Bertus

© copyright Cees de Vos, Digitale bewerking: Mark van Loon/Stichting Noviomagus.nl

Bertus

Het betreft hier een gebeurtenis uit de begin jaren ’50. De precieze datum herinner ik mij niet. Als zogenoemde ‘opgeschoten jongens‘ hadden wij onze ‘hangplek’ voor de buurtwinkel van de familie Kersten aan de Hatertscheveldweg nr. 440. Zoon Henk Kersten maakte deel uit van onze vriendengroep. De huiskamer aan de voorkant van het tussenhuis van de Kerstens was omgebouwd tot een winkel. De handel bestond naast groente, fruit en aardappelen uit eerste behoeften voor dagelijkse boodschappen als: boter, kaas, eieren en verder suiker, zout, vermicelli, jam, stroop, snoepgoed en zo meer. Ook verkocht Kersten dranken als: limonade, bier en lichte alcoholische. Oja, zij verkochten er ook de overheerlijke Mars en Nuts-repen. Daarvan hebben wij er heel wat naar binnen gewerkt. Het assortiment aan koopwaar was beknopt, niettemin was het een gezellige winkel waar de bediening met recht ‘huiselijk’ te noemen was. De heer en mevrouw Kersten runden beiden met verve de zaak. De familie Kersten bestond uit vader, moeder, zoon en dochter en zij beleefden hun “huiselijk bestaan” in het kleine achterkamertje. Als ik het projecteer op ons grote gezin met de zelfde grootte van twee woonkamers, had de familie Kersten in hun achterkamer een zee van ruimte. Wat heet…..! Het was de tijd die het aangaf, de mensen waren gewend zo te wonen in de jaren ’40 en ’50. “Toen was geluk nog heel gewoon…!” Vandaag de dag beschikt men over heel wat meer leef- en woonruimte voor de nu kleine gezinnen van hooguit drie kinderen.

Een aantal deuren verder in de straat, gezien vanaf onze hangplek woonde ene Bertus, een volwassen man van voor in de dertig. Bertus bezat een Harley Davidson motor, wat bijzonder was. Als Bertus een ritje door de Hatertscheveldweg maakte met zijn knetterende Harley waren wij jongens op ons stekkie een en al oog en oor naar deze helse machine. Van alle ‘motorfietsen’ (grappige naam voor zo’n voertuig…) neemt de Harley Davidson een speciale plaats in. Het is een prachtig vervoermiddel om naar te kijken en de ware liefhebber toert er ‘in alle rust’ zijn zondagsritjes mee. De Harley is het helemaal voor mij, hoewel de “Indian-moter” uit die tijd met zijn wapperende reepjes leer aan zijkant van de motor-tas er ook mocht zijn. Verreweg de mooiste auto is voor mij nog steeds de Porsche.

Twee jonge engineers, William Harley en Arthur Davidson, vrienden sinds hun jeugd, werkten in hun vrije tijd aan hun eerste motorfiets. Twee broers van Arthur, Walther en William, voegden zich al snel bij dit duo, maar een onbekend gebleven Duitse immigrant, die de Franse "De Dion" motor kende, gaf de doorslag aan de totstandkoming van hun bedrijf. In 1903 verscheen een eencilinder motorfiets met een vermogen van 3 paardenkrachten. Op 30 augustus van dat jaar werd de Harley-Davidson Motor Company opgericht. Bill (William) Harley, de ontwerper van de groep, ging verder studeren op zuigermotoren, en in 1909 verscheen de eerste "V-twin", een zuigermotor met twee cilinders onder een hoek van 45 graden. Deze "V-twin" werd al snel een succes.
Bron: WikipediA “Harley - Davidson”

Op zomaar een zondagmiddag hadden wij ons verzamelpunt voor de winkel van Kersten weer ingenomen. We wisselden onze laatste nieuwtjes uit, speelden spelletjes waaronder het bijzondere “Gatrik of Pinkelen” en lonkten naar mooie buurtmeisjes. Om onze liefdesdorst enigszins te temmen en de verveling te doden klokten wij zo nu en dan een flesje Exota limonade uit de winkel van Kersten naar binnen.

In de verte hoorden we het bekende knetterende gemopper van de Harley Davidson van Bertus. Na wat voorgas geven kwam Bertus zachtjes onze kant op pruttelen. Bij ons aangekomen bracht hij zijn Harley tot rust en liet zijn speeltje van alle kanten bewonderen. Een en al aandacht van onze kant was zijn deel. Na heen en weer de lof uitgesproken te hebben over zijn prachtige motor nodigde Bertus ons één voor één uit om en ritje mee te maken op zijn Harley Davidson. Nou daar waren wij stoere knapen wel voor te porren…!

Ik stond niet vooraan, liet eerst een aantal van mijn vrienden voorgaan. Ik keek zo gezegd de kat uit de boom. Na een aantal ritten van een klein kwartier elk, was ik aan de beurt om plaats te nemen op het zadel achter de dikke kont van Bertus. Ik diende mij helemaal over te geven aan hem en hield Bertus tijdens de rit stijf omarmd. De toer startte vanaf de Hatertscheveldweg richting de Goffert, via de Slotemaker de Bruïneweg reden we naar de Steinweg en vandaar over de Mollenhutseweg naar de Heideparkseweg om te eindigen bij de winkel van Kersten aan de Hatertscheveldweg. Bertus zette er danig de spurt in, ook om indruk op zijn buddy achter hem te maken. Voor mij hoefde dat geenszins…! Ik kan het kort maken: ik stond doodsangsten uit tijdens de rit en dacht even dit is het “Einde mijns Levens”. Vooral op de Mollenhutseweg draaide Bertus het gas helemaal open, de snelheid voerde hij zo hoog op dat mijn oren klapwiekte. De bocht naar de Heideparkseweg nam Bertus kort waarbij een onderdeel van zijn Harley knerpend de weg toucheerde. Heel eng….! Langs mijn huis komend keek ik sluiks die kant op, gelukkig werd ik niet gezien door de familie. Mijn ouders zouden deze min of meer dodenrit absoluut niet toegestaan hebben. Weer aangekomen bij mij mijn vrienden slaakte ik een zucht van verlichting en was dolblij dat ik het er goed vanaf had gebracht. ‘Nooit meer’ dacht ik, nooit meer ga ik bij Bertus achter op zijn Harley Davidson een rit meemaken. Op de valreep bezeerde ik mijn kuit nog aan de hete uitlaatpijp, werd ik nog gebrandmerkt ook.

Het moet ongeveer een jaar later plaats hebben gehad, de dag dat het gebeurde herinner ik mij nog heel goed. Er ging een siddering door mijn lijf, weer zag ik mij met een boks vol natte angstpoep in meerdere kleuren zitten achter de kont van Bertus op zijn Harley Davidson en met een snelheid van over de 120 km/h over de Mollenhutseweg scheuren.

Het bericht kwam als een donderslag bij heldere hemel; Bertus had een ongeluk gekregen met zijn Harley Davidson en was daarbij om het leven gekomen. De dag erop lag de man opgebaard in de voorkamer van zijn huis. De buurt kreeg gelegenheid om afscheid te nemen van de dode man. Wij jonge knapen van rond de achttien jaar waren zeer onder de indruk van hetgeen gebeurd was. We overlegden om ook afscheid te nemen van Bertus. Ik ben niet zo’n held en had mijn twijfels. Uiteindelijk liet ik mij overhalen en ging mee. De man lag er vredig bij, zoals men dat pleegt te duiden. Van enig letsel aan zijn gezicht was geen sprake.

Cees de Vos – april 2011

terug


REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: