Baan

© Cees de Vos, digitale bewerking Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Mijn eerste Diploma en Baan

In de zevende klas van bovenmeester W.A. van Steen van de St. Jansschool aan de Groenestraat in Nijmegen werd bepaald dat ik geschikt zou zijn voor de Ambachtschool (nu L.T.S = Lagere Technische School). Enkele leerlingen uit mijn klas kregen het advies voor de Mulo of U.T.S. (Uitgebreide Technische School) Achteraf gezien had ik - zonder arrogant te zijn - ook tot deze ‘uitverkorenen’ kunnen zijn, ik had er de kwaliteiten voor.

Op de Ambachtschool aan de Nieuwe Marktstraat in Nijmegen startte ik in 1948 mijn tweejarige studie ‘Machine Bankwerken’. De opleiding bestond uit:
Theorievakken: wiskunde, vak en handtekenen, materialenkennis en hoe het proces verloopt bij het verwerken van ijzererts tot staal in de Hoogovens in Velsen.
Praktijk: het hanteren van de vijl in combinatie met de bankschroef bij het maken van een werkstuk en verder het werken aan machines als: de draaibank, fraisbank, zaagbank, boormachine en schaafbank. De machines bedienen vond ik heel spannend.

Mijn examenwerkstuk was een “mini klemschroefje kompleet met schroefas” te gebruiken bij het vast houden van een werkstuk bij het boren aan de boormachine. Bij god, ik weet niet waar dit mooi stukje handenarbeid is gebleven na mijn jaren op de Ambachtschool. Jammer toch….

Ik herinner mij een hachelijk voorval tijdens de praktijkles. Een van de praktijkleraren was de heer Lelieveld. Het was een klein tenger menneke. De man droeg een bril zonder montuur. Zijn nickname: ‘Pitje Lelieveld’. Om de minste reden kon hij kwaad en driftig worden. In onze klas zaten een paar donderstenen die ‘Pitje’ gedurig uitdaagden. De slimste in de klas was de jongen met de naam Toussaint. Zijn voornaam ben ik kwijt. Deze jongen kwam met het idee om werppijltjes te maken middels een rond ijzeren staafje met een dikte van 4 mm. Aan de ene kant vijlde hij een scherpe punt en aan de andere kant zaagde hij een gleufje waartussen twee stukjes tekenpapier werden geklemd in de vorm van de veertjes als bij een dartpijl. Tijdens afwezigheid van ‘Pitje’ mikte wij deze ‘projectielen’ met een welgerichte gooi in het hoge houten plafond. In de meeste gevallen was het bingo, maar soms kwam de pijl net zo vlug weer naar beneden. Al snel bevonden zich een regen aan ‘zelfgemaakte dartpijlen’ verankerd in het plafond.

De Ambachtschool aan de Nieuwe Marktstraat in Nijmegen. Foto: Noviomagus

De praktijkleraar Lelieveld had zijn klas gelijkvloers, op deze foto op de hoek, naast de voordeur.
Mijn werkplek aan de bankschroef: van de twee ramen, achter het rechter raam…!

In de jaren ’40 bevond zich in het toen nog lieftallige zelfstandige dorpje ‘Hatert’ in een zijstraatje van de Hatertscheweg een ouderwetse dorps/hoefmid waar naast allerlei constructiewerk ook de paarden werden beslagen. Oom Theo Dibbets, een halfbroer van ons moeder, ‘verdiende daar zijn boterham’. Tijdens vakantiedagen bij de Ambachtschool mocht ik bij ome Theo in de smederij komen helpen om werkervaring op te doen en om een ‘zakcentje’ te verdienen. Mijn taak was om op de zware boormachine gaten met een diameter van 15 tot wel 20 mm in stalen constructieplaten te boren. De platen met een dikte van circa 20 mm hadden allerlei grillige vormen en dienden o.a. voor de bruggenbouw.

- “Een zakcentje”
- “Je boterham verdienen”
- “Paarden laten beslaan bij dorps/hoefsmid”

Het zijn kreten uit vroeger dagen…

Tijdens het lesgeven door de heer Lelieveld kwamen op een nu wel heel ongelukkig moment - alsof de pijltjes in het plafond in conclaaf met elkaar waren gegaan - achter elkaar drie stuks als projectielen naar beneden zeilen waarvan er een pardoes op Pitje’s houten bureau belandde. Dat gezicht van de man: ”Het verontwaardigde rood aangelopen brillenhoofd ging van zijn bureau naar het plafond en weer terug naar het nog natrillende pijltje op zijn bureau.” Bij het aanschouwen van de hoeveelheid aan projectielen vastgeprikt in het plafond braakte hij los met de eis dat de dader van dit gevaarlijke spelletje zich ogenblikkelijk bij hem moest melden! Alle leerlingen staken hun vinger op als zijnde ‘de dader’. Daar had Pitje niet van terug en bij het zien van zijn verbaasde blik kregen we medelijden met de man. Voor straf moesten we gedurende één week na schooltijd corveedienst doen. “Nader beschouwd was het spelletje met de pijlen een onverantwoordelijke daad..!”

Na twee jaren de lessen aan de Ambachtschool te hebben gevolgd werd ik verblijd met het diploma “Machine Bankwerken”. Nu kon ik op zoek gaan naar mijn ‘Eerste Baan’.

Bij het zoeken naar een baan werd ik geholpen door een klasgenoot van de Ambachtschool: zijn vader was chef bij het centraleverwarming en loodgieterbedrijf “Merkx & Boerboom” aan de Wezenlaan in Nijmegen. Een sollicitatiebrief was niet nodig, men volstond met een mondeling gesprek. Na dit onderhoud werd ik als jonggezel voor de diverse cv-monteurs en loodgieters in het bedrijf aangenomen. In september 1950 startte ik bij Merkx & Boerboom met mijn eerste baan.

Het was heel afwisselend werk: de ene keer was ik het hulpje van de loodgieter, een week later van de verwarmingsmonteur. De ene keer kon dat een reparatie aan een toilet of badkamer zijn, de andere keer nieuwbouw: ik herinner mij een aanleg van een grote toiletruimte met wc’s en douches voor het bedrijf A.S.W. aan de Muntweg in Nijmegen. In het plaatsje Beneden-Leeuwen heb ik geassisteerd bij het aanleggen van een complete cv-installatie in een schoenenzaak.

Een bijzondere herinnering bewaar ik aan een nonnenklooster in de bossen van Beek-Ubbergen. De opdracht was het lekkende mastieken dak repareren. Het was een strenge Nonnenorde waar mannencontact absoluut verboden was. Ongewenst dus…! Bij het aanbellen werd opengedaan door een zuster van een andere kloosterorde. Met een aantal collega-zusters regelde deze zuster de huishoudelijke zaken in het strenge Nonnenklooster, o.a. de gasten aan de voordeur ontvangen als: de melkboer, de groenteman, de kruidenier en de kolenboer. Ook de loodgieter met zijn hulpje werden ontvangen door deze zuster. Voordat de zuster ons binnen liet pakte ze een bel waarna ze ons wenkte haar te volgen. Terwijl wij de luid bellende zuster volgden door de sombere kloostergang zagen we links en rechts schimmen van de in het zwart geklede nonnen haastig weg schieten in hun kamers. De belzuster leidde ons naar de trap die toegang gaf tot de eerste en tweede verdieping en verder tot de grote zolder waarvandaan we via een ladder en luik op het dak konden komen. We kregen de opdracht niet ongevraagd naar beneden te komen. Tijdens de middagpauze werd ons op een vooraf afgesproken tijdstip toegestaan om in de wachtkamer links van de voordeur ons broodje te eten met de aangeboden magere ‘dagsoep’ van het klooster. Als gebruikelijk werden we weer bellend begeleid naar de wachtkamer en na de pauze naar de zolder.

Op de zolder, die qua grootte de oppervlakte had van het gehele klooster, hadden we ons benodigde gereedschap en een voorraad materiaal liggen. Zo nu en dan daalde ik vanaf het dak af naar de zolder voor het halen van gereedschap of een stuk lood of zink. Hierbij was het mij een paar keer opgevallen hoe een schichtige non een pakje deponeerde in grote kist. De kist stond in een donkere hoek van de zolder. Aanvankelijk sloeg ik er geen aandacht op; hoewel ik het wel spannend vond de vreemde nonnen toch gezien te hebben.
“En wat verbergen ze toch steeds in die kist …?”

Tijdens de middagpauze in de wachtkamer haalde ik het voorval aan bij mijn oudere collega. De man keek me wat onzeker aan en maakte mij duidelijk dat dat pakjes waren afkomstig van familie van de nonnen die in de kist verzameld werden voor speciale dagen in het jaar als: Pasen, Pinksteren en Kerstmis. Omdat een ieder gelijk was in het strenge klooster, mocht er onder geen enkele voorwaarde onderscheid gemaakt worden tussen arme of rijke komaf. Verder zei de man dat ik wel even in de kist mocht kijken, hij zou dan op de uitkijk gaan staan zodat ik niet zou worden overvallen bij het kijken in de kist. Laaiend nieuwsgierig maakte de man mij, ik wilde maar al te graag weten wat voor een vlees deze strenge nonnen in de kist op de zolder zoal verzamelden…?

Na weer door de belzuster naar de zolder te zijn geloosd wachtten we beiden op een geschikt moment voor mijn inspectie in de kist. Toen het ‘moment suprčme’ daar was wandelde ik wat onzeker richting de kist. Gezien ik in die tijd nog maar een klein piskereltje was, (in het bedrijf noemde ze mij ‘de krumel’) kwam het houten opstapje vóór de kist goed uit. Met een ruim gebaar van ‘Open de poort Richard‘ zwaaide ik de grote deksel van de kist en gooide mijn nieuwsgierige jongensblik vol in de diepte…!

Wat er toen gebeurde:
Een onbeschrijfelijk zoete penetrante walm vulde mijn neusgaten, ik wankelde op het opstapje en even dacht ik van mijn stokje te gaan. Mijn opgekropte nieuwsgierigheid dwong mij om toch goed te zien wat de oorzaak van deze voor mij op zijn zachts gezegd vreemde lucht was..? Ik herkende de witte pakjes die door de nonnen in de kist werden gegooid. Dat wel…! Achter mij hoorde ik mijn collega schateren. Met een dreun smeet ik de deksel op de kist en liep als in een droom naar de nu bijna buikdansende grinnikende collega.

De man heeft het mij later uitgelegd: “Ook in een nonnenklooster gaat ‘Moeder Natuur’ gewoon haar eigen gang, om na ± 45 jaar langzaam maar zeker op te drogen.”

Een minder leuke ervaring deed ik als hulpje op bij een aantal collega loodgieters. Ik werd betrokken bij kruimeldiefstal en werd zo noodgedwongen een heler. Om naast hun salaris wat ‘bij te verdienen’, wat heet…!, organiseerden de heren loodgieters er het nodige bij. Men bestelde voor een klus een overdaad aan materiaal als zink en lood wat vervolgens privé werd verkocht aan een opkoper. De klant moest er - zonder hier kennis van te hebben - voor betalen en de werkgever werd in discredit gebracht. Ook werd er van de daken ‘overlaplood’ gestolen dat zogenaamd te lang zou zijn; er kon best een randje van een paar cm van afgeknipt worden. Ik moest tijdens de illegale knipoperatie op de uitkijk staan. Aan het eind hield ik er een ‘zwijggrijpstuiver’ aan over. “Het vlees is zwak en de gelegenheid maakt de dief!” Ik voelde mij er diep ongelukkig bij en durfde een en ander niet te melden bij de leiding, bang om mijn baan te verliezen. Dat is laf, maar wat wil je, als je net zestien jaar bent en met je eerste baan bezig bent…?

Hoofdingang van het concertgebouw de Vereeniging in Nijmegen. Anno: 1915
Foto: Gemeente Nijmegen

Het onderhoud van grote cv-ketels bij diverse bedrijven en kantoren werd ook verzorgd door Merkx & Boerboom. Met een cv-monteur kreeg ik in de zomer van 1951 de opdracht om de twee grote cokes gestookte cv-ketels van de concertzaal ‘de Vereeniging’ in Nijmegen een schoonmaakbeurt te geven. Als jong tenger knaapje werd ik door de monteur verzocht om via het ‘stookgat’ in de ketel te kruipen. In de enge ruimte van de ketel kreeg ik de opdracht om met behulp van een ‘bikhamer’, een beschermbril en een looplamp de aanslag aan de binnenzijde van de ketel te bikken. Een verschrikkelijke klus..! Ook vond ik het doodeng: bang als ik was dat - om wat voor een reden dan ook - de deur van de ketel in het slot raakte en ik er niet meer uit kon…!
Het enige wat de monteur te doen had was de emmer gevuld met roet en aanslag aan het stookgat aanpakken.

Gezicht vanaf het Keizer Karelplein van het concertgebouw de Vereeniging in Nijmegen. Anno 1965
Foto: Gemeente Nijmegen. “Het restaurant en danszaal”

Bij het schonen van de twee ketels bleef het niet, ook het gecombineerde rookkanaal moest worden geveegd. Stel u voor: het kanaal liep vanuit de twee ketels ‘horizontaal’ circa acht meter langs de muur, eindigend bij de bocht naar boven. Het kanaal naar boven tot aan het dak werd door de schoorsteenveger geveegd. Het horizontale gedeelte daar ging het om: dat diende handmatig geschoond…! De afmeting van het rookkanaal ± 50x50 cm. Buiten de cv-ketel was een stalen deur die toegang gaf tot het kanaal. Je hoefde dus niet de ketel in. De monteur gaf me een emmer, een stoffer, een looplamp en beschermbril mee en verzocht me ‘vriendelijk’ om via het luik het rookkanaal binnen te gaan. “Knietje voor knietje ging dit Nimweegse jungske vegend voorwaarts!” Als de emmer vol was ging ik op mijn knietjes achterwaartse terug - voor keren was geen ruimte - om de gevulde emmer bij het luik te overhandigen aan de monteur. “Het hele karwei was een aanslag op mijn gezondheid en voor meneer de monteur een eitje!” Ik werd hier duidelijk misbruikt. Het laat zich raden hoe ik er uit zag nadat de klus was geklaard. Ik verdiende ‘gevarengeld’ te ontvangen, wat geenszins het geval was.

Postkantoor aan de Schevichavenstraat/van Broeckhuyzenstraat in 1909
Foto: Noviomagus

Na anderhalf jaar liet ik het voor gezien bij Merkx & Boerboom: ik kreeg via mijn eerbiedwaardige vader zaliger een baan aangeboden bij de Technische Telefoon Dienst der PTT aan Schevichavenstraat/van Broeckhuyzenstraat. Gedurende de jaren 1952-1957 bij het nog “Staatsbedrijf der PTT” haalde ik mijn tweede diploma ‘V.E.V. - Elektrotechniek’.

- Op de begane grond het Postkantoor met de Postbesteldienst waar vader C.N. de Vos sr. zijn werk had.
- Op de eerste verdieping de Technische Telefoon Dienst. Daar werkte zijn zoon C.N. de Vos jr.

* Wat een geluk: dit statige bouwwerk is nog intact, weliswaar met een andere functie.

Postkantoor aan de Schevichavenstraat/van Broeckhuyzenstraat in 1950
Foto: Noviomagus

Naschrift:
In de beginjaren zestig woonde ik - inmiddels getrouwd en een zoon - in een koophuis in Bunnik. Gezien mijn ervaring opgedaan als aankomend cv-monteur kocht ik een bouwpakket voor het zelf installeren van een complete cv-installatie. Het lukte mij om in drie weken tijd mijn eigen cv-installatie te bouwen, zo zie je maar, heeft mijn noeste arbeid bij de firma Merkx & Boerboom aan de Wezenlaan in Nijmegen toch nog zijne vruchten afgeworpen.

Hella Haasse 1918 geboren in Batavia.

 

Kan een mens, die schrijft, ophouden met schrijven…?
Kan een mens, die muziek maakt, ophouden met musiceren…?
Dat kan dus niet..! Het is een deel van zijn/haar leven.

 

 

Aldus de schrijfster Hella Haasse op 22 oktober 1993

‘Amateur schrijver’ Cees N. de Vos jr
Soest - Februari 2010


REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: