinn, Pat Boone, The Everly Brothers e.d. Dromerige klanken, die zacht wegebden over het toe nog landelijke Hees...
De vijftiger jaren worden nogal eens aangeduid als een periode van "spruitjeslucht" maar de gezelligheid, saamhorigheid en ook het fatsoen dat in die jaren nog vanzelfsprekend was, is nooit meer teruggekomen.
Mientje Giesbertz had samen met haar man Grad een mooi zuivelwinkeltje aan de Weurtseweg. Grad had ook een gedeelte van zijn voorraad zuivel bij "Manheim" staan, zomers stond dat in waterbakken naast het huis om de producten koel te kunnen houden. Mientje had ook een heeroom die als pastoor werkzaam was op Aruba, in mijn marinetijd ben ik op verzoek van Grad en Mientje nog eens de groeten gaan doen bij deze heeroom, pastoor Kraunwinkel, hij was destijds werkzaam in een klein kerkje op Paradeira op Aruba.
De Bredestraat was in de vroege jaren vijftig een zandweg waar de gemeente zomers met een sproeiauto langs kwam om het stof binnen de perken te houden.
Midden jaren vijftig werd er riolering in de straat aangelegd, manshoge buizen, waarin we als kind veel speelden voordat deze betonelementen in de grond werden geplaatst. Bij de graafwerkzaamheden kwam ook nog het nodige wapentuig uit de oorlog aan de oppervlakte en zelfs delen van een skelet.
De Bredestraat, een heel mooi stukje Hees!  
Reactie 9:

Henk Engelaar, 13-11-2020: Jan Haefkens: Is jou iets bekend dat op landgoed Manheim iets van capsules oid gemaakt of gebruikt werden? Ik woonde rond 1955 (ik was 7..) in de Dommelstraat en herinner mij een aparte geur die ik koppel aan capsules (voor wijnflessen?) oid.
Reactie 10:

Jan Haefkens, 15-11-2020: Reactie 9: Je zit in de buurt Henk, maar de capsules die jij bedoelt werden niet op Manheim gemaakt maar door de familie te Braake, zij woonden in de jaren 50 naast de werkplaats van mijn vader. Om precies te zijn op Bredestraat 45. Zij maakten inderdaad capsules voor wijnflessen. Dat ging handmatig door een plank, met daarop glazen buisjes gemonteerd, onder te dompelen in een soort warme rode brij. Na afkoeling werden de capsules dan van de glazen buizen afgestroopt.
Voordat de familie te Braake daar woonde, was het pand in het bezit van de firma/familie Verpoorten, zij handelden in bakkerij-grondstoffen. Het kon nog wel eens gebeuren dat zij te weinig opslagruimte hadden, de kistjes met krenten en rozijnen werden dan in de werkplaats van mijn vader ondergebracht.
Ik kan mij niet herinneren dat het productieproces van de capsules overmatig stonk. Wat je bij tijden wel goed kon ruiken was de Nyma en de lysol-lucht van Willem Smit.
Reactie 11:

Bert Peters, 15-11-2020: Ik kan mij nog heel goed Wasserij Edelweiss met de hoge schoorsteen herinneren op de hoek Breedestraat Rivierstraat. Eigenaar Fam. Van Haren.
Zowel mijn moeder als wel mijn tante hebben er nog lang gewerkt, met de oude wasmachines, bleken en blauwselen en de mangelmachines.

Redactie: Weet je ook hoe dat wassen toen in zijn werk ging?
Bert: Ik ken uiteraard enkel de verhalen welke mijn moeder (92 geworden) mij heeft nagelaten.
Het moet in de periode 1935 t/m 1939 geweest zijn, ik weet niet meer de precieze data.

Mijn moeder liep vanaf haar 14 jaar iedere dag, zomer en winter, vanuit Beuningen (waar haar ouderlijk huis stond) naar wasserij Edelweiss, voor een weekloon van 1,50 gulden nota bene! En… natuurlijk thuis afgeven. In de winter bij flinke sneeuw vertrok ze dan al om 5.00 uur in de ochtend.

Wat ik uit haar verhalen weet is dat het vrij primitieve houten wasmachines waren, en er werd vooral met heel veel loog gewerkt. Dat leverde regelmatig kapotte en ruwe handen op en hoorde, als normaal, bij de orde van de dag.
Er was geen enkele bescherming. Het waren overwegend hete, vochtige en niet geventileerde ruimten waarin de hele dag werd gewerkt, 45 uur per week.

Ten eerste was het de binnenkomende vuile was sorteren, een smerig stinkend werk inclusief de vlooien en de luizen en andere verrassingen! Daar begon je mee wanneer je als nieuwkomer binnenkwam. Vervolgens sorteren op witte, bonte en bijzondere was en voorzien van het merknummer van de klant. Daarna begon het lange wasproces (in verschillende gangen) met loog, bleek en spoelen met blauwsel. Daarna in grote droogmachines en aansluitend het mangelen van de grote stukken en alles afwerken met een keurig lintje met strikje er omheen! De kleine stukken zoals overhemden, kant- en sierwerk en ander fijn werk werden behandeld met o.a. dikke stijfsel waarna ook heel veel handmatig werd gestreken met de hete bout. Vaak werd dit in een onderling roulerend systeem uitgevoerd. Aan het eind van de rit waren er dan nog de kleine reparaties zoals knopen aanzetten en de haakjes en oogjes welke tijdens het proces los waren geraakt. Aan het einde werd alles netjes extra gevouwen in katoenen omslagen en zakken gedaan voor retour transport naar de klant.

Mijn tante heeft er nog veel langer gewerkt, ze liep uiteindelijk een eczeem op waarvoor zij haar hele verdere leven lang dagelijks behandeld moest worden met teerzalf.

Mijn moeder is gelukkig eerder gestopt omdat zij ergens anders méér kon verdienen, ze ging “in betrekking” bij ene familie Roesken, wonende in de Groenestraat. Eveneens iedere dag lopend vanuit Beuningen en in het donker weer terug. Dit was echter geen sociaal prettige familie en mevrouw controleerde alles met de witte handschoen aan!!
Géén vakantie, géén vakantiegeld en bij ziekte… toch maar komen… Salaris 2,50 gulden per week maar dan wel het hele huis schoon houden, elke week alle matten kloppen, de was doen op maandag (buiten op de stoep), veel koper poetsen en ook nog eens koken en vooral niet te vroeg naar huis!!

De goede oude tijd???
Reactie 12:

Henk Engelaar, 18-11-2020: @Jan Haefkens, dank voor je reactie en uitgebreide informatie. Eindelijk duidelijkheid. Het was ook niet dat de productie of de capsules stonken maar het was een eigenaardig, apart, niet onprettig luchtje. Geen idee waar de capsules van gemaakt werden.. De luchtjes van de Nyma en Willem Smit kan ik me niet herinneren. Deed de fam. te Braake iets met wijn? En de capsules.. professioneel of hobbymatig?
Reactie 13:

Henk La Croix, 18-11-2020: Hr Engelaar, de Familie Te Braake was een gewoon arbeidersgezin met nog wel wat kinderen, zij deden niets in wijn. Pappa Te Braake werkte in dat kleine fabriekje waar die capsules gemaakt werden. Ik (dacht dat het kurk was) ben wel eens daar binnen geweest.. 70 jaar geleden.
Ik zie een van die jongens nog wel eens en zal alles nog eens navragen. Misschien heeft hij daar nog wat foto's van.
De lucht van de Nyma komt mij nu nog de neus uit. Ik woonde ook in de Rivierstraat, tegenover het gemaal en overloopvijver. De familie te Braake woonde toen in de Biezenstraat.
Leuk deze oude herinneringen.
Reactie 14:

Jan Haefkens, 25-11-2020: Inderdaad was de familie te Braake een kinderrijk gezin. Ik herinner mij o.a. één van de dochters die Til of Tillie heette.
De productie van de capsules was tamelijk eenvoudig, maar wel bedoeld voor professioneel gebruik, nl. het verzegelen van wijnflessen. Inmiddels weet ik dat de capsules destijds werden gemaakt van zegellak en dat rook inderdaad niet onaangenaam. Dezelfde zegellak werd ook gebruikt als sluitzegel of als officieel zegel op belangrijke documenten. Een staaf zegellak kon je middels een vlammetje verwarmen en daarvan enkele druppels gieten op de plaats waar een zegel moest komen. Met een zegelring of een gegraveerde stempel (van koper of ander metaal) kon je dan in de nog warme lak een afbeelding drukken.
Rest nog te vermelden dat de familie te Braake niet zo lang naast ons heeft gewoond, het pand waarin zij woonden is ongeveer gelijktijdig afgebroken met de villa "Manheim" die er schuin tegenover lag. Ook de werkplaats van mijn vader stond op de nominatie voor sloop i.v.m. het doortrekken van de Rivierstraat naar de Schependomlaan, maar dat gebeurde pas jaren later, in 1968.
Reactie 15:

Laura de Schepper, 07-05-2021: Mijn betovergrootvader Bartheld Klijselij geboren in 1840 was tussen 1860 en 1900 de buurman van H. Giesbertz aan de Oude Haven. Ook hij handelde in steenkool en had een water-en-vuurzaak.
Reactie 16:

Paul Broekman, 08-05-2021: De PGNC van 04-03-1906 noemt enkele 'Buitenplaatsen' in Hees.
De 18e eeuw was de tijd van de landhuizen voor de rijke inwoners van de stad Nijmegen. Zij lieten een buiten bouwen met landgoed eromheen. In de zomer was het daar in tegenstelling tot de ongezonde stad goed toeven: de rust die er uitstraalde, de tuinen, de boomgaarden, de moestuinen, de kleine bosschages. Mensen van het stadsbestuur, zij die rijk waren geworden van de handel of die van adel waren en zij die in Indië fortuin hadden gemaakt, vestigden zich hier graag.
De informatie over deze landhuizen met stukken land werden summier opgetekend in de zgn. schepenprotocollen en in de raadsbesluiten van het stadsbestuur.
Ook van Huize Manheim staat in deze krant het een en ander vermeld. Niet alles is voor de volle 100% betrouwbaar, maar toch...
Het begon in het jaar 1758, toen mr. Engelbert de Man, secretaris van de stad en van het Kwartier van Nijmegen, het huis/buitenplaats ‘Kost Verloren’ kocht van wijnkoper van Dokkum. Later kreeg deze villa de naam Manheim, misschien de geboorteplaats van Engelbert's vrouw?
Er zijn verscheidene Veilingen van Manheim in de loop van de tijd geweest.
Een deftige familie Villeneuve heeft er gewoond, maar is rond 1894 naar Den Haag gegaan.
Er wordt ook veel aandacht besteed aan de tuinen (moestuin), bloementuin.
“Manheim is een kwartier gaans van de Hezelpoort”, een vermelding bij een Veiling.
Er komen meer namen voorbij: o.a. Teunissen, H.J. Serres, Van Houweninge.
Wanneer is Manheim afgebroken? De Gelderlander van 29-8-1931 kondigt de veiling aan van "villa Manheim aan de Breede straat 22 te Hees-Nijmegen, voor afbraak".
Reactie 17:

Jan Haefkens, 14-06-2021: Paul, het is alweer lang geleden maar villa Manheim is in 1957 afgebroken, zoals hierboven ook al aangegeven door dochter Henriëtte Giesbertz. Zelf heb ik de villa gekend van 1946 t/m 1957. We woonden er tegenover.
Waarschijnlijk zijn er voor de oorlog al plannen geweest om de villa te slopen. Op een foto hierboven, waar de broer van Henriëtte, op een paard, voor de villa is gefotografeerd, is op de achtergrond te zien dat er huizen in aanbouw zijn. Deze huizen zijn gebouwd door aannemer Van den Hof, op grond die bij het oorspronkelijke landgoed Manheim behoorde.
Mijn vader heeft meerdere keren verteld dat het hem speet dat hij destijds (voor de oorlog dus), niet zo'n woning had gekocht, als ik mij goed herinner lag de koopprijs per woning, die hij noemde, op ca. 4000 gulden.
Maar de jaren voor de oorlog waren ook crisisjaren, dus de inkomsten karig.

In de tijd dat ik zelf in de Bredestraat woonde, van 1952 t/m 1964, bewoonden o.a. de families Van den Hof, Peeters, Will en De Bruin, deze fraaie woningen. De heer Peeters (Leo) was getrouwd met een dochter van Giesbertz. Leo had in die tijd dezelfde hobby als ik: sierduiven. Van hem heb ik in 1956 een koppeltje gekocht voor fl. 1,50, het mannetje (doffertje) van dit koppel heb ik 31 jaar gehad, het dier stierf in 1987.
Nadat de villa Manheim was gesloopt, zijn op het vrijkomende bouwterrein en naastgelegen gronden op de hoek Bredestraat/Rivierstraat, nieuwe woningen gebouwd. Hier woonden destijds o.a. de families Berfelo en Overdijkink. Rob Overdijkink zat, net als ik, bij de Koninklijke Marine. Zijn dienstvak was seiner, mijn dienstvak was schrijver, oftewel respectievelijk 'tik' en 'toeles', om in Marine-jargon te blijven. Beiden waren we op een onderzeebootjager gestationeerd, Rob op Hr.Ms. "Overijssel" en ik op Hr.Ms. "Limburg".

Op de andere hoek van de Rivierstraat/Bredestraat lag een klein aaneengesloten blokje woningen. In één van deze woningen is in 1908 mijn moeder geboren. Haar vader - voor mij opa Van Druten - en ook haar broer (oom Bernhard), werkten bij het 'spoor'. Mijn interesse voor trams en treinen komt dus waarschijnlijk vanuit deze familietak. In de jaren vijftig werden deze huizen o.a. bewoond door de families Van Gelder en Peperkamp.
Naast dit huizenblokje lag de wasserij "Edelweiss" van de familie Van Haren, door Bert Peters hierboven al gedetailleerd beschreven in reactie 11. Bijna niet te bevatten dat het werk in de wasserij zo smerig was. Temeer daar het door Bert beschreven wasgoed doorgaans niet afkomstig was van mensen uit de volkswijken van de stad. alleen bedrijven en gegoede families konden zich immers veroorloven 'om de was de deur uit te doen'. Begin jaren vijftig werd bij Van Haren de was nog met paard en wagen opgehaald en nadien weer schoon thuis bezorgd. Koetsier was in die tijd de heer Jansen, met hem ging ik in mijn vrije tijd graag mee op zijn ritten, eerst door de binnenstad naar verschillende winkels en bedrijven en vervolgens richting Kwakkenberg en omgeving, waar de gegoede families woonden.

Voor mensen als de moeder van Bert Peters kun je alleen maar diep respect opbrengen, ik heb wel eens geprobeerd mij voor te stellen hoe zij de tocht vanuit Beuningen naar Hees maakte, waarschijnlijk via de Jonkerstraat in Weurt naar de kanaaldijk en vervolgens over de Heese Brug, Dorpsstraat (Neerbosch) en Laarzendam naar de Bredestraat. Veel ging in die tijd - ook nog in de jaren direct na de oorlog - te voet want tram en bus kostten geld en een goede fiets was een hele luxe, evenals bijvoorbeeld een horloge.

De goede oude tijd? Naar mijn mening ligt het er maar aan vanuit welk perspectief je dit bekijkt: Ik denk dat de moeder van Bert in die tijd niet werd lastig gevallen, overvallen, beroofd of nagesist. Hoewel ik eerlijkheidshalve moet bekennen dat ik in mijn jeugdige overmoed ook wel eens een mooi meid heb nagefloten, maar dat was dan altijd als compliment bedoeld. Nog sterker: met één van die complimenteus nagefloten schoonheden ben ik inmiddels 57 jaar getrouwd...
Als je, zoals in mijn geval, meer dan driekwart eeuw terug kunt kijken, dan kun je alleen maar tot de conclusie komen dat er ontstellend veel is veranderd in al die jaren. Van wasbord en tobbe naar de wasautomaat van vandaag, voorzien van een intelligent stukje elektronica, dat ervoor zorgt dat de machine het gewenste programma 'gewoon' helemaal zelf uitvoert.
De eerste wasmachine bij ons thuis kwam kort nadat we vanuit de Athlonestraat naar de Bredestraat waren verhuisd, dat zal eind 1952 zijn geweest. Best een modern apparaat voor die tijd, met een geëmailleerde kuip op 4 poten met wieltjes. In het midden van de kuip een z.g. agitator, voorzien van 3 vleugels die de was in de kuip heen en weer slingerde. De machine was voorzien van een elektrische wringer waar je maar beter niet met je vingers, en al helemaal niet met je lange haar, tussen kon komen. Het ding werkte op 110 Volt, in latere jaren, toen 220 Volt de norm werd, werd het tussenschakelen van een transformator noodzakelijk.

Ook de persoonlijke verzorging in die tijd kun je je nu nauwelijks meer voorstellen. Van pomp, tobbe, teil en badhuis naar de inloopdouche, ligbad, spa en jacuzzi van vandaag. Bij de na-oorlogse nieuwbouw werden veel woningen standaard voorzien van een douchecel, waarbij het warme water voor de douche doorgaans werd geleverd door de keukengeiser. Zo'n douchecel was meestal voorzien van een kleurig plastic douchegordijntje om het water binnen de doucheruimte te houden en ook om ongewenste blikken te voorkomen. Denk niet dat een douche destijds overal gelijk als een welkome luxe werd aanvaard, ik heb heel wat families gekend in zo'n nieuwbouwwoning, die de douchecel gebruikten als kast- of opslagruimte...

In het eerste jaar - 1964 - dat we getrouwd waren woonden we in een appartementje op de Doddendaal, boven de wit- en bruingoedwinkel van Heijmans. Dit nieuwbouwcomplex zal omstreeks 1951 zijn gebouwd. De bad-accomodatie bestond hier uit een lavet, een soort granieten zitbad waarin je ook nog de was kon doen. In mijn herinnering niet echt comfortabel, dat koude graniet en die vreemde zitpositie, die je het gevoel gaf met je blote geraamte op een koud aanrecht te zitten.... Dus op de zaterdagavonden toch maar naar Pa en Ma in de Bredestraat, daar kon je tenminste languit in een lekker warm bad liggen.
Reactie 18:

Paul Broekman, 16-06-2021: Bij een boedelscheiding of magescheid in de schepenprotocollen van Nijmegen is een document van 02-03-1802, waarin de naam “Kost Verloren” wordt genoemd. De locatie was Hees en het behelsde ‘de lange akkers op kost verloren’.

Beste Jan Haefkens, met interesse jouw reactie gelezen, ook over die wasserij. (Bert Peters is familie van ons.)
Reactie 19:

Bart Janssen, 18-09-2021: Bij een "water- en vuurwinkeltje" (reactie 15) denk ik aan de verhalen van mijn vader "Thé Janssen de smid". Zijn vader, ook "Janssen de smid" genoemd, had voor de oorlog de smederij op Achter Valburg. Naast de smederij woonde mevrouw Boekhoorn, die een water- en vuurwinkeltje had. Zij verkocht voor een paar centen heet water en gloeiende kooltjes voor in een voetenstoof. In zo'n houten stoof zat een ijzeren bakje, waar de kooltjes in werden gedaan en dan bleven de voeten van de (veelal oudere) dames warm in de winter. Die panden zijn allemaal verwoest op 22-02-1944.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: