Nieuwe pagina 1

© copyright Cees de Vos, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Mijn buurman

Reeds in mijn vroege kinderjaren was ik mij bewust van de schoonheid van Moeder Natuur. Met mijn zusjes en broertjes plukten ik veldbloemen op de in de jaren ’40 nog vrije weidegronden achter ons huis aan de Hatertscheveldweg. Van de vaak verguisde in het wild groeiende ‘Klimmende winde’ vlochten wij kransjes die we getooid op onze kinderkopjes vol trots toonden aan ons moeder Magdalena Adelheid. 

In de veertiger jaren waarin ik als jongen van acht-negen-tien jaar opgroeide was de huismus nog zeer talrijk aanwezig in ons buurtje. Onder de dakpannen links en rechts van de dakkapellen van de huizen in onze straat vonden deze vrolijk tjielpende vogelkens een veilig onderkomen voor hun nageslacht. In grote aantallen fladderden de musjes rondom ons huis en tuin. Ook in de moestuin achter ons huis scharrelden deze gevleugelde vriendjes zaadjes en ander soort voedsel bij elkaar voor hun kroost onder de dakpannen. 

Onze belendende buurman zag mij eens in onze moestuin moeizaam bezig met het vangen van musjes. Daarbij maakte ik gebruik van een schuin opgestelde kolenzeef. Een steunhoutje - met daaraan vast gemaakt een touwtje – zorgde voor de openstand van de zeef. Onder en naast de zeef had ik wat lokvoedsel gestrooid. “Op afstand verdekt opgesteld met het touwtje in zijn hand wachtte een geduldige Ceesje af of een vogeltje hem ter wille zou kunnen zijn?” Dat lukte zo nu en dan met heel veel geduld. Kijkend naar mijn inspanningen kwam de buurman met een betere en snellere manier om musjes in handen te krijgen.
De ‘vogelval’ van mijn buurman bestond uit vier in een rechthoek geplaatste metselstenen met daar tussen een schuin opgesteld houten plankje dat in die stand werd gehouden door een stokje rustend op een stukje glas. Het stukje glas zorgde ervoor dat bij lichte aanraking van het houtje de vogel met het stokje en al in de diepte verdween. Wat broodkruimels en graan in en om het vanghuisje diende als lokvoer. 

Je hoefde op deze wijze niet ‘de wacht’ te houden, de vogeltjes regelde hier hun eigen nietsvermoedende opvang. Deze uitgekiende manier van vogels vangen liep gesmeerd, weldra had ik een viertal musjes en soms een enkele mees ongeschonden te pakken. Aan de zijmuur van ons schuurtje hing de ruime vogelkooi waarin ik de vogeltjes met het nodige voer en vocht een dag of wat gevangen hield. “Tja…, lang leven de lol..!” Binnen redelijke tijd gaf ik de beestjes hun zo gekoesterde vrijheid terug. Voor een jongen van acht jaar was een en ander een spannende bezigheid. Vandaag dient men het niet meer in zijn hoofd halen zulks te doen. De mussenstand is in Nederland de laatste tientallen jaren dramatisch teruggelopen.

De Nederlandse dichter Jan Hanlo 1912-1969 heeft eens ‘n grappig gedicht gemaakt op de Mus.

De Mus

Tjielp tjielp – tjielp tjielp tlielp
tjielp tjielp tlielp – tjielp tjielp
tjielp tjielp tlielp tjielp tjielp
tjielp tjielp tlielp

Naast het bijhouden van zijn moes en bloementuin had mijn buurman als hobby sportvissen aan het Maas-Waalkanaal. Voor zijn vertrek naar de rivier tuigde hij zijn fiets op voor de visvangst. Langs de horizontale stang van zijn tweewieler werden zijn visattributen als hengels, visnet en inklapbaar visstoeltje bevestigd. Op weg naar zijn visstek wapperde het visnet vrolijk in de wind boven de bagagedrager van zijn fiets. Aan het stuur bengelde een emmertje voor de te vangen vis. Als lokaas gebruikte buurman gekookte aardappel, brooddeeg en de in zijn tuin opgeklopte regenwormen. Een keer ben ik met mijn bescheiden hengeltje met hem meegegaan naar het Maas-Waalkanaal. Het vangen van vis ging mijn buurman goed af, ik echter bleek een loos vissertje te zijn. De gevangen vis bestond uit o.a. blankvoorn, brasem en baars. Als jochie was ik zeer onder de indruk van de door buurman gevangen spartelende vissen in zijn visemmertje, vissen die hij aan het eind van de dag mee naar huis nam voor consumptie. Mijn moeder kreeg zo nu en dan ook wel eens een maaltje vis aangereikt, vis waar storend veel graat in zat en erg naar grond smaakte. 

In mijn adolescente periode ging ik met mijn vrienden uit de buurt ook wel eens uit vissen aan het Maas -Waalkanaal. Dat gaf grote pret. Het begon altijd heel serieus…! Ieder zocht zo zijn eigen stek met een onderlinge afstand van zo’n tien meter. De sport was wie ‘de eerste vangst’ boven water haalde, het maakte niet uit welk soort vis het was, ook een “Schele pos” deed mee in de wedstrijd. Na een uurtje afwachten en turen in het soms woelige water, veroorzaakt door passerende sleepboten werd het donderen. De minst serieuze werden onrustig en baldadig tot grote ergernis van de standvastige doordouwer. Het treiterspel begon met geniepig een klein steentje werpen in de buurt van de dobber van de visser naast je, gevolgd door de kreet: “He Frits…, ik zie dat je beet hebt..!” Wanneer je de reactie van de visser te mager vond werd dat al snel een wat grotere kei, altijd ruim voorradig langs de waterkant van het kanaal. Op het laatst werden het graspollen die menige dobber kopje onder deed gaan. Tegen die tijd gaf de tot op het laatst gebleven serieuze visser zich ook gewonnen en deed enthousiast mee met het waterballet. Na afloop van de wonderbare visvangst doken we gezamenlijk, soms in enkel ‘onderboks’, het kanaal in om wat af te koelen. Van gevangen vis mee naar huis nemen kwam het bij ons niet, daarentegen hadden we altijd de grootste lol. 

Cees de Vos – februari 2011

terug

Reactie 1:

Mia Reijers, 05-02-2011: Bij het verhaal over het Maas en Waal kanaal heb ik "dubbel gelegen" van het lachen, doet 'n mens goed. Ik zie het helemaal voor me me.

Reactie 2:

Frits de Koning - Australië, 10-02-2011: Ja Cees, vissen in het Maas-Kanaalkanaal dat was mooi, toen de visjes nog gezond waren en je ze in de pan kon doen. Cor van Vugt een vriendje van ons; ik zie hem nog zitten onderaan de diek met z'n voetjes in het water en zijn blote knietjes tegen mekaar en hengeltje of bonenstaak in zijn hand. Toen er zo'n hoge stomer langs kwam varen zorgden wij dat we veilig hogerop zaten, maar Corrie was nog wel eens te laat met alle gevolgen van dien. Dat was het lachen geblazen. Nadat Corrie in zijn natte broek van de schrik bekomen was lachte hij even vrolijk mee. En in de avond naar paling of aal vissen, ik denk nog wel eens aan die vieze glibberige dingen.


REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: