03klassefoto klas 4

<- Back | Index | Next ->

Foto ON0513-Mariaschool Derde Walstraat 1953 klas 6 (beweeg de muispijl over de foto om de nummertjes te zien)
1: Rein Hoogenboom2: 3: Reintje Thijssen4: 5:
6: Harry Benda7: Pieter van Driel8: 9: 10:
11: Broeder Gabinus12: 13: 14: 15: Peter Stevens
16: Jan van den Berg17: Jantje Fedder18: 19: 20:
21: 22: 23: 24: 25:
26: 27: 28: 29: Wil Beekhuizen30:
31: Piet Hooghof32: 33: 34: 35:
36: 37: 38: 39: 40:
41: 42:

Een klassenfoto uit 1953, genomen vóór de Barbarossaruïne op het Valkhof.
De zesde klas onder leiding van het toenmalige hoofd van de Mariaschool aan het Kelfkensbos, Broeder Gabinus (daarvoor was Broeder Donatus het schoolhoofd). 

Uit de collectie van Jan van Venrooij.

Reactie 1:

Jan van den Berg, 10-12-2014: Deze foto is van de vierde klas van de Mariaschool aan de derde Walstraat. De broeder heet Dominicus. Broeder Gabinus was inderdaad het schoolhoofd.
Op nummer 16 : Jan van den Berg en op nummer 29: Wil Beekhuizen.
Reactie 2:

Rob Stevens, 23-02-2019: nr. 15 is mijn oudere broer Peter Stevens (overleden in 2004)
nr. 1 is Rein Hoogenboom
Reactie 3:

Harry Huveneers, 07-04-2021: Ik was leerling van de 1 jaar "oudere" klas dan deze. De paar jongens op deze foto die ik herken als klasgenoot moeten dus de 3e of de 4e klas hebben gedoubleerd. Het zijn nr 3 Reintje Thijssen, 6 Harry Benda, 7 Pieter van Driel en 17 Jantje Fedder.
Nummer 31 Piet Hooghof ken ik uit de buurt waarin ik woonde (Ten Hoetstraat-Van Rosendaelstraat).
De vierde klas was de luidruchtigste, want hier werden enkele maanden lang de tafels (vermenigvuldigingen) van 1 tot en met 10 door de klas ritmisch gescandeerd.
De vijfde klas, waarin ik zat in 1953, was de klas van de kleine broeder Winfried, die dol was op koorzang. Hij besteedde daaraan meer dan de vastgestelde roosteruren en hij leidde iedere ochtend het zingen in de kindermis in de Maria Geboortekerk. Van de jongens welteverstaan; de meisjes, aan de andere kant van het gangpad, mochten niet meezingen. In de klas gaf br. Winfried bij het zingen de toon aan met een piepklein orgeltje in een houten kistje, dat met een op en neer bewegend handeltje aangepompt moest worden.
De broeder van de derde klas, broeder Antoine, die het jaar erna opgevolgd werd door de charismatische toneelpromotor-regisseur Marcel van Dijk, gaf ook graag zangles. Hij zong voor en maakte daarbij zeer vreemde grimassen, waarvoor hij zich telkens vooraf verontschuldigde. Hij was ook belast met het katechismusonderricht. Elke dag moesten we thuis 2 of 3 vragen met de daarbij behorende antwoorden van buiten leren. Maar bij Reintje Thijssen (zie boven) lukte dat nooit en dat maakte de broeder telkens woedend. Reintje werd dan meegesleurd naar het naast de klas gelegen krijthokje en kreeg daar een stevig pak op zijn broek met een afgebroken aanwijsstok.
Met een laf gebrek aan solidariteit hoorden we dan lachend de pijnkreten van de onverbeterlijke tekortschieter.

Redactie: Wat hield zo'n 'kindermis' in? Waren daar alleen schoolklassen? En dan alleen als je al communie gedaan had?
Reactie 4:

Harry Huveneers, 11-04-2021: Ik heb mijn reactie enigszins beperkt - zo probeer ik mijn natuurlijke neiging tot wijdlopigheid een beetje te beteugelen. Van veel van de begrippen die bij het releveren van mijn herinneringen  een rol spelen en die betrekking hebben op wat je het leven van "vroeger" zou kunnen noemen, veronderstel ik dat ze nog steeds bekend zijn. Maar ik merk steeds vaker dat er sinds mijn jeugd - ik ben nu 77 jaar - niet alleen in de taal veel veranderd is. Nu denk ik niet dat het leesplezier bij degenen die mijn herinneringen lezen, vergroot wordt door veel uitleg. Maar anderzijds, Uw vragen hebben mij duidelijk gemaakt dat er klaarblijkelijk in die pakweg 65 jaar veel meer geërodeerd is dan ik dacht. Dan nu Uw vragen.

Er bestond, in de tijd waarin mijn herinnering speelt, begin jaren 1960, voor katholieken een zondagsplicht. Deze bestond uit het bijwonen van een H. Mis. Tenzij dit onmogelijk was, diende dit te geschieden in de kerk van de parochie waartoe men behoorde en waar men ingeschreven was. Dus zaten de katholieke kerken op zondag in alle missen stampvol. In de Maria Geboortekerk aan het Mariaplein waren dat er 5, te weten op 06.30u het z.g. vissersmisje, 07.30u de vroegmis, 08.45u, 10.00u en 11.30u. Je zag veel (grote) gezinnen, waarvan de moeder en oudere meisjes de kleintjes eerbiedig probeerden te houden.
In de missen vanaf 8.45u werd gepreekt. Het moge duidelijk zijn dat in een parochie met een vaste bezetting van 4 á 5 heren, in ons geval paters O. (orde der predikheren, zoals de dominicanen officieel heten), lange, zeer goede  preken te horen waren.

Paus Pius X had de kindercommunie ingesteld. Dat kwam er in onze gewesten op neer dat kinderen in de eerste klas van wat toen de L.O. (lager onderwijs, lagere school)  genoemd werd, op een zondag in het voorjaar hun eerste communie deden. Zij werden door hun ouders en op school daarop terdege voorbereid, in aan hun leeftijd aangepaste taal. Jezus kwam dan voor de eerste keer in je hartje en dat was zo onbeschrijfelijk gelukzalig dat er eigenlijk geen woorden voor waren. Je leefde in een toenemende staat van opwinding naar de grote dag toe.
Als het zover was, scheen de zon en rook het in de tuin naar seringen. Er was extra schoongemaakt voor deze zondag, iedereen was naar de kapper geweest en droeg zijn beste kleren. Voor de communicant was een pakje gemaakt, voor een jongen een kostuumpje met een korte en een plusfoursbroek, die een drollenvanger werd genoemd, en als je een meisje was, werd je een bruidje genoemd en droeg je een wit jurkje van fijne stof met bijpassende handschoentjes annex een wit buideltje of een boeketje aan een lintje, en een tule sluiertje. Iedereen gedroeg zich ingehouden en deftig en jij werd, als communicant  met ongewoon egards aangesproken en behandeld.
En iedereen bleef nuchter, hetgeen betekende dat je vanaf het middernachtelijk uur niets meer had gegeten of gedronken. Men was in die nuchterheideis héél streng. Er was je verteld dat het niet paste dat je met een volle maag Jezus ontving. Er waren verhalen van kinderen met wie het slecht afliep, doordat ze in een sneeuwbui naar de kerk lopend, per ongeluk enkele sneeuwvlokken hadden ingeslkt. Over het per ongeluk doorslikken van speeksel werd verschillend gedacht.
De plechtigheid tijdens de hoogmis, met jou en je vriendjes in het middelpunt, was een droom. En daarna het feestmaal met krentenbrood en later sjieke gebakjes. Er waren cadootjes van je ouders en van buren en tantes. Prachtig gekleurde gipsen beeldengroepjes van Jezus met aan weerszijden een engeltje of een luxe missaaltje in een foudraal. Ik ontving van de oude buren, die ik opa en oma Rosendaal noemde, een klein gouden boekje met op de titelpagina de wens "Kindje Jezus klein, houdt mijn hartje rein, laat toch nimmer toe, dat ik zonde doe". Het was geíllustreerd met lieve kleine tekeningetjes in dikke gouden kaders en de rijmpjes waren door een echte dichter gemaakt. Mijn vader wees me op een kort berichtje achter het boekje: "Kinderen, bidt nu eens braafjes, voor Piet Worm en Bertus Aafjes"

Vanaf die dag mochten we ook naar de kindermis. Dat was een mis, die eigenlijk een z.g. stille mis was, dat wil zeggen zonder muziek of zang, voor alle parochianen. Maar het werd kindermis genoemd omdat alle jongens en meisjes gestimuleerd werden erbij te zijn.
De jongens zaten aan ene kant, in mijn geval onder de prachtig versierde preekstoel met de koperen koppen van de evangelistensymbolen, op de plaatsen waar 's zondags de deftige heren in jaquet zaten. Dat wisten we, maar je kon het ook zien aan de op de bovenkant van de banken aangebrachte wit-emaille bordjes met de tekst H.H. COLLECTANTEN. Aan de andere kant van de voetpad zaten de meisjes, zomaar zonder een broeder of zuster. In onze ogen zaten ze er maar een beetje voor spek en bonen bij, want voor ons, met zijn rug naar het altaar, stond iedere morgen om half acht, broeder Winfried, die wij van onze school kenden en bij wie ik later in de vijfde klas zat.
Broeder Winfried was natuurlijk in het kleed van zijn congregatie met een ceintuur waaraan een rozenkrans hing. Hij was van de Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria en woonde met de andere broeders op de Sterreschansweg 77. Iedere ochtend kwam hij op de fiets naar beneden gereden, naar het Mariaplein om onze zang te dirigeren. Over de meisjes had hij, dat begrepen we heel goed, niets te vertellen en die kenden de liedjes die wij zongen, en die we op school geleerd hadden, ook niet. De broeder had in zijn gordel een stemvork. Die tikte hij tegen de kerkbank aan, luisterde eraan en mumde dan de toon waarmee het te zingen lied begon. Veel later heb ik er wel een over nagedacht waarom deze broeder nu juist in onze kerk de kindermis kwam opluisteren met zijn koortje.
De lagere school die wij bezochten, droeg de naam Mariaschool, omdat het, ondanks het feit ze gehuisvest was in een gebouwencomplex tussen de Derde Walstraat, Hertogstraat, Kelfkensbosch, de r.k. lagere parochieschool van de Maria Geboorteparochie in oost-Nijmegen was. Op ons rapport was een speciale kolom ingeruimd voor het kerkbezoek (kindermis). Op mijn rapporten stond er alle jaren in deze kolom ingevuld 24x. Broeder Winfried had er klaarblijkelijk geen zin in om de kerkgang van zijn zangertjes nauwgezet bij te houden.
Reactie 5:

Bjorn Sengers, 15-08-2021: Nummer 27 is Gerard Geurts, de vriend van mijn moeder.
Hij vertelde dat hij er een goede tijd heeft gehad en leuke kinderjaren. De broeders waren ook aardig en waren goed voor de kinderen, al met al een fijne herinnering.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: