Nieuwe pagina 1

© copyright Cees de Vos, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Over leven….

In mijn vorige verhalen heb ik reeds uitgebreid verslag gedaan aangaande het kinderrijke gezin: ‘Het Vossennest uut Nimwegen’. De pastoor van onze parochie was er als kind in huis en stond vader en moeder in raad en daad bij in de Christelijke opdracht hunne kinderschare in de naam van den Allerhoogste op te vijzelen immers den Heer had voorzegd: ‘Gaat henen en vermenigvuldig u’ en ook ‘Laat de kinderkens tot mij komen…?’ De heer pastoor fungeerde als ordonnans van den Heer en je mag concluderen dat hij in deze opdracht meer dan geslaagd is:‘De vruchtbare akker bij de vosjes is door de gezegende bezoekjes van meneer pastoor optimaal benut.’ De man had een heimelijke manier om onze ouders te duiden op hun plicht als goed katholiek: bij binnenkomst vond hij altijd wel een peuter in boks en vroeg dan quasi tussen neus en lippen door hoe oud de kleine inmiddels al wéér was, met andere woorden: het werd weer tijd om aan de wens van de Heere God en meneer pastoor te voldoen. Zalig zij de gelovige…..?

Overigens hield meneer pastoor na elk bezoekje er een dikke sigaar en een stevige borrel aan over. 

Om de dertien vossenspruiten in de veertiger jaren genoeg te eten te geven diende ons vaderke naast de baan als postbesteller bij het Staatsbedrijf der PPT in eigen beheer wat bij te klussen. Naast het houden van kippen in zijn schuurtje met een uitloopren voor de hoenders er buiten verbouwde papa op een gepacht stuk grond achter ons huis van circa 200 m² verschillende soorten groente als: sla, spinazie, worteltjes, diverse koolsoorten, andijvie, sperzieboontjes, snijbonen en soms ook aardappelen. 

De wat oudere kinderen schakelde vader in als het onkruid de overhand kreeg tussen de diverse soorten groentebedjes, deze asociale meevreters werden onder toezicht van papa door de gevoelige kinderhandjes systematisch verwijderd. Een leuk spelletje voor ons kinderen was om verstoppertje te spelen onder en tussen de gekruist in rij opgestelde bonenstaken waar de snijboonplant zich kronkelend om de stokken een weg naar boven werkte. Na volgroeid te zijn vormde zich een lang gerekte snijbonenwigwam. Je moest bij het verstoppen wel uitkijken of pappielief niet in de buurt was, als hij je snapte kreeg je goed op je donder. Aan het eind van de moestuin bevond zich de mesthoop, daar ging al het rottend afval en onkruid uit de tuin in. Om de paar weken werd het zootje met de riek omgewoeld zodat er na verloop van tijd een soort humus ontstond wat weer het land op ging. Vandaag de dag gebruik je daarvoor een compostsilo. 

Als ‘extra bemesting’ gebruikte papa de inhoud uit onze beerput. De verzamelde fecaliën en urine waren een weldaad voor papa’s groentetuin. Recycling in de ware zin. Deze goed afgesloten strontput bevond zich in ons piepkleine voortuintje. Als de zware betonnen deksel werd weggenomen deed de vreselijke strontgasdamp je achterover deinzen. Een dikke brij van stront, zeik, stukken krantenpapier en andere zooi bedekte het geheel. Voor het vervoer van de strontsoep naar het land beschikte papa over een platte kruiwagen met daarop een hoge ijzeren ton. Met de strontemmer roerde vader de hele soep eerst door elkaar om vervolgens schep na schep de strontton tot aan de rand toe te vullen. Op weg naar de moestuin (via de Spadestraat heet nu Leo XIII straat) klotste een deel van de soep over de rand van de ton, menig litertje beer ging daardoor verloren daarbij een spoor van poep en pis op de nette stoep achterlatend tot leedwezen van onze buurman op de hoek. Papa naar de buur: “Sorry buurman, een geluk, er wordt vanavond regen verwacht…!” De lucht in de buurt was voor uren niet te harden. Wegens gebrek aan closetpapier kon je weken na de bemesting ‘op het land’ tussen de sla en worteltjes flarden van berichten uit de Nijmeegse Courant lezen; nieuws uit vervlogen tijden dat wel. 

In de Herfst en Wintermaanden werd de put tegen betaling door de gemeente geledigd. Aan de weg stond de strontwagen van waar een dikke olifantslurfachtige rubberen slang, in delen aaneen gekoppeld, werd uitgelegd. De slang was aan het eind verbonden met een lange stalen buis die diep in de put werd gestoken. Nadat de pompmotor in de strontwagen ronkend werd opgestart hoorde je vriendelijke slobberslurpgeluiden tijdens het leegzuigen van de put. Als jochie van een jaar of tien vond ik het altijd spannend om te zien hoe het niveau van de smeerboel langzaam in de diepte wegzakte, het zelfde beeld had je wanneer als kind met een rietje je glaasje ranja naar binnen zoog. Oké.., het is een wat onfrisse vergelijking, maar toch… De ondraaglijke beerlucht die vrij kwam bij het leeg maken van de put was tot in de verre omtrek riekbaar. Op het laatst dirigeerde de gemeenteman de stalen buis langs de wanden en bodem van de put voor het opzuigen van de laatste restjes. 

Half in de jaren vijftig werd in onze straat de riolering aangelegd, het romantische ledigen van alle beerputten was nadien geschiedenis geworden.

Cees de Vos
Soest, din. 11 aug. ‘09

terug


REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: