Nieuwe pagina 1

© copyright Cees de Vos, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Oog om oog…?

Tijdens een rit in januari 2010 met kleinzoon Daniël van Schoonhoven naar Soest ging het gesprek over ‘stijl’. “Wanneer en hoe vind je het noodzakelijk om je gram te halen als je je beledigd voelt?”

Nadenkend kwam ik op een gebeurtenis in de begin jaren ’50. In mijn verhaal ‘Vader de Vos als Schoenlapper’ bij Noviomagus.nl memoreerde ik reeds over onze mobile buurtgroenteboer de heer Linzen & Zn. Daarover gaat dit verhaal. 

Met een zevental buurtjongens vormde wij een vriendengroep. Onze ‘hangplek’- het woord bestond toen nog niet - hadden we vóór het huis van twee onzer vrienden Henk en Frits. De ouders van Henk runde aan de Hatertscheveldweg nr. 440 een kleine groente/kruidenierzaak in hun voorkamer.

Op de vrije zaterdagmiddag en op zondag waren we bij elkaar. We kletste wat, rookte sjekkies, deden spelletjes als ‘landjepik’ op de grond met de achterkant van een oude vijl, met een katapult de toen nog in veelheid aanwezige mussen van het dak en uit de bomen schieten ohhh…!, en het boeiende Indische spelletje ‘Gatrik’ of Pinkelen spelen. Dat doe je met een lange stok van circa 40 cm en een kort stokje van 15 cm. Het werd ons geleerd door de in de begin jaren ’50 in Nederland aangekomen Zuid Molukse mensen. Zij waren neergestreken in de nieuwbuurt ‘De Kolping’. Ook volgde we de Interland voetbalwedstrijden van Nederland met als radioverslaggever Jan Cottaar. Super spannend was dat altijd..! Als het ijscomanneke met zijn kleine twee-wiels ijscowagentje met een pony ervoor langs kwam, was het smullen geblazen. Vriendje Henk zorgde dat we uit de winkel van zijn ouders ‘voordelig’ een flesje Exota limonade of een Marsje konden kopen. Eens, tijdens een ruige bui, kochten we bij Henk een fles citroenjenever: wij wilde ook wel eens meemaken hoe het voelt om echt dronken te zijn..? Nou, dat heb ik geweten, stomdronken ben ik afgevoerd naar huis door de vader van Frits. En ik ben me er toch ziek van geworden..! Kotsen en nog eens kotsen, gevolgd door een vreselijke kater de volgende dag. Ik heb van mijn leven nimmer meer een neutje citroenjenever aangeraakt. Alleen de lucht doet me al walgen.

Op die bewuste zaterdagmiddag waren wij vrienden als gewoonlijk weer bijeen. Lurkend aan een flesje Exota naderde vanuit de verte de heer Linzen en zijn zoon Sjakie met de groentewagen: op weg om hun groenten en fruit in de stad aan de man/vrouw te brengen. Het trekpaard sjokte voort en als gewoonlijk zwaaide zijn Luts (penis) weer vrolijk heen en weer op de maat van zijn hoeven tred. Sjakie mende het paard, met naast hem met de pet op, zijn vader. Bij het passeren riepen een paar jongens iets onaardigs naar Sjakie en ook ‘de Luts van het peerd’ kreeg de nodige bijval. Duidelijk werd een en ander niet gewaardeerd door zoon Sjakie. Na ons een meter of tien te zijn gepasseerd stond Sjakie op, pakte een grote tomaat uit een groentekist en wierp deze vrucht richting onze vriendengroep. Vriendje Frits was even niet bij de les: juist die dag had hij een nieuw sporthemd aan waar hij kort ervoor nog trots als een pauw mee pronkte. Helaas, een vreselijke smet was onderweg en belandde nietsvermoedend pardoes gelijk een koeienflats op het maagdelijke hempje van ons Fritske. Het huilen stond Frits nader dan het lachen. Sjakie op de groentekar zag dat hij goed gescoord had, gaf zijn paard de sporen. Wij hadden slechts het nakijken. 

Na veel gevloek en gescheld richting de in galop wegrijdende groentewagen met een triomfantelijke Sjakie op de bok, staken we de koppen bij elkaar. We lieten het er niet bij zitten, dat was duidelijk: “De wrake zal zoet zijn”. 

Uit de winkel van Henk organiseerde we een partij overrijpe tomaten en een paar eieren. De een bewapend met een handvol tomaten, de ander met een aantal eieren togen we in de donkere avond op weg naar het adres van de familie Linzen op nr. 498 aan de Hatertscheveldweg. 

Alles oogde rustig en tevree op nr. 498, een prachtige gelegenheid om deze idylle ‘enigszins’ te verstoren. Even was er twijfel onder ons: kunnen we dit wel maken..? Maar dan zagen we de walgelijke tomatenflats weer op het nieuwe sporthempie van ons Fritske: “Sorry Sjakie, wat gebeuren moet, moet nu gebeuren.” Vooraf was afgesproken dat één jongen zou aanbellen, om zich vervolgens snel uit de voeten te maken. En zo geschiedde…!

Niets vermoedend werd de voordeur van de familie Linzen geopend door Sjakie. Tijd voor Aktie..! We hadden ons achter elkaar opgesteld en een voor een gooide we onze floddermunitie de fel verlichte gang in. Flodder flodder flodder - klots klots klots galmde het door de gang vermengd met angstkreten en donderend gevloek. “De wrake kreeg hier zijne bevrediging.” Als de bliksem gingen we er vandoor via het Konijnenpad het Goffertpark in, elk een andere kant uit. Sjakie raapte snel een paar grote kiezels op uit zijn tuin en wierp deze als projectielen in onze richting. 

Juist op het moment dat ik het hazenpad koos - ook via het Konijnenpad - sloeg een zware kiezel zich dood precies op de kop van een der paaltjes aan het begin van het pad. Ik schrok me te pletter; als ik die kei op mijn kop had gekregen…? De ganse avond struinde Sjakie Linzen het Goffertpark af, driftig op zoek naar de schavuiten van de Hatertscheveldweg. Het mocht niet baten, we waren hem te vlug af. 

Ik heb mij heel lang verscholen in het Goffertpark. Van alle jongens woonde ik het dichts bij de familie Linzen: “Drie deuren verder…!” Via een omweg en ‘achterom’ ben ik diep in de nacht weer veilig thuis gekomen.

Politiek gesproken:

“ Met de wijsheid van nu hadden we dit nooit zo mogen doen, zeker als je bedenkt dat in onze kindertijd mevr. Linzen tijdens de weken vóór Sint Nicolaas strooigoed en pepernoten vanuit haar slaapkamerraam gooide naar de buurtkinderen in onze straat. “

Cees de Vos 

Soest - maart 2010

terug

Reactie 1:

09-06-2010: Reactie van vriendje Frits de Koning uit Australië, de hoofdspeler in het verhaal: “Oog om oog”

Verhaal gelezen….! Ja dat weet ik nog goed, maar ik dacht dat het bij ons thuis was met Oud jaar? Mijn zus liep met een emmer de kots op te vangen, we hadden het fleske citroen-jenever te snel opgezopen. Ik lag buiten in de tuin in het grind zo ziek als een hond, ik heb erna nooit meer citroenjenever gedronken, proefde het weken er na nog… brrrr.

Vriendje Henk Kersten van de buurtwinkel hing nachts uit het raam te kotsen, in de morgen kleefde uitgebraakte delen van gehaktballen tegen de achtermuur van hun huis.Ook ben ik later met mijn zatte kop nog tegen de vensterbank gevallen en had een flinke bult en een blauw oog.

Ja, en met die tomaten met Sjakie; mijn nieuwe overhemd naar de kloten. Die steen die hij gooide toen we het konijnenpad in renden, dat was een baksteen, als hij daar ons mee op de hersens had geraakt….! 

Ik weet niet of jij er ook bij was: we hebben ook nog een keer een dikke paal schuin tegen de voordeur gezet en toen aangebeld. Die ouwe Linzen heef ons tot diep in de avond op de Goffert achterna gezeten, goed dat het dikke mist was en hij op de klompen was, we hoorden precies waar hij was.

Groet, Frits de Koning – Australië
27 april 2010


REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: