var159

Plateel kannetje van de Nijmeegse Potterij Rembrandt

Eric Bourgonje: Het kannetje is in opdracht van de Nijmeegse Potterij Rembrandt gemaakt bij de plateelbakkerij Zuidholland. Potterij Rembrandt produceerde zelf ook maar besteedde regelmatig werk uit aan de PBZH. Het merkteken is gebruikt tussen 1920 en 1925. 

In 1908 kregen de heren Oor en Köhler per hinderwetvergunning toestemming om een aardewerkfabriek en een tegelbakkerij te beginnen aan de Jan van Galenstraat. In 1915 komen we in de telefoonlijst (telefoonnummer 1115) Kunstaardewerkfabr. "Potterij Rembrandt", Fayence, tegels, tegeltableaux, aan de Groenestraat 253 tegen. In 1926 verdween de potterij uit Nijmegen.

Meer informatie is te vinden in de catalogus van de Nijmeegse aardewerk 1908 1948. Uitgegeven in 1981 tijdens een tentoonstelling in de toenmalige Commanderie van Sint Jan. 

Collectie: Eric Bourgonje

Heeft u herinneringen aan dit bedrijf? Laat het ons weten, wij zijn benieuwd naar uw verhaal.

Reactie 1:

Rob Essers, 12-09-2016: Firma "Oor & Köhler"
Plateelschilder Pieter Cornelis Köhler (Amsterdam 22 augustus 1876 - 1940) vestigde zich in 1908 in Nijmegen op het adres Jan van Galenstraat 54. In de periode 1908-1912 exploiteerde hij samen met de Roermondse industrieel Jacques Jean Henri Oor (Roermond 23 mei 1863 – Roermond 18 februari 1929) in Nijmegen de Potterij Rembrandt.

In een verzoek om vergunning tot uitbreiding van de kunstaardewerkfabriek staat als locatie vermeld: "het perceel St. Stephanusstraat 150a, kadastraal bekend Nijmegen, sectie C, Nos. 2646, 2647, 2648 en 2649" (bron: PGNC, 13 februari 1909). Het vermelde adres bestaat niet. De genoemde percelen lagen achter Jan van Galenstraat 54 t/m 66. De adressen van de panden op deze percelen waren St. Stephanusstraat 155 (ingang naast nummer 153) en Jan van Galenstraat 58a en 60a (ingang tussen nummer 58 en 60).

Aan de overkant van de Jan van Galenstraat op nummer 65 woonde de tekenaar Christoffel Oor (Arnhem 4 augustus 1849 – Nijmegen 14 december 1912) met zijn gezin. Zijn jongste zoon Theodorus Johannes Oor (Nijmegen 29 september 1894 – Nijmegen 15 januari 1968) was later plateelschilder [Redactie: zie bv zijn tegeltableau]. Het is de vraag of vader en zoon op enigerlei wijze betrokken waren bij de firma "Oor & Köhler" (zie www.inktpotboek.nl). Christoffel Oor was in de verste verte geen familie van Jacques Jean Henri Oor. De vennootschap onder firma werd op 23 augustus 1912 ontbonden (bron: PGNC van 17 september 1912).

N.V. Potterij Rembrandt
In de periode 1912-1916 was de fabriek van de N.V. Potterij Rembrandt gevestigd op het adres Groenestraat 253 in Nijmegen. Op 30 augustus 1912 werd vergunning verleend voor de bouw van een directeurswoning. Op deze woning prijkt nog altijd een tegeltableau met de naam "Saskia.". De naam verwijst ongetwijfeld naar Saskia van Uylenburgh (1612-1642), de vrouw van Rembrandt. Het tegeltableau staat niet op de bouwtekening.

De eerste bewoner was Pieter Cornelis Korteweg (Groningen 29 december 1888 – Bennebroek 13 september 1970). In de adresboeken uit de periode 1913-1916 staat hij vermeld als: "Korteweg, P. C., Dir. „Potterij Rembrandt”, Groenestraat 249". De andere directeur Pieter Cornelis Köhler was vanaf december 1912 niet meer bij deze fabriek betrokken.

Het ligt voor de hand dat het tegeltableau in 1912 is vervaardigd in de eigen fabriek van Potterij Rembrandt en bij de bouw van de directeurswoning is aangebracht. In 1916 werd de draadfabriek van Willem Smit & Co's Transformatorenfabriek in het fabriekspand gevestigd; zie archieffoto F47151. Bij de hernummering op 17 december 1922 heeft het woonhuis huisnummer 265 en de draadfabriek huisnummer 269 gekregen.


RAN F47151

Pottenbakkerij P.C. Köhler
Köhler die inmiddels verhuisd was naar het adres Graafscheweg 119, begon in 1913 met de Pottenbakkerij P. C. KÖHLER. Het adres van de fabriek was Jan van Galenstraat 26a. Deze lag achter nummer 28 en 30 (ingang tussen nummer 24 en 26). In de adresboeken uit de periode 1916-1920 in de rubriek Aardewerk Fabrikanten: "Köhler, P. C., Graafscheweg 119, kantoor: Jan v. Galenstraat 22."

In een bericht in de PGNC van 11 maart 1917 over een bezoek van koningin Wilhelmina aan de Jaarbeurs in Utrecht staat: "Zij bezocht nog een groot aantal andere firma's. O.a. de kamer van de Pottenbakkerij van den heer P. C. Köhler, Jan van Galenstraat te Nijmegen, waarbij H. M. van haar bijzondere belangstelling deed blijken voor het oud-Hollandsche aardewerk, waarmede de heer Köhier sinds jaren reeds zooveel succes heeft. De hooge bezoekster betuigde den heer Köhler haar groote ingenomenheid met dezen tak van Nijmeegsche nijverheid. (Verleden week is ook H. M. de Koningin-Moeder in de monsterkamer van den heer Köhler op de Jaarbeurs geweest)."

Op 23 januari 1919 brak een uitslaande brand uit in de kunstaardewerkfabriek van de heer P.C. Köhler, Jan van Galenstraat 26a, waarbij de bovenverdieping geheel uitbrandde. "De brandschade aan gebouw en inventaris wordt door verzekering gedekt." (De Gelderlander, 23 januari 1919)

Firma Potterij Rembrandt
Pas vanaf 1920 werd de naam Potterij Rembrandt weer gebruikt. In de periode 1920-1922 was de fabriek gevestigd op het adres Graafscheweg 183a. Op 8 september 1920 ging Köhler een nieuwe vennootschap onder firma met Franciscus Theodorus Maria Dekkers (Tilburg 12 januari 1899 – Breda 13 januari 1975) aan (bron: Nederlandsche Staatscourant 1920, nr. 180).

De firma zou in 1922 al weer geliquideerd worden. "Het in 1918 solied gebouwde Fabrieksgebouw met Schoorsteen en ERF, genaamd „Potterij Rembrandt” (...)" werd in de De Maasbode van 9 september 1922 te koop aangeboden. "Potterij Rembrandt Graafschew. 183a ... 2353" stond nog vermeld in de Naamlijst voor den Telefoondienst 1924. In 1924 was de Vulcaniseerinrichting "Vulcania" op dit adres gevestigd. Graafscheweg 183a kreeg op 26 mei 1924 huisnummer 185.

losse eindjes
In een personeelsadvertentie in de Delftsche Courant van 16 juli 1918 werden plateelschilders en een modelleur gezocht door de KUNSTAARDEWERKFABRIEK, De Ruyterstraat 121b, Nijmegen. Dit adres lag in de onmiddellijke nabijheid van de Pottenbakkerij P.C. Köhler. Mogelijk gaat het om dezelfde fabriek.

In De Gelderlander van 9 oktober 1923 stond een personeelsadvertentie van Potterij Rembrandt, Graafscheweg 113A. "Nette Meisjes boven de 16 jaar kunnen direct geplaatst worden." Heeft de Potterij Rembrandt in 1923 gepoogd een doorstart te maken? Het niet-bestaande adres Graafscheweg 113A zou ergens in de spoorkuil moeten liggen (tussen de huisnummer 111 en 115). Een verschrijving van huisnummer 183a is wel erg ver gezocht.
Reactie 2:

Rob Essers, 15-09-2016: Nog een paar aanvullende opmerkingen... Voor het fabrieksgebouw naast Graafscheweg 183 (Lindenoord) werd in 1918 bouwvergunning verleend aan P.C. Köhler. In 1919 kreeg hij vergunning voor de bouw van een transformatorhuisje op hetzelfde perceel (kadastrale gemeente Hatert, sectie C, nr. 3059). Na de brand in de Jan van Galenstraat op 23 januari 1919 is de productie van Pottenbakkerij P.C. Köhler waarschijnlijk in februari 1919 verplaatst naar Graafscheweg 183a.

Het nieuwe adres Graafscheweg 183a en het nieuwe telefoonnummer 2353 staan in 1920 nog niet in het adres- of telefoonboek. Niets wijst er op dat Köhler in de periode dat hij op het adres Graafscheweg 119 woonde en zijn fabriek in de Jan van Galenstraat had, beschikte over een telefoonaansluiting. In 1922 woonde hij op het adres Willemsweg 64 en heeft hij in het adresboek hetzelfde telefoonnummer als Potterij Rembrandt, Graafscheweg 183a. De laatste vermelding staat in het adresboek uit 1924. Het telefoonnummer is hetzelfde, maar het woonadres is gewijzigd in Willemsweg 52.
Reactie 3:

Kees Overdorp, 04-09-2018: Ik zend u een paar foto's van een aardig vaasje. Het is van mijn grootvader geweest, een Nijmegenaar. Wie kan er meer over vertellen (leeftijd, eventuele waarde)?


REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: