Schooljaren

© Dick Jacobs; Digitale bewerking 22-09-2016 Mark van Loon/Stichting Noviomagus.nl

Herinneringen aan mijn lagereschooljaren

door Dick Jacobs


De kleuterschool aan de Oude Stadsgracht
Wonende in de Parkdwarsstraat (op nummer 32) ging ik voor het eerst naar de kleuterschool op de Oude Stadsgracht.
Van deze tijd weet ik mij helaas heel weinig te herinneren. Ik heb, door de verhuizing naar de Daalseweg (zie: 'Herinneringen aan de Daalseweg'), maar kort op deze school gezeten. Te kort om me nog gebeurtenissen en situaties te herinneren. Wél weet ik nog goed dat ik, op weg naar de school, langs een snoepwinkel kwam. Het was een feest als ik daar -heel soms- één snoepje mocht kopen!

De kleuterschool aan de Dominicanenstraat
Eind 1940 verhuisden we naar de Daalseweg. Ik ging toen naar de kleuterschool in de Dominicanenstraat.
Daar volgde ik het twee en derde leerjaar. Ik wandelde helemaal alleen van de Daalseweg naar de Dominicanenstraat; dus niemand bracht me weg en brengen met een auto gebeurde toen beslist niet omdat toen nog bijna niemand er een had.
Het was een fijne school met Dominicanessen als leerkracht. Ik speelde er graag in de mooie ruime, beschut liggende, zandbak in de schooltuin. In mijn ogen was die tuin, met één of meer prachtige oude bomen, enorm groot.
Toen ik in de derde klas zat, wandelde mijn jongere zusje Corry steeds met me mee en ging toen naar de eerste klas. Uit die tijd dateert waarschijnlijk de kreet in ons gedeelte van de straat: "Daar heb je Hans en Grietje". Temeer omdat Corry en ik altijd samen waren. Zelfs toen we allebei de kinkhoest hadden (en dus zoveel mogelijk buitenlucht moesten krijgen) speelden we dagenlang samen op het tegelplateau voor ons huis.

De broederschool aan de Hertogstraat (de latere Petrus Canisiusschool)
(In onderstaande tekst wordt soms verwezen naar 'het boekje'. Hiermee wordt bedoeld het door Museum de Stratemakerstoren in maart 2004 uitgegeven boekje "Honderd jaar Basisschool Petrus Canisius".)

In september 1942 ging ik naar deze school. Namen van leerkrachten weet ik helaas niet meer. Ik weet wel dat één van de broeders heel graag scheikunde-proeven deed. Hij verraste onze klas een keer in een soort scheikundelokaal met een 'goocheltruc', waarbij hij water een paar keer van kleur liet veranderen. We vergaten die keer zelfs om stil te zijn; de oh's en ah's waren niet van de lucht!
Eén van de broeders wist ons heel beeldend het verhaal van Adam en Eva te vertellen. Ik weet niet of het verhaal verteld werd door de in het boekje op blz. 29 genoemde broeder Michaelo. Het verhaal was zó spannend, dat ik bijna een week lang met hoge koorts en ijlend in bed heb gelegen. Ik zag overal gevaarlijke slangen rond m'n ziekbed.

Klasgenoten waren toen o.m. Ed Denker en Tom Covers. Deze twee herinner ik me nog goed, omdat ik hen na het bombardement van 1944 nog vaak tegenkwam. Tom Covers in de stoffenzaak van zijn ouders in de Molenstraat en Ed Denker in hun boekwinkel in de Broerstraat. Verder weet ik niet meer wie exact bij me in de klas zaten omdat ik maar ongeveer 1½ jaar in de Hertogstraat school heb gegaan.

Over het bombardement gesproken: Toen ik op 22 februari 1944 na de middag-pauze weer op school kwam, mochten we niet op de speelplaats blijven. Men wist niet of buitenspelen wel veilig genoeg was. We werden in de klas aan het tekenen gezet. We moesten plaatjes overtrekken uit een destijds vaak gebruikt -zeer godsdienstig- boek. Een boek dat je, als je de paginagrote platen zag, al nachtmerries bezorgde. Het boek bestond uit telkens een pagina tekst met op de volgende bladzijde een tekening, uitgevoerd in rood en zwart. Volgens mij waren 'de goeden' uitgevoerd in rood en 'de slechten' in het zwartste zwart dat je je kunt bedenken.
Tijdens het bombardement zaten we in de plotseling heel donker wordende gang.
Toen het rustig leek, werden we naar huis gestuurd.
Ik zie mezelf nog door de Hertogstraat lopen. Achter me de vlammen en de rook van de brandende gebouwen rond het Valkhof en stof, heel veel stof!
Wadend door heel veel glasscherven liep ik richting Daalseweg.
Om de één of andere reden raakte ik de grote ijzeren poort voor de ingang van de Twentsche bank aan. Ik kreeg een elektrische schok van jewelste omdat het hek onder stroom bleek te staan (beveiliging?).
Op die dag realiseerde ik me niet dat ik nooit meer naar dat schoolgebouw terug zou gaan en een groot deel van mijn klasgenoten, vooral uit de binnenstad, nooit meer mee zou maken.
Thuisgekomen raakte ik geobsedeerd door de enorme rookwolk die vanuit het centrum van de stad in de richting van ons huis kwam. Een rookwolk die ontstond door de enorme branden in de binnenstad. Uit deze wolk dwarrelden af en toe gedeeltelijk verbrande rekeningen en brieven, vooral van de Hema en Vroom & Dreesmann, op ons balkon neer.
's Avonds kwam een oom van mij, gedeeltelijk gekleed in pyjama, vanuit het ziekenhuis naar ons huis omdat de binnenstad waar hij woonde niet bereikbaar was. Hij werd naar huis gestuurd omdat de ziekenhuizen vol lagen met gewonden, die uiteraard voorrang hadden.
Ik vond als kind de toenmalige gebeurtenissen enorm spannend. Heel veel jaren later ben ik me het gebeuren pas goed gaan realiseren. Ik besef nú pas goed aan welk onheil ik destijds ben ontkomen.

De rest van het jaar 1944, 1945 en het voorjaar van 1946 kreeg ik les in het parochiehuis(?) van de St. Stefanuskerk boven aan de Berg en Dalseweg.
Ik zat daar in de klas samen met o.a. de tweeling Jan en Peter Arts, Wim Michels en .. Bensdorp. Met hen ben ik lang bevriend geweest.
Heel lang heb ik niet begrepen waarom we niet terug gingen naar onze eigen school in de Hertogstraat. En jaren later hoorde ik van anderen dat de school in de Hertogstraat na enige tijd gewoon weer in gebruik is genomen! Pas deze eeuw (in 2004) ben ik erachter gekomen dat de pastoor van de kerk boven aan de Berg en Dalseweg graag in zijn parochie een eigen school wilde stichten (zie blz. 20 in het boekje). Is het hierdoor dat veel oud-leerlingen van de Hertogstraat, maar soms wonend in de huidige wijk Altrade, in de noodschool werden 'vastgehouden'??
In het vierde leerjaar werd ik, na schooltijd, door enkele klasgenoten gepest. Was het omdat ik vrienden uit de Hertogstraattijd miste en dat nogal eens liet blijken? Het pesten bleef voor één bewoner van de Berg en Dalseweg niet onopgemerkt, hij stond elke dag na schooltijd voor de deur en lette op of ik wel ongedeerd langs zijn huis kwam. De problemen werden echter niet herkend en erkend door de schoolleiding. Dit soort zaken waren op school onbespreekbaar, hetgeen ook duidelijk blijkt uit blz. 30 van het boekje.
Midden in het schooljaar 1945/1946 hadden mijn ouders genoeg van deze problemen en besloten mij van school te halen en mij naar de Openbare Lagere School nummer 2 in de Prins Hendrikstraat te sturen.
Dit besluit betekende uiteraard een behoorlijke klap in het gezicht van de broeders. De klassebroeder dreigde mijn ouders: "We nemen dit op met de deken van Nijmegen, dan wordt u waarschijnlijk geëxcommuniceerd".
Dit dreigement weerhield mijn ouders er echter niet van om bij hun besluit te blijven. Het betekende voor mij wel het verlies van verschillende vrienden. Zij kregen van de klasseleerkracht de opdracht mij te mijden. Ik was in zijn ogen kennelijk te 'heidens' geworden.
Om u gerust te stellen: we hoorden niets van de deken van Nijmegen en werden niet geëxcommuniceerd. Mijn verhouding tot de Kerk heeft het echter geen goed gedaan.
Nog tot voor kort is het mij door sommigen nog kwalijk genomen dat ik als katholiek uiteindelijk naar een openbare school ben gegaan.

Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de school is er in 2004 een reünie gehouden. Ik ben er naar toe gegaan in de hoop eindelijk nog wat klasgenoten van vóór het bombardement te ontmoeten. Ik zorgde dus tijdig aanwezig te zijn. De reis vanuit Brabant had ik me kunnen besparen, want ik heb geen enkele oud-klasgenoot gezien. Volgens de organisatoren van de reünie was er weinig belangstelling van leerlingen uit de 40-er jaren.
Tijdens deze reünie werd ook een bezoek gebracht aan een school-tentoonstelling in de Stratemakerstoren. Binnenkomend werd ik meteen aangesproken door een conservator van het museum. Hij interviewde mij over mijn tijd op de jubilerende school. Na ons gesprek moest hij constateren dat het t.g.v. het jubileum uitgegeven boekje verre van volledig is en heel veel onzorgvuldigheden bevat.

Openbare Lagere School nummer 2
De eerste dag op die school was een heel wonderlijke en onvergetelijke:
Op de broederschool moest ik heel consequent met mijn doopnaam (dus Leo) worden aangesproken. Vrienden uit de klas noemden mij -nadrukkelijk buiten de school- bij mijn roepnaam 'Dick'. Deze naam werd in de huiselijke kring al sinds mijn peutertijd gebruikt. Vanaf de eerste dag op de school in de Prins Hendrikstraat werd ik bij m'n roepnaam aangesproken. Ik voelde me meteen thuis.
Op de eerste schoolmiddag kreeg ik voor het eerst van mijn leven een atlas voor m'n neus. In de vierde klas van de openbare school werd Europa al behandeld.
Omdat ik op de broederschool nog geen aardrijkskundeles had gehad, moest ik eerst zelfs nog leren wat Oost, West, Noord of Zuid was.
Door papierschaarste moest op deze school ook op transparant papier getekend worden. Gelukkig had de klasse-leerkracht verschillende voorbeeldtekeningen tot zijn beschikking. Voor een niet-tekenaar als ik een prachtige oplossing! Overtrekken kon namelijk ook.
Ik hoefde geen moment te wennen aan het feit dat er zowel jongens als meisjes in de klas zaten. We hadden wel aparte speelplaatsen: de meisjes links voor en naast de school en de jongens rechts achter de school, bij het -altijd lege- fietsenhok.
Met mijn buurman Arnold Kalf die ook dat jaar nieuw op school kwam, raakte ik snel bevriend. Arnold en ik verloren elkaar jammer genoeg uit het oog toen hij naar de HBS en ik naar de Mulo ging. Ik zal nooit vergeten hoe mooi hij kon tekenen!
Godsdienstles werd er op de school éénmaal in de week gegeven. 's Maandags kon je na de normale lessen (op vrijwillige basis) een uur godsdienstles naar keuze volgen.
Doordat er niet elke dag godsdienstles gegeven werd, zoals bij de broeders, waren er dus in een week wel ongeveer zes uur extra beschikbaar. Hierdoor waren de lessen veel meer ontspannen en was er meer tijd voor extraatjes. Het was altijd gezellig in de klas.

Als parochiaan van de kerk op de Groesbeekseweg ben ik twee keer gevraagd om mee te doen aan de kindsheid-optocht. Eénmaal als 'page van de paus' en éénmaal als 'witte pater'. Door het altijd belangstellende hoofd van mijn school werd hiervoor graag vrijaf gegeven.

Eén van de leerkrachten, meneer Koenders, had moeite met ordehouden. Hij heeft, als hij erg kwaad werd, verschillende aanwijsstokken op een schoolbank kapotgeslagen. Op een dag maakte een leerling het erg bont. Meneer Koenders werd erg kwaad: "het is buigen of barsten ... en buigen doe ik niet!" waarop de leerling reageerde met: "dan barst maar!" en het klaslokaal verliet.
Wat jaren later heb ik meneer Koenders meegemaakt als directeur van de Middelbare Handelavondschool. Het bleek toen voor ons, jong-volwassenen, een schat van een man!

In de zesde klas kreeg ik les van meneer Bosdijk, als schoolhoofd de opvolger van de vader van Jan van Hoof.
Meneer Bosdijk was een zeer artistiek man. Op een dag mochten we grammofoonplaten meebrengen. Hij zorgde dat er in de klas een grammofoon stond. Hij verrichtte degelijk werk, hoewel er al koffergrammofoons waren bracht hij (zo ongeveer) dit mee:

Nog veel leuker was als hij de viool nam en -in een rustig moment- een melodietje speelde. Hij was gelukkig wars van melodieën als "Hoe lustig vliedt ons bootje, al op het spieg'lend meer"! Dit lied heeft er overigens voor gezorgd dat ik, hoewel ik graag zong, nooit lid van een koor ben geworden.

Als zesde-klassers voerden we tijdens de afscheids-ouderavond een zangspel op. Tegenwoordig noemen we dat een musical. Denk eraan, ik heb het over 1948!
Meneer Bosdijk beschikte over één tekstboekje. De tekst werd dus tijdens de schoonschrijfles door iedereen overgeschreven en tijdens de zangles werd de tekst geoefend.
Omdat ik toen al graag toneelspeelde, kreeg ik een nogal belangrijke rol.
Voor de uitvoering werden we geschminkt met waterverf. De bloes van mijn kostuum was erg nauw, dus moest ik met zingen extra voorzichtig zijn.
Het zangspel werd alleen voor de ouders van de schoolverlaters opgevoerd in de aula van de school. De jaren erna kon hetzelfde zangspel dus weer gebruikt worden. Dit bespaarde heel veel kosten voor decor, kostuums e.d..

Hij was ook de man die tijdens ouderavonden vaak een praatje hield over opvoedkunde. Zijn verhaal werd dan beeldend ondersteund door een spel uit een poppenkast. Vaak zag je de grijze kuif van meneer Bosdijk dan éven boven de poppenkast uitkomen. Deze ouderavonden werden door de ouders altijd bijzonder op prijs gesteld.

In het laatste schooljaar zijn we op schoolreis geweest naar Domburg, de geboorteplaats(?) van meneer Bosdijk.
We verbleven in een zwaar beschadigde villa, gelegen tegen een duin. Vanaf de bovenverdieping had je een prachtig uitzicht op de zee.
Door de oorlogsjaren waren we weinig luxe gewend, zo'n extraatje was dus heerlijk!
Een jaar of tien geleden kwam ik na vele jaren weer eens in Domburg. Samen met mijn vrouw vond ik de villa, waarin we in 1948 tijdens het schoolreisje verbleven, gemakkelijk terug. Hij was prachtig gerestaureerd.
Tot mijn niet geringe verbazing was er een groot herinneringsbord bij het huis geplaatst:


Villa Carmen Sylva in Domburg en het bord dat tegenwoordig bij de villa staat

Hoe het meneer Bosdijk toen gelukt is die villa te 'lenen', is me tot nu toe een raadsel gebleven. Het huis had van oorsprong een Duitse eigenaar, dus ik vermoed dat het na de oorlog door de Nederlandse overheid van die eigenaar gevorderd is.

Na de lagere school volgde ik de MULO en daarna de Handelsavondschool.

terug naar Gastredactie-overzicht

Reactie 0:

Dick Jacobs, 23-09-2016: Herinneringen aan mijn lagereschooljaren
Reactie 1:

Dick Jacobs, 03-08-2019: Mijn oudste zoon speelde zo’n 35 jaar geleden op de basisschool in groep 8 mee met de schoolmusical.
Ik realiseer me nu dat teksten en melodieën van het zangspel ‘De Poppenkast’, waarover ik het in mijn artikel heb, beduidend zoetsappiger waren:

Jan Klaassen komt op en zingt:
“Goedendag zo samen,
Boeren, burgers, buitenlui.
Goedendag zo samen,
Ik heb een beste bui.”


Het koor (poppenkastpubliek) antwoordt:
“Goedendag Jan Klaassen,
Met je rare, houten kop.
Goedendag Jan Klaassen,
Met je puntmuts op”.


Jan Klaassen:
“Niet schelden alsjeblieft,
Dat is niet netjes hoor!”

Het koor:
“Jan Klaassen heeft gelijk,
Vooruit het spel gaat door!”

Enzovoorts...
Reactie 2:

Dick Jacobs, 17-08-2019: Dat ik al lange tijd niet meer in Nijmegen woon, ga ik steeds meer merken: In bovenstaand artikel heb ik het over Ed Denker. Sorry voor mijn fout Ed, voortaan zal ik je achternaam goed schrijven: Ed Dencker.
Groeten uit Sint Michielsgestel.
Reactie 3:

Dick Jacobs, 29-04-2020: Een herinnering aan de Openbare Lagere School nummer 2, de zesde klas van meneer Bosdijk.

In die klas kregen we ook af en toe handenarbeid. Dat werd toen door meneer Bosdijk 'Sloyd' genoemd. In de bijna zeventig jaar dat ik de lagere school verlaten heb, ben ik dit begrip nooit meer tegengekomen.
Wikipedia schrijft dat het woord Sloyd is afgeleid van het Zweedse woord Slöjd, wat 'handwerk' betekent. Daarmee wordt voornamelijk houtwerk bedoeld, maar ook vouwen, naaien, borduren, breien en haken.

De Zweed Otto Salomon startte in de jaren 1870 een school voor leraren. De school trok studenten van over de hele wereld aan en was bijna een eeuw actief. Men vond de vroege ontwikkeling van handvaardige training en technisch onderwijs heel belangrijk. Het vak Sloyd is sinds 1955 in Zweden zelfs verplicht. Het kunnen beheersen van handgereedschappen en materialen is één van de doelen.
Sloyd-les waaide o.m. ook over naar de Verenigde Staten.

Terug naar de zesde klas van mijn school: tijdens de handenarbeidles kreeg elke leerling een z.g. sloydmes in bruikleen. Dat was een zeer multifunctioneel mes met een kort -heel sterk- lemmet en een naar de hand gevormd heft. Met het mes kon zelfs hout worden gesneden, terwijl de bovenkant van het lemmet uitermate geschikt was voor het strak vouwen van papier, maar bijvoorbeeld ook als briefopener te gebruiken was. Ze worden nog steeds op internet te koop aangeboden.
Voor Kerstmis 1947/1948 werd onder leiding van meneer Bosdijk een papieren huisje gewrocht, compleet met sneeuw op het dak.

Ook herinner ik mij een houten plantenhanger, maar daarvoor hebben we een figuurzaag gebruikt. We 'zaagden dus figuur'. Ik was natuurlijk degene, die in het houten blad van de schoolbank zaagde! Buitendien heb ik heel wat van die zaagjes versleten en ben dan ook heel blij met de moderne decoupeerzaag.

Achteraf bekeken heb ik er inderdaad twee rechterhanden van gekregen, terwijl ik bij alles, behalve schrijfwerk, linkshandig ben.

Wie heeft ook Sloyd-les gehad?
Reactie 4:

Annemieke Elfers-Wijffels, 14-06-2020: Hallo Dick,
de beschreven schoolloopbaan geeft een goed tijdsbeeld weer.
Wat een verhaal, zo schoolgaan tijdens de oorlogsjaren en het bombardement.
Hoe de leerkrachten waakten over jullie veiligheid.
Verder is het typerend hoe je als kleuter al zelfstandig de hele weg naar school wandelde, en later met je zusje. Een snoepwinkel onderweg tegenkwam waar je, uitzonderlijk, af en toe een snoepje mocht uitzoeken.
En dan die schoolwisselingen, uiteindelijk naar een openbare school en de dreiging om dan uit de katholieke kerk gegooid te worden.
Levendig verteld.
En nee, ik kende het vak Sloyd niet, maar het was bijzonder nuttig.
Reactie 5:

Wim Ahsmann, 20-09-2020: Grappig, ik dacht het woord sloyd wel te herkennen maar de betekenis? Mijn oudere zus, onderwijzeres, wilde de "acte handenarbeid" verwerven, van haar ken ik waarschijnlijk dat woord.
Reactie 6:

Wim Ahsmann, 06-10-2020: De herinneringen van Dick (Leo) Jacobs hebben mij verrast. Er zijn zeker twee “momenten” waarop wij elkaar zouden kunnen hebben ontmoet. Althans, als wij in leeftijd overeenstemmen. Ik ben van juni 1935, geboren in Nijmegen aan de Berg en Dalseweg.
In 1941 kwam ik in de eerste klas van de broederschool aan de Hertogstraat, bij broeder Feodor of Feodoor. Een klassefoto staat in deze website, bij andere klassefoto’s. Ik sta daarop, naast de broeder. Ik kijk een beetje vreemd maar het bleek al dra dat ik bijziend was. De tweede en derde klas heb ik daar ook doorgemaakt, met de broeders Thomas More (kaal!), broeder Thadeus en broeder Germanus. In 1944 zat ik net twee dagen in de vierde klas toen Dolle Dinsdag aanbrak. Daarna ben ik niet meer in de school aan de Hertogstraat geweest. Kort daarna moet het klooster van de broeders aan het Kelfkensbos zijn afgebrand. De broeders hebben onderdak gevonden in een grote villa aan de Sterreschansweg.
In de herfst, na de bevrijding van Nijmegen in de septemberdagen 1944 zijn er in Nijmegen-oost enkele schooldagen geïmproviseerd in een particulier huis en in een café. Daarna werd het parochiehuis achter de St.Stefanuskerk ons onderkomen met broeder Alwinus en meneer Oudvorst. Van die tijd heb ik weinig herinneringen. In 1946 was een noodschool gebouwd aan de Acaciastraat, welhaast onder toezicht van de grote toren van de Christus Koningkerk, die er tot mijn vreugde nog steeds staat.
Daar heerste schoolhoofd broeder Regis die de zesde klas regeerde. Met ijzeren hand. Ook van deze klas staat een klassefoto’s. Wat een grote klassen! Meer dan veertig knullen.
Van deze broeder kan ik mij nog veel herinneren. Een zeer begaafd man, naar mijn mening, vooral op muzikaal gebied. Zangles in de klas steeds voorafgaand door ‘inzingen” met wonderlijke teksten, zoals “Ik woon niet meer in Wormerveer, in Wormerveer woon ik niet meeeeeeeer” om de lippen los te maken.
Wat hebben we allemaal met hem gezongen! Natuurlijk de nodige vaderlandse liederen maar ook veel Gregoriaanse Liturgische gezangen, voor de Eerste Vrijdag, voor Sacramentsdag: “Cogitationes”. Daaraan heb ik mijn liefde voor het Gregoriaans te danken. Ook zongen we vaak van “O Sterre der Zee” waarbij hij het harmonium zo lekker liet zwellen.
De broeders organiseerden ook ouderavonden met toneelvoorstellingen: “Bot en Radijs” en “Bosmoedertje” en allerlei leutige en opwekkende liederen. Daarvoor werd een groot jongenskoor bijeengeharkt, ook daarvan is een foto geplaatst.
Reactie 7:

Dick Jacobs, 10-10-2020: Naar aanleiding van de reacties 5 en 6 van Wim Ahsmann het volgende: Ik ben geboren in februari 1936, dus ik ging een jaar later dan Wim -in 1942- naar de broederschool in de Hertogstraat.
De lessen in het parochiehuis van de Sint Stephanuskerk, boven aan de Berg en Dalseweg, herinner ik mij nog goed. In dat gebouw heb ik na het bombardement -tot medio 1946- les gehad.
Medio 1946 ging ik naar de Openbare Lagere School nr.2 in de Prins Hendrikstraat. Ik ben dus niet meeverhuisd naar de in 1946 gestichte noodschool aan de Acaciastraat.
Wat jaren geleden is mij pas duidelijk geworden dat het schoolgebouw in de Hertogstraat slechts enkele maanden na het bombardement al weer in gebruik is genomen. De leerlingen uit Nijmegen oost zijn echter niet meer terug gegaan naar dat gebouw. Het waren hoofdzakelijk leerlingen uit het centrum, die hun lessen in de Hertogstraat mochten vervolgen. Uit het jubileumboekje begreep ik dat zij daarvoor enige tijd zijn schoolgegaan in een ruimte boven de stoffenzaak van Covers in de Molenstraat.
Zoals ik al eerder schreef wilde de pastoor van de Sint Stephanuskerk in zijn eigen parochie een lagere school. Gebruikmakend van de omstandigheden (en met nauwelijks of geen communicatie tussen ouders en het onderwijzend personeel) zijn de leerlingen uit Nijmegen oost voor hun lessen ‘vastgehouden’ in bovengenoemd parochiehuis en later in 1946 (ik was toen al van de broederschool af) naar een noodgebouw in de Acaciastraat gegaan.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: