Nieuwe pagina 1

© copyright Cees de Vos, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

“Mijmeringen van een Nimweegs junkske”

Ik ben niet bepaald ontsproten uit een muziekaal nest, hoewel ons vader zaliger bijna een leven lang in koren waaronder het Nijmeegs PTT Mannenkoor - en met solozang tot aan zijn dood in augustus 1992 muzikaal actief is geweest. Vanaf mijn vroegste jeugd neemt muziek een belangrijke plaats in: ik lees, denk en werk met muziek. Bij mij thuis in Soest staat de radio veelal afgestemd op klassieke muziek of draait een klassieke cd zijn rondjes. Tijdens mijn dagelijkse ochtend wandeling met bassethondje Titia in het Baarnse bos heb ik oordopjes in waaruit Wolfgang Amadeus Mozart, Frédéric Chopin of Johann Sebastian Bach mij gezelschap houdt. 

Foto: Titia

Van mijn ouders kregen mijn een jaar jongere broertje en ik in de jaren ’40 de mogelijkheid een instrument te leren bespelen. Gezien ons kinderrijk gezin werd dit helaas geen piano, we dienden tevreden te zijn met een 12 bassen accordeon met pianoklavier. Een keer in de week kregen we les van de heer Theo Flemminks aan de Graafsedwarsstraat in Nijmegen wat voor twee knaapjes van zes en zeven jaar nog een knap eind lopen was vanaf ons huis naar de stad: om beurten torste we ons instrument in een koffer gedurende de wandeling naar de leraar. De les duurde een uur, waarvan we om beurten elk een half uur het ons in de week ervoor opgedragen deuntje, door Theo Flemminks gecomponeerd, voorspeelde. Ook kregen we thuis elk een liedje in te studeren met een eerste en tweede stem. Mijn broertje studeerde naar ik mij herinner de tweede en ik op de eerste stem. Bij Theo Flemminks kregen we de mogelijkheid om dit met twee accordeons te spelen. Bijzonder was het om het liedje in samenklank te horen. Spannend was het als Theo Flemminks ná de les zelf een stuk speelde op zijn grote 120 bassen accordeon: met open mond luisterde twee leerlingen naar het virtuoze spel van hun leermeester. 

Vader stond erop dat we elke dag minstens een half uur studeerde: zittend als toehoorder in zijn verstelbare rookstoel met z’n piepke in zijn mond was hij getuige van ons lesje doen op de trekzak. Snel werd duidelijk dat ik meer aanleg en interesse voor het instrument ‘ten toon spreidde’ dan mijn broertje, na een paar keer doornemen speelde ik het opgedragen stuk uit mijn hoofd. Voor mijn broertje was de gang naar de leraar op den duur een moeilijke opgave, mede door een ongeluk aan een van zijn vingers hield hij het na een paar jaar voor gezien. Ik bleef doorgaan en maakte aardig vorderingen. Met verve volgde ik de lessen en speelde soms voor familie, kennissen en een keer voor mijn klasgenoten en de meesters in het zo prachtig galmende trappenhuis van de Lagere St. Jansschool aan de Groenestraat 227 in Nijmegen.

In de jaren veertig was de Hatertscheveldweg nog een ruwe zandweg met veel kuilen die bij tijd en wijle door de gemeente werden opgevuld. Het gaf op hete zomerdagen een stof van jewelste met enig geluk dat er nog maar weinig verkeer was. Ook was er geen riolering wat veel wateroverlast gaf. Voor ons kinderen was dit geen enkele belemmering. Langs de goot van de weg vormde zich bij heftige regenval een stroom die zich voortvarend onze kant op bewoog. Het was voor ons kwajongens een leuk spel om - vaak in nog stromende regenval- deze watermassa af te dammen zodat je een soort minimeertje creëerde waarna je na de ‘dijkdoorbraak’ je papieren of houten bootje in een wilde vaart stroomafwaarts kon laten varen. Een en al pret voor twee vaak door de regen verzopen kleine mannekes.

Een ander leuk spelletje op deze zandweg was om op weg naar de St. Jansschool met grote kiezels (of stalen looiers) te knikkeren. Elk had een eigen flinke kei en gooide deze voor zich uit waarna de volgende deze kei moest zien te raken. Al voort gooiend vervolgde we onze weg naar school. Bij aankomst aan de Groenestraat was het einde keienspel, daar was de weg geplaveid met de bekende kienderkupkes met links en rechts een fietspad.

Bij het bereiken van de adolescenten leeftijd waren deze kinderspelletjes verleden tijd, stroomde ook bij Ceesje de hormonen door zijn gezonde jongenslijf en werd hij dusdanig beïnvloed door al het vrouwelijk schoon dat zich in zijn directe omgeving liet aanzien, het dreef ook Cees het liefdespad op. De accordeon moest wijken voor zijn liefdesperikelen met buurmeisjes tot leedwezen van zijn papa. Pijnlijk voor Cees dat hij ook wel eens een blauwtje liep of dat een vriendje of broertje hem voor was. Zijn gedachte gaat nog wel eens uit naar zijn eerste vlam: het voor hem mooiste meisje uit de straat ‘Adrie’. Hij heeft haar tot zijn leedwezen nooit weten te veroveren, Wout een vriendje van hem, ging er mee van door. Nog altijd staat haar naam diep gekerfd in de bakstenen achtergevel rechts van de achterdeur van zijn ouderlijk huis Hatertscheveldweg 504 in Nijmegen. Dit gedeelte heet nu ook Muntweg.

Foto: Rechts buurmeisje Adrie

Cees – Soest okt. 2009

terug


REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: