De werkzaamheden van het Versieringsfonds

De werkzaamheden van het Versieringsfonds.

Vanaf haar stichting kent de Christus-Koningkerk een versieringsfonds. In 1934 stond nog slechts het hoogaltaar in de kerk met een tabernakel waarvan de deuren waren versierd met twee wierokende engelen in email-paint en waren een jaar eerder vier reliŰfs onder de preekstoel aangebracht (terracotta, polychroom geglazuurd) met erop de afbeelding van de vier evangelisten en uitgevoerd naar het ontwerp van de Heumense kunstenaar Jacob Maris. Voor de verdere verfraaiing van de kerk werd deze kunstenaar aangezocht en tevens de glazenier-schilder Pieter Geraerdts uit Warmond. Vanaf 1934 werd permanent onder de parochianen gecollecteerd om beetje bij beetje het geld te sparen voor diverse opdrachten aan de kunstenaars. In 1939 begon de reeks met de opdracht aan J. Maris om het Jozefaltaar te voorzien van een beeldhouwwerk (St. Jozef staand met een lelietak in de hand en het Kind op de arm) uitgevoerd in gepolychromeerd terracotta. In 1940 werd het geplaatst. In 1943 volgde de opdracht voor eenzelfde soort beeld op het Maria-altaar (Maria staand met het Kind en reliŰfs er omheen, waarop scŔnes uit het leven van Maria). In de loop van 1944 kwam dit gereed. Beide beeldhouwwerken zijn karakteristiek voor het werk van de kunstenaar die in Nijmegen eerder werk maakte voor altaren in de H. Theresia-kerk (Waterkwartier). De oorlog onderbrak de werkzaamheden van het fonds, maar niet voordat de nieuwe communiebanken waren geplaatst voorzien van koperwerk naar het ontwerp van J. Maris en de doopvont met koperen deksel in de doopkapel van de hand van dezelfde kunstenaar (1943-1944). Direct na de oorlog hervatte het versierings-fonds zijn inzamelingen onder de parochianen. Doel: het aanbrengen van een kruisweg bestaande uit 16 staties, inclusief de voorstellingen van de Hof van Olijven en van de Verrijzenis. In mei 1948 zijn de staties compleet en kan het versieringsfonds zich geheel richten op de aankleding van de kerk met beelden en het plaatsen van gebrandschilderde ramen. De kerkruimte wordt in 1951 versierd met zes beelden te weten: een H. Hartbeeld (steen), een beeld van de H. Antonius van Padua staand met het Kind op de arm en een beeld van de H. Gerardus Majella (beide terracotta ongeglazuurd), de H. Anna zittend met Maria en een engelbewaarder knielend op een knie met vˇˇr zich een kind dat staat (steen) en een beeld van Petrus Canisius uit geglazuurd en gepolychromeerd terracotta. Alle beelden zijn van de hand van Jacob Maris. 0ok in 1951 begint men met de plaatsing van de gebrandschilderde ramen. In de lichtbeuk worden acht ramen geplaatst met als thema Het Koningschap van Christus in het Oude Testament (1 en 2 Schepping, 3 en 4 Mozes op de berg, 5 en 6 God de Vader en de engelen, 7 en 8 De Ouden van Dagen en Christus-Koning, Mensenzoon). In de orgelgalerij wordt het grote venster geplaatst met als thema Het Laatste Oordeel. Tenslotte worden de Doopkapel en de Mariakapel verrijkt met drie vensters. (Respectievelijk: Duiveluitdrijving, Doop in de Jordaan, Genezing van de Doofstomme en Maria met het Kind vereerd door de standen). In 1952 is de gehele beglazing compleet (alle ramen van Pieter Geraerdts). Intussen is de verbouwing van de kerk gereed (1951) en al spoedig ontstaat de wens de grote triomfboog vˇˇr in de kerkruimte van een schildering te voorzien. Men moet even geduld beoefenen, want de grote kosten van de beelden en ramen drukken nog jaren op het budget. In 1957 is het zover en schildert Pieter Geraerdts de triomfboog naar het motief "Tu Rex gloriae Christi" uit het Te Deum. Op de schildering is de H. Drievuldigheid te zien op vurige raderen temidden van negen engelenkoren. Tevens zien wij Maria, omgeven door alle rangen en standen (hiŰrachie van de kerk). De schildering vormt een fraaie tegenhanger van het grote glas-in-loodraam in de westgevel. De kleuren ervan zijn zacht maar de lijnvoering scherp, waardoor een zeer eigen stijl door de kunstenaar werd ge´ntroduceerd. Alle geplaatste en aangebrachte kunstwerken behoren tot een weloverdacht iconologisch programma waarmee men de kerk decoreerde en verfraaide. Ze ondersteunen alle op een eigen wijze de majesteit van Christus-Koning. In 1958, bij het 25-jarig bestaan van de kerk, werd door de parochianen nog eens heel diep in de buidel getast om hun liefde voor hun parochiekerk te tonen. Wat onmogelijk leek door de hoge kosten werd door hen opgebracht: de bouw van een orgel op de zangtribune. Het werd vervaardigd bij de Fa. Verschueren te Heythuysen. Een overgelukkige en trotse pastoor G. Gudde roemde tijdens zijn preek op de feestdag de eendrachtige samenwerking van de parochianen. Tezamen met de verbouwing was het interieur nu echt een 'troonzaal' voor Christus-Koning. Met de plaatsing van het orgel waren de werkzaamheden van het versieringsfonds afgerond.

terug


REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: